Pagina's

zaterdag 21 maart 2020

Thee in tijden van Corona: 4 oolong's uit het Wuyishan National Park

Ik ga hier de issues rond Corona niet herhalen, daarvoor kan U terecht op zowat alle media. Maar onze Belgische Corona lockdown heeft ook voordelen ! Tijd voor thee dus. Want wat is er én ontspannend én goed voor de concentratie ? Juist ! Thee ! En dus voor een paar weken hier: theeproef-reeksjes, nog altijd de beste manier om thee te leren kennen. En om het allemaal niet te saai te maken ga ik mij wat inhouden voor de proefnota's. Wie toch de volledige wil lezen kan terecht bij de Theeencyclopedie (met drie e's).

Alle vier de thee's zijn Rock Oolongs uit het Wuyi gebergte, en voor de nieuweling dus eerst een woordje uitleg. Een Oolong is een niet volledig geoxideerde thee, ergens tussen een zwarte en een groene dus. De smaak hangt af van de mate van oxydatie die wordt veroorzaakt door de kneuzing tijdens de bewerking maar ook van het al dan niet roosteren. Je kan het roosteren een beetje vergelijken met het gebruik van eik bij een wijn: het kan een wijn ongelooflijk maken, maar je kan ook overdrijven of de bal misslaan. Het is de hand van de meester die bepaalt of de wijn al dan niet een topper wordt, en bij thee is dat niet anders. Het vereist jaaaren ervaring om het goed te kunnen en om aan de hand van het ruwe product te kunnen inschatten hoeveel of hoelang er geroosterd moet worden. Alle vier de thee's komen van de familie Chen en kleindochter Cindy laat je een beetje zien waar ze vandaan komen (haar Engels is niet altijd even goed verstaanbaar).


Rock Oolongs groeien tussen de rotsen van een gebergte. In dit geval is dat het prachtige en unieke Wuyi gebergte in Fujian (zie hier voor wat uitleg en beelden), één van de top-regio's voor thee in China, waar ondermeer Da Hong Pao, de duurste thee ter wereld vandaan komt. Die absolute toppers willen proeven is een illusie tenzij U heel goede connecties in de Chinese Communistische Partij hebt, ze zijn uitsluitend voor hoge gasten en functionarissen. Dat mag echter geen probleem zijn, ook in wijn drinken we zo goed als nooit de duurste flessen. Wat we wel drinken zijn de goede flessen, die betaalbaar én lekker tot zeer lekker zijn. Bij thee is dat net hetzelfde.

Waarom zijn Wuyi rotsthee's zo speciaal ? Eerst en vooral komen ze uit het hooggebergte en des te hoger de thee aangeplant staat des te groter de verschillen tussen dag- en nachttemperatuur is. Dat heeft een heel positieve invloed op de smaakvorming. Bovendien wordt de thee gevoed door water dat van de rotsen stroomt en heel zuiver is en vol van mineralen. De ondergrond is vaak arm maar draineert heel goed en de kou in de lente zorgt ervoor dat de thee traag groeit en veel smaak ontwikkelt. Alle vier thee's zijn lentethee's: in de vlaktes wordt er al geplukt in april wanneer de Chinese lente begint, hier is dat later omdat de lente in de bergen later arriveert.

Er bestaan honderden soorten theestruikin Wuyishan, die allemaal een beetje van elkaar verschillen omdat de theestruik zich hier meestal voortplant door middel van zaad. Pas indien hij ideale karakteristieken vertoont wordt hij vermeerdert door middel van loten en worden er theetuinen aangelegd met struiken met dezelfde karakteristieken. De meeste van die cultivars hebben een naam, maar er zijn er maar een tiental die echt in grote hoeveelheden zijn aangeplant, en vier van die thee's gaan we hier bespreken.



Lao Cong Shui Xian, Top Grade, 2019

Deze thee is gemaakt met de Shui Xian (Water Spirit) cultivar, de meest voorkomende in het Wuyishan gebergte, en de meest miskende. Hij werd (en wordt) in heel veel Chinese restaurant over heel de wereld geschonken en je vind hem vaak in Chinese winkels, maar 90% van de produktie is rommel, en waarschijnlijk geblend met andere soorten waarbij overdreven roosteren wordt gebruikt om de fouten te verbergen. Dit is the real thing, geplukt op 3 mei van Lao Cong (Old Bush) struiken die meer dan 80 jaar oud zijn; dat is goed, want alhoewel bij de theestruik de productiviteit daalt vanaf een bepaalde leeftijd stijgt de complexiteit van aroma en smaak. Hij is medium-roasted (drie keer) zodat de roostersmaak niet teveel de andere smaken wegduwt, op lagere temperaturen. Ik zette hem met een yixing potje en met 4 gram voor 100ml, redelijk geconcentreerd dus. Het hele rijke, bijna oosters aandoende aroma (ik had dadels, chocolade en kruiden) wordt gepaard aan een onwaarschijnlijk complexe smaakevolutie, heel lang en contemplatief, voor mij bijna perfect geroosterd. Bloemen, steenfruit, mineraliteit ze liggen allemaal door elkaar verweven versmolten tot een prachtige complexiteit; een meesterwerkje. 😊😊😊😊(😊).



Da Hong Pao Beidou 1st Grade, 2019

Deze thee is uniek omdat hij heel dicht bij de originele zes Da Hong Pao struiken ligt. Op de Beidou berg werden immers de eerste loten van de originele struiken aangeplant die ondertussen niet meer mogen geoogst worden. Omdat de Beidou struiken jonger zijn mogen ze wel geplukt worden. Veel  Da Hong Pao wordt echter gemaakt van struiken die al een paar generaties weg liggen van de eerste generatie, dit is echt de tweede generatie, en het is de eerste keer dat ik ze proef. Hij werd geplukt op 12 mei en maar tweemaal geroosterd. De pluk komt van Tianxin Yan, aan de oostkant van Jiu Long Ke waar de originele Da Hong Pao struiken staan. Ook hier gebruikte ik het yixing potje waarmee ik vaak oolong zet, maar met een wat lagere temperatuur (90°C) en een langere zettijd (60 seconden). Vooral in het tweede zetsel kwam hier een echte prachtthee te voorschijn, grootse complexiteit in perfecte versmoltenheid en ik noteerde gedroogd fruit, koffie, caramel en bloemen. Héél lange afdronk. Niet makkelijk te vinden, deze thee. 😊😊😊😊(😊).



