Pagina's

vrijdag 21 juni 2019

How Sir Thomas Lipton got his start

'Well, we'll try you on the nobs,' said Lord Ickenham doubtfully. 'But don't blame me if it turns out that that's the wrong thing and Lady Constance takes her lorgnette to you. God bless my soul, though, you can't compare the lorgnettes of to-day with the ones I used to know as a boy. I remember walking one day in Grosvenor Square with my aunt Brenda and her pug dog Jabberwocky, and a policeman came up and said that the latter ought to be wearing a muzzle. My aunt made no verbal reply. She merely whipped her lorgnette from its holster and looked at the man, who gave one choking gasp and fell back against the railings, without a mark on him but with an awful look of horror in his staring eyes, as if he had seen some dreadful sight. A doctor was sent for, and they managed to bring him round, but he was never the same again. He had to leave the Force, and eventually drifted into the grocery business. And that is how Sir Thomas Lipton got his start. 

P.G.WODEHOUSE, Uncle Fred in the Springtime., 1939



Lang, lang geleden was Lipton even bekend als een keten van winkels en later supermarkten dan als een theemerk. De thee bleef, de winkelketen is al lang verdwenen, maar voor Engelsen van een bepaalde leeftijd blijft de naam twee betekenissen hebben. 

P.G. Wodehouse is een Engelse humoristische schrijver die groot was in de periode tussen de twee wereldoorlogen en daarna nog lange tijd populair bleef. De meeste grote humoristische Britse acteurs zijn fans, en hij is voor een groot deel verantwoordelijk voor wat wij nu die typisch Britse humor noemen. Best niet lezen in het openbaar, frequent in lachen uitbarsten is een veel voorkomend bijverschijnsel bij het lezen van zijn boeken. 


vrijdag 14 juni 2019

The Life of Tea: een theetafelboek.



Dit prachtige boek lijkt op het eerste zicht een echt theetafelboek: prachtige foto's die doen dromen van verre landen...maar het zijn de teksten die het echt de moeite maken. En al lezend bedacht ik me: indien thee ooit in het Westen het statuut van wijn wil bereiken dan is dit de weg.

Het boek start zoals zoveel theeboeken met wat informatie over de soorten thee, over terroir en over soorten, maar het wordt pas spannend wanneer de auteurs beginnen te praten over de unieke plaatsen waar de grootste thee's ter wereld vandaan komen. Dit is een boek dat onbeschaamd praat over de toppers waar in de Westerse wereld nog altijd maar een minuscuul deeltje van de theedrinkers in geïnteresseerd is en het doet dat zoals we dat gewoon zijn bij de grote wijnen: een verhaal van terroir, cultivars, tradities en persoonlijkheden. De schitterende groot-formaatfoto's doen die teksten ook spreken en de lezer dromen, en plots begrijp ik de Chinese wijnliefhebber die op pelgrimage gaat naar de Bourgogne veel beter: daarvoor ging hij ook al naar Bulangshan, of naar Fuding. Voor mij is het dit dat de betere échte thee's in Europa groot kan maken, niet de blends, niet de icetea's, niet de doorsnee...er is echt wel een verschil tussen een goedkope Long Jing van een merkthee en die duurdere maar veel maal betere die een goede handelaar je aanbiedt. De thee's die de reputatie van thee moeten maken zijn de toppers, een goddelijke dong ding uit Taiwan, een perfecte gyokuro uit Uji, een peperdure pu'er cake, een ongelooflijk complexe Silver Needle, een perfecte Long Jing. Om iets te kunnen waarderen moet je ook de top geproefd hebben.

In het laatste hoofdstuk, over Tea Towns & Culture, spreekt de auteur over plaatsen waar de consumptie van thee een hoofdrol speelt, in Beijing, in Shanghai, in Kyoto, en hij eindigt met een stuk over keramiek. Het is geen boek voor beginners, het vereist al een zekere basiskennis; het is geen naslagwerk of inleiding tot. 

Dit boek doet dromen van thee, van het drinken bij je thuis tot het reizen naar de geboorteplaatsen van wat je drinkt, en het benadert zijn onderwerp zoals het hoort: met ongebreidelde trots op wat één van de meest complexe dranken ter wereld is.  

vrijdag 7 juni 2019

Three Teas Tasted: Black Beni Wakoucha

Het is eigenlijk bijna een pleonasme, die Black Beni in de titel, want in het Japanse betekent Beni rood, en net als de Chinezen noemen de Japanners hun zwarte thee rode thee naar de kleur van de infusie. Rood slaat op de thee die van de cultivar gemaakt zou moeten worden, en dat is dus een Wakoucha, een kou cha (rode thee) uit Japan (Wa), en voor ons dus een zwarte thee. Is dit nu zo speciaal ? Ja, want Japan is bij uitstek het land van groene thee, en bijna alle Japanse cultivars zijn specifiek ontwikkeld voor groene theesoorten. Maar er is een periode waarin de Japanse regering het belangrijk vond om de export aan te zwengelen, en de buitenlandse markten vroegen naar zwarte thee... Japan stuurde op het einde van de 19de eeuw 1875 een oude samourai, Tada Motokichi, op studiereis naar China en Indië, en de assamica-zaadjes die hij meebracht en plantte zijn de voorouders van onze drie Beni's: Benihomare, Benifuki en Benihikari.



We proefden ze zij aan zij, met officiële tasting cups, op 1 juni 2019 met water van 98°C, een trektijd van 60 seconden, en 5 gram thee op 125ml. Ze komen alle drie uit een tuin in Tsukigase bij Nara, bio sinds 1984 en geleid door Iwata Fumiaki. Het is een koude tuin waar soms een maand later geoogst kan worden dan in de warmste delen van Japan, en hij past sinds 2011 nog uitsluitend groenbemesting toe met bladeren en takken uit het bos. Ik kocht ze bij The Tea Crane, een Belgisch-Japanse specialist in Japanse thee.

Iwata Fumiaki, de maker van al dat lekkers (foto: The Tea Crane)




Benihomare, Wakocha, 2018, The Tea Crane: 
Toen de Japanse regering na Wereldoorlog II begon met de classificatie van de meest geschikte cultivars in proefstations was dit de cultivar die het nummer 1 kreeg (de nu alomtegenwoordige Yabukita was nummer 6), en dit laat zien hoe belangrijk zwarte thee en de bijhorende export was voor Japan. De naam betekent Rode Eer en de plant werd in 1942 geselecteerd uit een reeks theestruiken die afstamden van de Assamica zaden die Tada Motokichi meebracht. In 1953 werd hij officieel geregistreerd en tussen 1955 en 1971 werd hij breed aangeplant toen de productie van zwarte thee snel groeide in Japan. Na de ineenstorting van de vraag werd veel Benihomare gerooid, maar er staan nog oude struiken, en sommige boeren zijn nu bezig met hem opnieuw aan te planten. De blaadjes zijn redelijk groot, als bij een assamica, en de cultivar is een laatbloeier die pas laat in de lente in gang schiet en niet bekend is voor zijn grote productiviteit. Ik betaalde voor dit exemplaar 37 euro voor 100gram, en de struiken waren 13 jaar oud en stonden op 230m hoogte op zand en klei op het Iguchi Yama perceel. Om de bittere toetsen van de Assamica variant te vermijden werd de verwelkingsfase kort gehouden.
De droge blaadjes zijn grijsgroen, redelijk groot en mooi, met een paar bruine steeltjes, en geuren rijk en weelderig met een sterke vlezige toets en mooi onderliggend fruit. De natte blaadjes geuren zeer floraal en zijn mooi egaal bruin à bronsgroen. De smaak is vlezig en rond en zacht, met pas een klein tikje astringentie achteraan die wat ruggegraat geeft. De thee is heel toegankelijk en evenwichtig, maar nogal kort. 😊😊😊(😊)

Benifuki, Wakoucha, 2018, The Tea Crane:
Deze cultivar werd pas in 1993 geregistreerd als nummer 44 en is een kruising tussen Benihomare en Makure Cd86, een camellia sinensis sinensis uit Darjeeling. Er wordt ook groene thee mee gemaakt voor hooikoortspatiënten en hij wordt wat vroeger geoogst dan Benihomare en Benihikari. De naam betekent (ongeveer) rode rijkdom en eerbetuigingen. Ik betaalde voor deze thee 37 euro voor 100 gram en hij komt van 12 tot 13 jaar oude theestruiken uit drie verschillende percelen op hoogtes van 230 tot 300 m.
De droge blaadjes zijn mooi grijsgroen, met een paar meer lichtbruine en steeltjes, en ze geuren meer houtig, redelijk erg strak maar eveneens met een vlezige toets. Ook de natte blaadjes geuren erg houtachtig, met toetsen van fruit weliswaar, en tussen de natte blaadjes zitten ook meer roodachtige. In de mond start de thee erg vlezig maar een wat overheersende astringentie duwt alles snel weg, en de thee doet wel wat denken aan een Assam.
😊😊😊(😊)

Benihikari, Wakoucha, 2018, The Tea Crane:
Deze cultivar werd geregistreerd in 1960 als nummer 28 en is een kruising tussen een Benikaori en een lokale variant gekruisd met Makure Cn1, een van oorsprong Chinese cultivar. Hij werd ontdekt in Kagoshima. De struiken zijn ongeveer 13 jaar oud en staan op 250m hoogte in één enkele theetuin die langs één kant geflankeerd is door de Yabukita van dezelfde boer en aan de andere kant door pruimelaars. Ik betaalde 37 euro voor 100 gram.
De droge blaadjes geurden zacht en fruitig met een licht vlezig-rokerig toetsje, dat vaag wat aan turf deed denken, het meest elegante aroma van de drie. De kleur was een grijsgroen met nogal wat kleine steeltjes. De natte blaadjes en de lege cup geurden overweldigend naar jam, op een heel fijne en elegante manier. Nat viel het grotere aantal wat groenere blaadjes op. In de mond een héél elegante thee met een héél lange afdronk, héél fruitig, met duidelijk pruimenjam (en goeie pruimenjam!). 😊😊😊😊

Na afloop kregen de drie thee's nog een proeflepel melk te verwerken. De Benihomare hield hier wel van, hij werd delicieus, zacht en lang en overheerlijk, een echte allemansvriend. De Benifuki zat in hetzelfde register, heel lekker maar iets houtiger. De Benihikari was absoluut ongeschikt voor melk.