Lao Jun Mei Superior, 2018

Het gebeurt tegenwoordig niet zo vaak meer dat ik een thee ontmoet die niet in de theeencyclopedie (met drie e's) staat, maar dit was er eentje. Het is een zeldzame variant van de Hua Xiang Shuixian en hij werd handmatig geplukt van 70 jaar oude struiken. Deze Grootvader's Wenkbrauw werd geplukt op 3 mei 2018 en kreeg een medium roast mee. De thee was vroeger redelijk populair maar is nu heel zelden geworden. Dit is zonder twijfel de bijzonderste van de vier. Het aroma was me echt volslagen nieuw, ik had nog nooit zoiets geproefd, heel complex en versmolten maar met iets unieks. Steenfruit, mineraliteit, sesampasta, geroosterde zonnepit, de ene na de andere smaak buitelde rond in deze thee, en dat allemaal mooi versmolten en perfect gebalanceerd en met een erg lange afdronk. Men noemt dit Yan Yun of Rock Rhyme, en het is een teken dat je topkwaliteit aan het drinken bent. Zelfs een ervaren Chinese theedrinker gaat dit erkennen als een topthee. Hij komt uit Chengdun, van een theetuin op 800m hoogte. Ook hier gemaakt met de yixing, maar met kortere zettijden en de gaiwan was hij best. 😊😊😊😊(😊)



Rou Gui Competition Grade, 2018

Ook bekend als de Cassia Oolong omdat hij vaak naar kaneel (cinnamon) geurt. Stond vroeger erg beperkt aangeplant alhoewel hij al lang bestaat, maar hij is pas de laatste decennia populair geworden en nu staat er teveel op plaatsen die er eigenlijk niet zo geschikt voor zijn, en veel Rou Gui is ondermaats. Dit is echter Competition Grade uit Shui Lian Dong, medium roasted en afkomstig uit het kerngebied. Met de yixing theepot kon hij mij niet overtuigen, met de gaiwan eigenaardig genoeg wel. Ik noteerde kaneel, fruit, chocolade en perfect geintegreerde roostertoetsen rond het fruit (maar geen kaneel...). De minste van de vier, maar wel degelijk een echte en goed gemaakte Rou Gui. 😊😊😊(😊)

Ik kocht deze vier oolong's bij Teastation in Hasselt, waar men sinds de overname meer en meer top-theetjes in het gamma brengt. Dit is het Sample Pack Premium Oolong (hun Mi Liang Xan is ook een topper). Voor mij is dit een belangrijke evolutie, want een drank kan in mijn ogen alleen echt populair worden dankzij zijn toppers, nooit omwille van zijn prijs. Denk je nu dat je niet het materiaal hebt om deze thee's correct te zetten ? Dat is waarschijnlijk niet het geval, je kan deze thee's ook op zijn Westers zetten: al wat je nodig hebt is een zo klein mogelijke theepot, het juiste water (Spa, Montcalm) en een timer (maar uit het hoofd tellen gaat uiteraard ook). Elk zakje laat twee pogingen toe dus je mag je vergissen, maar uiteindelijk is het niet zo complex. Het juiste water (Britta-filtered mag ook) is wel belangrijk, en respecteer de hoeveelheden. Een goed opgehoopte theelepel is hier waarschijnlijk ongeveer 2.5 à 3 gram, en in een zakje zit 8 gram, je kan de portie ook gewoon in twee delen.

maandag 16 maart 2020

Theeverhaaltjes voor het slapengaan: De Ijzeren Godin van Genade





Lang geleden was er in China een boer die elke dag naar zijn stukje grond wandelde om het te bewerken. Wei, want zo heette de boer, was meestal diep in gedachten verzonken. Het leven was hard en Wei was arm, en het stukje grond bracht maar net genoeg op om hem en zijn familie te eten te geven.     


Onderweg naar zijn veld passeerde Wei altijd een vervallen tempel die gewijd was aan de Guanyin, de Godin van Genade. Na een tijdje begon Wei hier te stoppen voor een kort gebed, en getroffen door de verwaarloosde staat van het tempeltje besloot hij de volgende keer een bezem mee te brengen. Bij het borstelen vond hij achterin het tempeltje een ijzeren beeldje van de godin, omvergevallen en bedekt door bladeren. Hij zette het terug recht op het kleine altaartje en de volgende dag bracht hij een doek mee om het te reinigen.


Vanaf dan bracht Wei tweemaal per maand zijn borstel mee, en brandde hij geregeld wierook op het altaartje. Na een tijdje werd de Guanyin zich bewust van Wei’s inspanningen en zocht ze naar een manier om hem te belonen. Nog een paar nachten later verscheen de Guanyin in Wei’s droom en vertelde hem dat er een schat begraven lag in de grot achter de tempel.


De volgende keer nam Wei een spade mee. Een echte schat vond hij niet, hoe hij ook zocht, maar plots vielen zijn ogen op een jonge theestruik. Het blad was anders dan wat hij gewend was, en hij besloot de scheut mee te nemen en te planten op zijn stukje grond. Door Wei’s zorgen groeide het scheutje al snel op tot een mooie grote struik en toen Wei thee zette met de bladeren begreep hij wat de Guanyin had willen zeggen. De thee geurde anders en beter dan die van de andere struiken in de regio, en dit was de gift van de Godin.


Wei begon onmiddellijk scheutjes van de struik uit te delen aan zijn buren, en na een tijdje had hij genoeg materiaal om de thee te beginnen verkopen. Ter ere van de godin noemde hij hem Tie Guan Yin, de Ijzeren Godin van Genade. De thee sloeg aan en werd populairder dan ooit, en de boeren van het dorp en de streek profiteerden mee van het geschenk van de Godin.


Uit dankbaarheid herstelde de gemeenschap de tempel terug in volle glorie, en Wei kwam zolang hij leefde nog dagelijks langs om de Godin te bedanken. Tie Guan Yin thee veroverde ondertussen de wereld en werd een grote naam in de Chinese theewereld. Hij bracht voor vele boeren in Anxi een mooi inkomen, en zo werd de genade van de Guanyin uitgespreid over velen.



Tie Guan Yin kan zowel slaan op de cultivar die ongeveer 200 jaar geleden in China ontdekt werd als op de manier hoe de thee geproduceerd wordt. Die van de lente en de herfst, geplukt in Anxi in Fujian, zijn de beste. De plant staat ondertussen ook aangeplant in Taiwan en Korea en de prijzen varieren sterk. De beste Chinese Tie Guan Yin kan zeer duur zijn maar voor de Westerse consument is de minder dure basisversie vandaag makkelijk te vinden en zéér populair. Deze is ook minder zwaar geroosterd dan de traditionele thee en heel toegankelijk voor beginners.

De Guanyin wordt in China aanbeden in tijden van gevaar.  






vrijdag 6 maart 2020

Gaba Gaba Hong ! Red Jade uit Taiwan

Ik was al bekend met de verhalen over de 'magische' gezondheidsvoordelen van GABA, maar tot nu toe proefde ik nog geen enkele thee die ook lekker was. Daar kwam heel onlangs verandering in door een staaltje dat Hotsoup, één van mijn favoriete leveranciers, meegaf met een bestelling van andere thee's.

Tijd dus om mezelf nog eens een paar vragen te stellen en eens op te zoeken wat GABA eigenlijk is, en hoe het in thee terecht komt. Gamma-aminoboterzuur fungeert in het menselijk lichaam als neurotransmitter. Wanneer hun activiteit vermindert loopt men kans op angst, slapeloosheid en geïrriteerdheid (door een tekort aan Vitamine B1 of door alcoholverslaving). In het Verre Oosten gelooft men dat het drinken van thee die veel GABA bevat helpt bij het beter slapen en inslapen en een positieve invloed heeft op de bloeddruk, maar ook dat hij angsten bestrijdt, helpt bij stress en het geheugen verbetert. Hij zou zelfs helpen bij schizofrenie en Parkinson, en positieve effecten hebben op autisme (alhoewel dit recent in twijfel wordt getrokken). Sommige bronnen raden hem aan bij een kater. 😸

Maar hoe komt die GABA terecht in onze thee ?

In 1984 begon men in Japan te experimenteren met het oxyderen van thee in een omgeving waarin zuurstof vervangen was door stikstof waardoor de thee zeer langzaam oxideerde. Dr Tsushida was eigenlijk op zoek naar een manier om voeding, waaronder thee, veel langer te kunnen bewaren. Door verse groene thee in een roestvrij stalen vat te steken en de zuurstof te verwijderen en te vervangen door stikstof ontstond een proces waarbij glutaminezuur werd omgezet in gamma-aminoboterzuur. Daaropvolgende testen op mensen met hoge bloeddruk vertoonden een opmerkelijk positief resultaat dat door testen op muizen werd bevestigd. Is het een wondermiddel ? Nee, waarschijnlijk niet, wonderen bestaan niet, dus enig scepticisme moet bewaard blijven, maar als het lekker is, en waarschijnlijk gezond ? Waarom niet dan, het voordeel van de twijfel heet dat...

De eerste productie van GABA thee's concentreerde zich op groene thee. In Japan, dat toen door een thee-crisis ging, doopte men dit nieuwe product om tot Gabaron, en zag men er onmiddellijk het commerciële potentieel van in. Al snel kwam men er achter dat de techniek ook werkte met oolong, en begon men ook op Taiwan zo'n GABA oolongs te ontwikkelen. Ondertussen zijn GABA thee's zeer populair, vooral bij oudere mensen in het Verre Oosten maar ook in de VS.

Maar is het ook lekker ? In dit geval alvast wél !



Gaba Red Jade Hong Yu, Nantou, Taiwan, 2019, Hotsoup:

14.4 euro voor 50 gram bij Hotsoup. Geplukt april 2019, met de hand, in Ming Jian, Nantou, Taiwan. De cultivar is Ruby 18, de Fragrance of Taiwan, een rond de eeuwwisseling ontwikkelde cultivar die vandaag erg populair is voor zwarte thee. Het is een kruising tussen een Sinensis uit Burma en de opmerkelijke Camellia Formonensis, de derde van de drie families van de theeplant die alleen in Taiwan sporadisch gebruikt wordt. Langzaam (8 uur) geoxideerd in een stikstofrijke omgeving van meer dan 40°C. Mooie, strak gerolde bolletjes.



29 februari 2020: 2 minuten, 90°C, 2 gram, 200ml. De droge blaadjes geuren zeer lekker, heel verfrissend en apart. Het natte blad is groot en volledig en ontrold zich pas na twee infusies. De infusie is van een schitterend geel. Het smaakpatroon is uniek, moeilijk te plaatsen eigenlijk, en zeer zacht. Het start erg rond met iets boterigs, een beetje als een botersaus met peterselie die je bij vis geeft, maar dan komt achteraan een frisse munttoets. Een heel volle thee. Hotsoup zelf verwijst naar fruitmoes (met munt), en ik begrijp de verwijzing, het doet soms een beetje denken aan fruitpap voor een kind maar dan zonder de scherpte van de appelsien en met nogal wat banaan. Heel erg lekkere thee.




😊😊😊😊(😊)

Verkrijgbaar bij Hotsoup: https://www.hotsoup.nl/nl/gaba-red-jade.html

Echt héél nieuswgierig geworden over GABA ? Hier lees je er echt alles over.

zaterdag 29 februari 2020

Thee op de Azoren: Porto Formoso

Toen we het zeer interessante Gorreana bezocht hebben stelde onze chauffeur voor ons naar het andere theedomein te brengen: Porto Formoso. De twee liggen immers vlak bij elkaar, want dit is het enige deel van het eiland waar thee 'pakt' en waar de omstandigheden goed zijn.

Net als bij Gorreana uitsluitend Camilla Sinensis var. Sinensis hier !


Porto Formoso ligt dus ook in Ribeira Grande, maar tegen we hier arriveerden scheen de zon al terug (op de Azoren krijg je vaak vier seizoenen in een dag). Dit is een veel kleiner theedomein, zo'n 3ha groot, en in tegenstelling tot Gorreana wat een echte theefabriek is, chaotischer en rommeliger, is Porto Formoso vooral gericht op toeristen, en eigenlijk meer een museum.



Het actiefst was het tussen 1920 en 1980, en na de zo goed als volledige stopzetting in dat jaar bleef het bijna onaangeroerd tot José Pacheco het in 2001 terug opstartte. Sindsdien fungeert het vooral als museum voor de toeristen, maar het heeft wel degelijk zijn eigen theetuinen en productie, en er zijn vage plannen om uit te breiden.



Het is cleaner, kleiner maar ook wat sterieler dan Gorreana dat toch de enige economisch relevante producent blijft, maar het is hier aangenaam toeven, terwijl Gorreana behoorlijk chaotisch en druk kan zijn.

Wie trouwens na al die thee een hongertje krijgt kan terecht in dit zeer grote maar ook zeer lekkere restaurant van de lokale coöperatieve. Het is vooral bekend voor zijn uitstekende steaks (op een heel originele manier bereid), maar een coöperatieve moet elke producent wat gunnen en voor thee kwam dat naar voor in een geweldig lekker dessert: een pudim de cha !

Pudim de Cha

Restaurant van de landbouwcoöperatieve in Ribeira Grande

maandag 17 februari 2020

Thee op de Azoren: Gorreana



Het regende pijpenstelen, oude wijven en cats and dogs zoals ik het nog niet vaak in mijn leven heb gezien (en als geboren Belg meen ik daarover te kunnen meepraten...) toen we de parking van Gorreana opreden. Het dorpje Maia ligt dan ook vlak tegen de Atlantische Oceaan en het eiland São Miguel in het midden ervan en het leek alsof wolken die de laatste 1000 kilometer hun water hadden moeten ophouden hier opgelucht het hele handeltje lieten gaan. De luchtvochtigheid was zo hoog dat zelfs binnen in het gebouw sommige muren "huilden" omdat de condens er van af liep. Dat is niet zo aangenaam maar het is wel een goed teken, want thee houdt van vocht en regen en mist in de periode waarin hij slaapt.



Gorreana maakt thee sinds 1883 toen Ermelindo Gago dâ Camaro en haar zoon José Honorato de fabriek openden. Thee was al een tijdje aanwezig op het eiland (de beknopte geschiedenis daarvan lees je hier), maar het was maar pas een tiental jaar geleden dat twee Chinese theemakers naar het eiland waren gekomen om de methodes te verfijnen. Ze waren dan ook geenszins de enige theemakers van het eiland, maar het is het enige bedrijf dat al die tijd continu werkzaam is gebleven.

Vandaag werken er 30 mensen op het bedrijf dat over 45ha aanplant beschikt waarmee ongeveer 40 ton thee wordt gemaakt, genoeg om de lokale behoeftes te vervullen en te exporteren naar overal waar Portugese immigranten zijn. Het is ook genoeg om een breed gamma te hebben, van de op de eilanden overal geserveerde theezakjes tot bulkthee in uiteenlopende kwaliteiten en zelfs thee's van specifieke delen van de theetuin.



Ze werken volledig organisch omdat dat hier redelijk makkelijk kan. Waar de omstandigheden erg goed zijn voor de theeplant zijn ze te extreem voor insecten die zich hier niet thuisvoelen. De licht zure kleibodem, de vele en stevige regenbuien, de zon tijdens de oogstperiode, de zeemist en de wind die ook wat ziltheid meebrengt maken de omstandigheden uniek. Ze gebruiken ook geen herbicides of fungicides, ook hier weer omdat ze niet nodig zouden zijn.

Naast de thee zelf is ook de fabriek echt de moeite van het bezoeken, maar dit is geen museum, wél een werkende fabriek, en alles lijkt dus wat chaotisch. De apparatuur dateert van rond het midden van de 19de eeuw, pure industriële archeologie dus, toen die machines nog in Engeland werden gemaakt en dan geëxporteerd naar Indië. Vandaag maakt Engeland geen theemachines meer. De Marshall's hier dateren nog uit de jaren 40 (die van de 19de eeuw, niet van de 20e !). Heel interessant om te zien en ik zou wel eens willen terugkomen als ze in werking zijn... deze video hielp alvast.




Een activiteit die hier het hele jaar door plaatsvind is het handmatig sorteren van de thee. Nadat een machine de thee sorteerde volgens grootte worden de steeltjes handmatig verwijderd, een job die volgens mij eerder aan de saaie kant is, maar wie ben ik om daarover te oordelen. De vingervlugheid van de dames verbaasde mij in ieder geval. Eén van hen hield even een bakje steeltjes en blaadjes naast elkaar voor mij.



Buiten heb je een magnifiek zicht op de gronden, met de mooie geometrische lijnen van een Japanse theetuin die mechanisatie vergemakkelijken (daar is niks mis mee, net als in Japan zijn de lonen te hoog om met handmatige pluk te werken). Wel meende ik nog een tuin te zien met oudere theestruiken die je met de hand moet plukken, maar ik zal eens moeten teruggaan met een vertaler.

Na het bezoek kan je een tasje van de basisthee proeven, maar het verbaasde mij eigenlijk dat er niet meer mogelijkheden tot proeven waren. Waarom geen thee-degustatie zoals in de wijn ? De kwaliteit is hier alleszins aanwezig.

Hieronder vind je nog een goeie video over het domein.





zaterdag 15 februari 2020

Thee in Europa: de Azoren

De enige plaats in Europa waar thee wordt geteeld in economisch relevante hoeveelheden ligt in het midden van de Atlantische Oceaan en hoort bij Portugal: het eiland São Miguel, een deel van de Azoren.

De Azoren zijn een eilandengroep van 9 bewoonde en acht onbewoonde eilanden. Tot 1427 waren ze onbewoond, toen ze ontdekt werden door de Portugezen. Voor een tijdje stonden ze bekend als de Vlaamse eilanden omdat Portugal in het begin vooral Vlaamse immigranten aantrok. Tot vandaag verwijzen nog heel wat plaats- en familienamen naar deze periode. Op het einde van de 16de eeuw verjoeg Filips II de Vlaamse handelaren en werden de eilanden verder bevolkt door Portugezen.

Black Pekoe van Porto Formoso in het Terra Nostra hotel


Het verbaast dan ook niet de eerste theeplanten al redelijk vroeg op het eiland arriveerden. De Portugezen waren bij de eerste Europeanen die chà dronken in hun kolonie in Macau en het was de Portugese Catharina van Braganza die thee populair maakte in hogere Engelse kringen na haar huwelijk met de Engelse vorst Charles II. In 1820 bracht een Portugese militair, Jacinto Leite, commandant van de wacht van de Braziliaanse vicekoning, zaden mee uit Rio de Janeiro die het opvallend goed deden op enkele plaatsen op het eiland. Toen later die eeuw de sinaasappelproductie in elkaar stortte door een ziekte, keek men uit naar andere culturen, en in Ribeira Grande bleken de omstandigheden perfect voor de teelt van thee. Tegen 1850 stond er al 300ha thee, en wat later haalde men ook twee Chinese theespecialisten naar hier om de productie te verfijnen.

foto in de kleine tentoonstelling bij Gorreana


Thee uit de Azoren bleef nog lang populair, niet in het minst bij de talloze Portugese immigranten die toen naar Amerika vertrokken, maar na de Tweede Wereldoorlog begon de Portugese regering thee uit Mozambique fiscaal te bevooroordelen en in 1966 waren er van de oorspronkelijke 15 theefabriekjes nog maar 5 over. Vandaag zijn dat er nog maar twee, het grotere Gorreana en het minuscule Porto Formoso. Ze liggen beide in Ribeira Grande, waar de omstandigheden ideaal zijn, met een vulkanische bodem (heel goed tegen insecten en schimmels) en een enorme luchtvochtigheid. Het is trouwens alleen de sinensis var sinensis die hiervan houdt, alle pogingen met sinensis var. assamica liepen slecht af. Wanneer wij de theetuinen en omgeving bezochten, eind januari, was de luchtvochtigheid zo hoog dat de muren huilden...de druppels water liepen door condensatie van de binnenmuren. De airco dient in deze streek om de vochtigheid te reguleren, niet voor de warmte die zelfs in de zomer eerder aangenaam is.

Volgende week hebben we het over Gorreana, de enige theetuin in Europa die voldoende thee produceert om een rol te spelen in de nationale en internationale theehandel.




maandag 27 januari 2020

Een thee met een lange adem en een vleugje politieke geschiedenis: Fushoushan Oolong uit Taiwan

Indien U deze blog volgt had U het misschien al wel door: ik houd wel van een thee met een verhaal. Achter deze zitten er een paar. En dat is dus leuk.

Eerst en vooral is deze thee een echte bergthee, een Gaoshan cha. De theetuinen van de berg Fu Shou, de hoogste van de Li Shan bergketen, liggen op 2500 tot 2600m hoog boven de zeespiegel, waar periodes met mist en koude afwisselen met hevige zonneschijn en blauwe luchten. Door de grote hoogte groeien de theestruiken heel traag en concentreren de smaken zich, en de grote verschillen tussen dag- en nachttemperaturen zorgen voor extra complexiteit. De hoogte zorgt er ook voor dat er nauwelijks insecten voorkomen en het is erg makkelijk om pesticides te vermijden. Foushoshan oolongs zijn bij de laatst geoogste van de lente.  Door hun aard hebben ze ook een enorm lange adem: in Taiwan is het niet ongewoon om de hele dag door telkens weer op te gieten op dezelfde blaadjes.

Op de berg ligt ook de grote staatsboerderij van Fushoushan. Toen Tsjang Kai Shek, de staatsleider en generaal van de nationalistische Kwomintang de strijd tegen de communisten verloor, vluchtte hij in 1948 met twee miljoen medestrijders en hun families naar Taiwan. De eerste decennia draaide alles rond de verdediging van het eiland en het grote einddoel, de herovering van China, maar toen de Verenigde Naties in 1971 de communistische regering erkende als de enige legitieme regering van China, werd het einddoel wat vergeten...en zat Taiwan met grote groepen veteranen. Eén van de dingen die Tsjang Kai Shek uitwerkte was de uitbouw van grote staatsboerderijen om die veteranen tewerk te stellen en de Fushoushan boerderij was met zijn 700ha één van de grotere.

Die staatsboerderijen ontstonden al vroeger, toen soldaten werkten aan de infrastructuur in de regio met de aanleg van wegen en bruggen, en de boerderijen moesten zorgen voor de aanvoer van fruit en groentes. Wanneer hun werk klaar was bleven heel wat soldaten hangen in de regio en zij kregen een job in die boerderijen. Er worden nog altijd peren, pruimen en perziken geteeld. Op een moment kwam men er ook achter dat de omstandigheden perfect waren voor thee, en de Fushoushan boerderij begon met de aanplant van Tieguanyin en Qingxin cultivars. Vandaag zijn deze thee's strikt beschermd en mogen ze alleen in de originele verpakking verkocht worden. Ze worden vaak geschonken aan buitenlandse bezoekers.

Fushoushan


De thee die ik dronk komt van een theetuin die buiten de Fushoushan boerderij ligt, maar op dezelfde hoogte en met een gelijkaardig terroir. Toen de Fushoushan boerderij begon met thee, waren een aantal boeren snel om op de gronden buiten de boerderij hetzelfde te doen, en deze thee's zijn makkelijker te verkrijgen.

Fushoushan is echter ook één van de meest gekopieerde thee's van Taiwan. In zo'n geval is het héél belangrijk dat je koopt bij iemand die je kan vertrouwen, en mijn leverancier hier, Hotsoup, koopt dan ook in bij een dame in Nantou met 20 jaar ervaring, en die hem al jarenlang hoge kwaliteitsthee levert. Is het jammer dat dit niet de échte Fushoushan is ? Tja, ergens wel natuurlijk, maar naar het schijnt is de kwaliteit van de echte al jaren ondermaats. Pas onlangs zou daar verandering in het komen zijn met de komst van een nieuwe directie.

Fushoushan Oolong, Hotsoup, 2018:

Geoogst en verwerkt in de herfst van 2018 op de berg Fushou in het Lishan gebergte. Qingxin cultivar, waarmee ook Baozhong en Dong Ding wordt gemaakt. 19.38 euro voor 25 gram.

Ik maakte deze thee op twee verschillende manieren, een keer met 4 gram en korte trektijden in een gaiwan, op zijn oosters, en een andere keer met een yixing, 7 gram thee en startend met 30 seconden, op z'n Taiwanees.



Heel mooie opgerolde groene balletjes voor de droge thee. In de opgewarmde gaiwan kwam er al een prachtig aroma naar voor, en het natte blad geurde bij de eerste twee zetsels echt heerlijk, heel floraal en boterig maar met een unieke mooie frisse toets. De infusie geurde ongeveer hetzelfde, bij de yixing met de geuren van smeltende boter in een pan die begint te bakken, en zeker voor het tweede zetsel gecombineert met de geuren van een avond op het platteland. Enorm complex. In de mond een beetje grassig-groen en zacht als een Baozhong, maar met een dikke, wat zoete, boterigheid, heel interessant en met een overrompeling van florale toetsen. Ook het derde en vierde zetsel was bijzonder, wat zoeter en boteriger in de mond met minder van die frisse luchtaroma's en floraliteit, maar nog steeds erg lekker. Een vijfde en zesde zetsel bracht nog steeds een erg mooie thee voort.

😊😊😊😊(😊)

Verkrijgbaar bij Hotsoup: https://www.hotsoup.nl/nl/fushoushan-oolong-najaar-2019.html



zondag 19 januari 2020

Mok-verhalen: Penshurst Place, Sir William Sydney en Postcard Teas' English Breakfast

My True-love hath my hart and I have his
By just exchange one for another given
I hold his dear and mine he cannot miss
There never was a better bargain driven

Sir Philip Sydney




Mijn allereerste reis naar Engeland, nu al heel lang geleden, was rijk aan plaatsen die zo mooi waren en zo'n indruk op me nalieten dat ik ze later nog vele malen terug bezocht. De meeste lagen in Kent, het graafschap dat je binnenrijdt vanop de ferry in Dover, en waar je rustig een week kan doorbrengen om dan alleen nog maar de hoogtepunten bezocht te hebben. De plaats die altijd al het meeste indruk op me maakte omdat ze door en door Engels was, en zo vol van geschiedenis en kunst, was Penshurst Place.

De bouw ervan startte in 1341 voor een burgemeester van London, waar het zo'n 50km vandaan ligt, maar het kwam al snel in handen van edelen waaronder de hertogen van Buckingham. Nadat Hendrik VIII de hertog liet onthoofden gebruikte hij het als uitvalsbasis om de jonge Anne Boleyn het hof te maken die in het nabije Hever Castle, nog zo'n topper, woonde. In 1552 schonk Henry's zoon Edward het aan Sir William Sydney, een hoveling, en het bleef tot nu in handen van zijn afstammelingen. 

Sir Philip Sydney


De beroemdste bewoner was Sir Philip Sydney, William's zoon, een dichter-soldaat in de tijd van Elizabeth I die ondermeer bekend werd voor de 108 sonnetten die hij schreef voor zijn minnares (en opdroeg aan zijn vrouw Frances Walsingham). Hij was ook een diplomaat en soldaat die hard vocht voor zijn koningin en de Protestantse zaak, en hij was in Parijs bij zijn schoonvader tijdens de verschrikkelijke Bartholomeusnacht toen gedurende drie dagen duizenden protestanten, de zogenaamde Hugenoten, werden opgejaagd en vermoord door de Parijzenaars. In 1586 vocht hij in de slag bij Zutphen in Nederland toen hij een kogel in de dij kreeg. Hij overleed 26 dagen later aan gangreen, niet na het uitspreken van de onsterfelijke woorden Thy necessity is yet greater than mine, toen hij het hem toegestopte glas water doorgaf aan een gewonde soldaat die naast hem lag. 

Het huis is vandaag één van de mooiste historische huizen van Engeland met veel erg goed bewaarde architecturale elementen zoals de Long Gallery, die werd gebruikt voor sport en wandelingen bij regenweer. De Great Hall is één van de grootste en best bewaarde van Engeland. De tuin bleef bewaard in de Italianate Style met veel compartimenten, ook een uitzondering omdat de meeste historische tuinen later werden omgevormd in de romantische landschapsstijl. Zelfs het dorp is schitterend, en ook de parochiekerk is aan aanrader. 



In zo'n tas kon ik alleen de allerbeste breakfast tea schenken, die van Postcard Teas in London, zowat de beste theewinkel van London. Timothy d'Offay, de eigenaar en één van de grote namen in de theewereld, maakt er een heel eigen blend voor, en dit is de derde versie ervan. Het is een blend van 40% zwarte thee uit Kerala in Indië van de Sahvadri Coöperatieve, 40% Assam van de Nath Family Farm in Sonitpur, en, en dat is heel origineel voor een Engelse ontbijtthee, 20% zwarte Japanse thee uit Kumamoto, de Supernatural Black van meester Matsumoto. Wakoucha dus !

English Breakfast, Postcard Teas:

4.95 £ voor 50 gram. Gezet 18 januari 2020 in een klassieke porseleinen theepot, voorverwarmd, aan 98°C, drie minuten en drie gram op 250ml. Mooie heldere roodbruine kleur. Een mooie thee, robuust genoeg voor bij het ontbijt, maar tegelijk ook zacht genoeg. Vooral in de neus viel de Japanse thee op, met een florale toets die de moutige tonen van de Indiërs verzachten. In de mond kwam er een mooie frisse toets bij die ook van de Wakoucha zou kunnen komen. Met een wolkje melk kleurde hij zeer mooi, en was hij erg lekker met twee na elkaar volgende smaakgolven, de eerste eerder zoeter en de tweede floraler, heel leuk en wat complexer dan veel andere ontbijtthee's. 

😊😊😊(😊)

  

zaterdag 11 januari 2020

Jin Jun Mei: twee stijlen

Toen Jin Jun Mei in 2005 voor het eerst het daglicht zag was het een echte luxe-thee, geplukt van dezelfde struiken als Lapsang Souchong, maar dan met uitsluitend de fijnste knopjes. Deze thee joeg een schokgolf door de lokale gemeenschap. Door anders te plukken kon er veel meer geld verdient worden met dezelfde struiken, en binnen de kortste keren ontplofte de vraag toen zowel de Chinese als de exportmarkt als een blok viel voor deze nieuwe stijl. En wat doe je als de vraag zo explosief stijgt ? Je plant nieuwe struiken aan met productieve en redelijk makkelijke cultivars, en je past de thee wat aan aan de vraag. En zo ontstonden er grote verschillen tussen de top van de markt, met thee's van heel jonge scheutjes van de wilde Xiao Zhong planten, erg complex maar ook duur want je hebt héél veel blaadjes nodig om 10 gram thee te maken (en alles gebeurt met de hand), en thee's die tegemoet moeten komen aan de enorme vraag van de Europese en Amerikaanse markten, gemaakt van cultivar's die grotere blaadjes hebben, makkelijker plukken en zich verlenen tot machinale verwerking. De prijsverschillen tussen de twee groepen kunnen zeer groot zijn. Toch denk ik dat het fout is om te spreken van échte en niet-echte Jin Jun Mei. Het zijn uitdrukkingen van verschillende stijlen binnen één groep, een beetje zoals in de wijn: in Bordeaux kan je zowel een goed gemaakte Médoc kopen als een wijn van een top-kasteel uit de Margaux. Beide zijn authentieke Bordeaux die over hun regio spreken, maar geen zinnig mens drinkt elke dag Château Pétrus, en het prijsverschil ontslaat een 'mindere' niet van de plicht om binnen zijn niveau zo goed mogelijk te zijn.

Dat gaan we hier eens testen. We proeven de Jin Jun Mei van Teastation, 25 euro voor 100 gram, een heel goed gemaakte basis-Jin Jun Mei, en we vergelijken hem met die van Mei Leaf, die 133 euro kost voor 100gram. Als je een stijl echt wil begrijpen moet je immers altijd de bovenkant van het spectrum geproefd hebben, de basis is meestal een betaalbare benadering van het product dat ooit het genre bekend maakte.


Links de Mei Leaf, rechts die van Teastation



Honey Style, Premium Label N° 31, Jin Jun Mei, Teastation

Verkocht per 50 gram, 12.6 euro per pakje. Van de Huang Gang Shan berg, op de rand van Wuyishan, de hoogste top van de regio. 1500 tot 1800m hoogte. De cultivar is Fu Yun N°6, een grootbladige variant die in 1987 werd geregistreerd en vandaag heel populair is. Met de hand geplukt, ergens voor het qingming feest.

11 januari 2019, 100ml, gaiwan, 90°C, 3 gram, 1 minuut 30 seconden. Redelijk groot blad, met veel 'goud', maar niet overdreven. Het natte blad heeft een mooi en karaktervol aroma, mooi breed en duidelijk. De kleur van de infusie is een naar het oranje neigend roodbruin. Zeer mooie, frisse neus, heel fruitig, mooie honingtoetsen, heel aangenaam en levendig. In de mond erg zacht, met een mooie afdronk, maar eerder dun van structuur. Wanneer de thee wat afkoelde kwam er wat astringentie. 2 minuten: iets roodbruinere infusie. In de neus kwam het moutige nu veel meer naar voor, op een wat eendimensionale maar lekkere manier. In de mond was de thee nu zoeter, met ook wat zurige elementen en opspringend fruit. Derde zetsel, 2 min 30 sec. alhoewel de aroma's neutraler werden, bleef de smaak erg lekker met een zoete finish die wat aan de zijkant van de tong zat. 😊😊😊(😊)
Deze thee kan ook uitstekend gezet worden op zijn Westers (en is dan zelfs ietsiepietsie lekkerder).








Gleaming Brow, Jin Jun Mei, Mei Leaf:

Gekocht op 2 januari 2020, 3 pakjes van 5 gram, 16.95 £ (133 euro voor 100 gram). Geplukt in maart 2019 en dus voor de start van de Chinese lente, van in het wild groeiende Xing Cun Xiao Zhong Wuyi Lapsang planten in Tongmu, als de allereerste lentescheutjes op oude struiken. Met de hand geplukt en gerold, en elke 10 gram is goed voor 1000 tot 1500 tips die geplukt worden met kleine plastic draagmandjes (zie de video). Volgens Mei leaf is dit authentieke Jin Jun Mei, en je kan hem herkennen aan de heel kleine blaadjes die overwegend donker van kleur zijn. Volgens hen zou er nooit meer dan 30% gouden leaf in een Jin Jun Mei mogen zitten.

11 januari 2020: Gongfu gezet met een 100ml gaiwan, 3 gram thee, 90°C en 10 seconden voor de eerste zetbeurt. Heel kleine en fijne blaadjes. Het natte blad heeft een onwaarschijnlijk complexe geur, met zwarte chocolade en iets heel floraals (ik dacht aan rozebottel, Mei Leaf aan geranium). Goudgele infusie met een oranje schijn. In de neus chocolade, maar dan in de vorm van een dessert waar ook nog andere dingen in verwerkt werden, echt héérlijk. In de mond zeer zacht, echt fluwelig, heel mondvullend, zijdezacht en luxueus. Heel lange finish. Uitzonderlijke thee, uitzonderlijke proefervaring.
15 seconden: het natte blad geurt identiek maar nog dieper en intenser. In het goudgeel van de infusie zit nu iets meer oranje.  De neus blijft complex maar krijgt nu ook iets moutigs en iets van tomaat en rozebottel. Echt heel zacht in de mond, met een zoetje achterin. Zeer lange afdronk, ik ben na 20 seconden gestopt met tellen. Geen spoor van het zure van de eerste thee, echt een bedwelmend lekkere thee is dit.
20 seconden: vleziger aroma's voor het nat blad, en nog meer oranje voor de infusie. Nog steeds een erg mooie, zacht moutige neus. In de mond nog even rond en fluwelig, maar met meer fruit.
25 seconden: ook hier terug dat fruit, maar de thee wordt meer timide (maar drinkt nog altijd lekker leuk weg).
😊😊😊😊😊
Deze thee moet je echt op zijn Chinees zetten, met een gaiwan of een yixing potje.





Er is hier een interessant dilemma. De tweede is zonder twijfel de beste, maar kost ook vijf keer meer. Het is ook een thee die je met concentratie drinkt en die vraagt dat je je alleen met hem bezig houdt (en die dat dan ook beloond). De eerste brengt precies wat de meeste mensen verwachten van een Jin Jun Mei, is toegankelijk en lekker, en is in dat genre erg goed gemaakt. De tweede is echter topkwaliteit die misschien niet voor iedereen weggelegd is. Maar kijk zeker eens naar de video van de mensen van Mei Leaf !


En als je nu echt geinteresseerd bent: hier is die van drie jaar geleden met meer uitleg over de verschillende kwaliteitsniveaus !





zondag 5 januari 2020

Jin Jun Mei: vijf thee's vergeleken

De aanleiding tot mijn vorige blog was eigenlijk een proefpakket dat ik aanschafte bij Thee van Sander (die wel vaker met van die interessante aanbiedingen komt). Proefpakketten zijn de ideale gelegenheid om een reeks thee's naast elkaar te proeven, en je kan er erg veel over leren. Je kan zo'n reeks uiteraard ook zelf samenstellen, maar het is af en toe wel eens makkelijk om dat te laten doen door iemand anders. Hier vond ik het interessant dat Sander startte met een goedkope Jin Jun Mei om dan door te gaan in stijgende (prijs)lijn, en te eindigen met twee thee's die ik waarschijnlijk nooit zou kopen omwille van hun prijs, maar die wel een essentiële afspiegeling bieden van wat Jin Jun Mei kan zijn. Want indien je een theesoort echt wil leren kennen moet je zowel de onderkant als de bovenkant van de markt geproefd hebben. De eerste twee kwamen van andere regio's, de laatste drie uit Tongmu en omgeving (zie vorige blog).

Jin Jun Mei 1, Thee van Sander:
26 euro voor 100 gram. Basiskwaliteit Jin Jun Mei, en niet afkomstig uit Tongmu. 6 december 2019, in de gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 90°C. Het droge blad heeft het typische uitzicht van een cliché-jin jun mei, met de overvloed aan gouden top, en is representatief voor een heel groot deel van het basisaanbod op de markt. Het natte blad geurt naar een kruidenierswinkel, met een mengel van kruiden, gerookt vlees en kookluchtjes, maar op een niet onaangename manier. De infusie is goudgeel met een oranje schijn. Ook in de mond die indrukken van geroosterd vlees en kruiden, maar zacht en aangenaam. Er bestaat slechtere thee. Bij een tweede zetsel met dezelfde parameters kwam er wat meer cacao voor het natte blad, en de thee was zachter en aangenamer, met minder rokerigheid. Iets in de thee stoorde me wat, en leek me wat chemisch en wat branderig. 23 december 2019, gaiwan, 98°C, 2 min, 2.5 gram. Rokerige Lapsang Souchong toetsen voor het natte blad. De geur van de infusie is bijna clichématig die van een commerciële Jin Jun Mei, maar is best wel ok met een leuke fruitige toets. In de mond zit iets plakkerigs dat ik niet kan plaatsen maar dat wat chemisch aandoet (pesticides ?). De afdronk is wel leuk. Ook een tweede en derde zetsel waren mooi zoet, lekker en met een mooie finish. Eigenlijk best wel een leuke thee, alleen dat chemische stoorde wat. 😊😊😊




Jin Jun Mei 2, Thee van Sander

Iets hogere kwaliteit maar ook niet uit Tongmu. 55 euro voor 100 gram. Het droge blad ziet er wat beter en fijner uit. 6 december 2019, gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 900C. Het natte blad had niet zoveel aroma en gaf een beetje een zure toets. De infusie was eerder caramelkleurig en had dezelfde wat zure geur. In de mond eerder dun, met wel wat florale toetsen en redelijk lange finish. Toevallig geproefd met wat noten, en dat was eigenlijk een erg goede combinatie, en hier kwam een mooie echo naar voren van puur rozen. In een tweede zetsel kwam dat ook meer naar voren. 23 december 2019, 2 min, 100ml gaiwan, 2 gram. Heel zwakke florale toets, maar voor de rest een beetje duf en saai. Niet veel soeps. 😊😊(😊) tot 😊😊 voor het tweede zetsel. 




Jin Jun Mei 3, Thee van Sander

Uit Tongmu zelf. 90 euro voor 100 gram. 6 december 2019, gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 90°C. Mooie droge blaadjes, klein met een mix van donker en goud. Mooi gevormde tipjes voor het natte blad, met een rijpere en diepere geur dan de twee vorige. Cacao en berghoning. Oranjekleurige infusie. Elegante en fijne maar weinig expressieve smaak. Tijdens het tweede zetsel gaf het nat blad meer specerijen dan cacao, en ook de infusie kreeg een verwarmend aroma, als kruidenkoek. Mooie volledige maak maar een erg beperkte afdronk. 23 december 2019, 2.5 gram, gaiwan 100ml, 98°C, 2 min. De geur van het natte blad is aangenaam maar erg bedeesd. Bij deze parameters eerder de kleur van mahoniehout. De aroma's waren ok, wat mout en honing, maar weinig smaak, heel zacht en neutraal. In het tweede zetsel was het aroma nog ok, maar in de mond werd hij erg kort en neutraal. De enige echte tegenvaller van de vijf. 😊😊(😊)   




Jin Jun Mei 4, Thee van Sander

Eveneens uit Tongmu maar dit is een single varietal, Mei Zhan, uit een theeplantage die zo'n 8 à 9 jaar in gebruik is. 120 euro voor 100 gram. Mei Zhan, of Mei Jian, is een traditionele cultivar uit Fujian die ook vaak wordt gebruikt voor oolongs. Gaiwan, 100ml, 90°C, 1 min. Heel mooi droog blad, mooi gevormd, veel lichte kleuren. Het natte blad heeft een zeer complexe geur met een hele mooie fruitige toets. Infusie is opvallend geel. Zeer lekker en zeer complex, heel breed en zacht, en heel origineel, met weinig aanrakingspunten met wat bij ons vooral herkend wordt als Jin Jun Mei. Opmerkelijk lekker en verrassend, met de diepgang van een mooie witte Bourgogne. In het tweede zetsel kwam de thee nog meer tot zijn recht, met prachtige tonen van honing, een heel mooie zoetheid, en de infusie was nu opvallend donkerder. Ook in de mond kwamen nu zeer mooie kruidige tonen naar voor, heel mooi en goed geponeerd. Hij leek een beetje op de eerste van de vijf, maar die was een karikatuur van deze ! Ook in het derde zetsel bleef het aroma erg mooi, met nog steeds duidelijk specerijen in het aroma en in de mond werd hij nog zoeter, en erg lekker. Ook een vierde en vijfde zetsel leverde en zoete kruidige thee op, en dit was de eerste thee die echt smeekte om meer zetsels. 22 december 2019, 100ml, gaiwan, 98°C, 2 min, 2.6 gram. Zeer mooi en complex aroma voor het natte blad, iets minder uitgesproken voor de infusie, maar in de smaak kwam alles terug. Deed me opnieuw denken aan de grootsheid van een top-chardonnay, heel zacht, heel veel volume, heel aanwezig, heel complex, met een zoetje dat perfect in het midden van de tong zat. Mooi licht bittertje in de mond dat extra structuur gaf. Lange, mooi ronde finish. Het tweede zetsel was een beetje anders, met wat crème brulée, maar zelfs na afkoelen zo mooi en rond en zacht en lekker ! 😊😊😊😊 





Eerste zetsel

Tweede zetsel

Jin Jun Mei 5, Thee van Sander

Opnieuw Mei Zhan uit Tongmu, maar vroeger geplukt met nog kleinere knoppen. 265 euro voor 100 gram. 8 december 2019, gaiwan, 100ml, 2.5 gram, 1 min, 90°C. Heel kleine knoppen voor het natte blad, met een complex en wat zurig aroma. Goudgele infusie. Heel zacht en zoet maar ook erg neutraal. Liet heel weinig los. Tweede zetsel, 70 sec: meer oranjekleurige infusie. Meer complexiteit voor het natte blad, maar bleef een heel neutrale ingehouden smaak hebben. Een derde zetsel was teleurstellend. 22 december, gaiwan, 2.3 gram, 98°C, 2 min. Redelijk intense geur voor de natte blaadjes met zurige elementen, sigarentabak en op de achtergrond iets van fruit. De infusie rook ongeveer hetzelfde. De smaak was erg neutraal en moeilijk te vatten, maar de finish was erg mooi en bleef hééél lang hangen. Heel zachte thee. Ook het tweede zetsel was zoet en zijdezacht, met een heel ingehouden kracht. Bizarre drinkervaring, mooi maar zo bescheiden...😊😊😊(😊)






Dit was een zeer interessante manier om vijf Jin Jun Mei's te vergelijken. Ik moet toegeven dat ik mij voor beide toppers, de twee laatste dus, heb moeten concentreren, het waren grootse maar geen voor de hand liggende thee's. In één van de interviews op het internet las ik dat Chinese proevers veel minder belang hechten aan aroma's en dat vooral de Westerlingen daarvoor gaan. Voor Chinezen is de diepgang en het volume in de mond veel belangrijk, en ze zouden zeer veel aandacht schenken aan de afdronk. Zo bekeken klopte deze degustatie ook wel, en ik zou ze eens moeten herdoen met een groepje van ervaren proevers, maar dat zal voor een andere keer zijn...