Japanners maken overigens hun zwarte thee niet alleen met deze speciaal ervoor ontwikkelde soorten. In principe kan je van elke cultivar zwarte thee maken, en hier wordt dat dan ook gedaan. Zo kan je zwarte thee proeven die gemaakt werd met Yabukita, de meest populaire groene, of met één van de speciaal voor kamairicha ontwikkelde cultivar's.

Over mijn eerste kennismaking met wakoucha kan je hier lezen: https://theenatuurlijk.blogspot.com/2018/04/three-teas-tasted-japanse-rode.html
Je vindt alle wakoucha's die ik al proefde terug op de Theeencyclopedie (die met drie e's!): http://theeencyclopedie.be/







vrijdag 31 mei 2019

De opvoeding van een yixing theepot: een werkje van geduld

De Yixing theepot waarover ik vorige keer zo opgetogen berichtte staat nu al een weekje of twee te pronken op zijn doosje. Maar daar dient hij uiteraard niet voor. Hij dient om thee te zetten, maar kan je dat zomaar met zo'n nieuwe pot ? Ik stelde de expliciete vraag aan Dan-Dan (waar de pot vandaan kwam) en kreeg een handleiding mee. Een feestdag eind mei bracht tijd en gelegenheid om mijn pot op te voeden en te doen wennen aan de thee's waarvoor hij bestemd is.

Yixing potten zijn gemaakt van poreuze klei en ze hebben dus een geheugen en een persoonlijkheid. Die persoonlijkheid moet ontwikkeld worden, een proces dat over lange tijd wordt gespreid, maar zoals bij veel dingen is de start belangrijk. Deze pot is voorbestemd voor het zetten van pu'er, de zwarte gefermenteerde thee uit China die een categorie op zich is: de duurste thee's van de wereld vallen hier onder, en als er één thee is die je kan vergelijken met Bordeaux wijn qua prijzen en bewaarpotentieel dan is het deze. Hun vaak erg specifieke aroma's en smaken maken dat ze best hun eigen theepot krijgen.

Op de voorgrond de nieuwe voor Pu'er bestemde theepot, 
op de achtergrond een heel 'cute' klein theepotje voor de gongfu manier van theezetten


Stap 1:
De theepot moet worden gespoeld met heet water en de binnenkant geborsteld om stof of eventuele kleikorreltjes weg te doen. Een detergent mag niet worden gebruikt omdat dat de theepot ernstig zou beschadigen.



Stap 2:
Maak een grote pot kokend water en herhaal stap 1 daarmee.

Eerste ontmoeting tussen de pot en een pu'er drakenparel

2015 Sheng Pu'er drakenparel, 8g



Stap 3:
Laat je pot zachtjes in het hete water glijden dat nu gestopt is met koken. Bij voorkeur leg je een doek op de bodem zodat de theepot door het schokken bij het koken niet kan breken (of wees héél voorzichtig). Voeg de thee toe waaraan je de pot wil doen gewoon worden, in dit geval een sheng pu'er uit 2015 die Dan-Dan had meegegeven. Laat 10 minuten trekken zodat de pu'er-blaadjes loskomen.





Stap 4:
Breng aan de kook. Van het moment dat de thee kookt draai je het vuur op de laagste stand en laat hem tien minuutjes borrelen. Na tien minuten laat je de thee tien minuten rusten met het vuur uit. Herhaal deze stap minimaal twee keer.



Stap 5:
Zet het vuur af en laat de thee nu afkoelen met de theepot erin, minimaal voor vier uur, maar sommigen raden 24 uur aan.



Stap 5:
Neem de theepot uit de pot, spoel hem en droog hem zachtjes, en laat hem bekomen van de inspanning.



Stap 6:
De eerste zes à zeven zetdagen zal de pot nog niet in grote vorm zijn en kan de smaak nog evolueren. Daarna is de pot opgevoed en kan de pu'er reis beginnen. In één van de volgende blogs leg ik uit wat een Pu'er thee precies is, en zet ik mijn eerste passen op het bochtige en gevaarlijke bergpad van sheng pu'er's.



zondag 26 mei 2019

Flugtee. Darjeeling First Flush 2019.

Ik schreef in een vorige blog al eens over de Darjeeling First Flush die in de lente in onze contreien arriveert en altijd een zekere opwinding veroorzaakt, maar als er één land in de wereld is waar dit echt heel intens is dan is het Duitsland. In de etalage van elke theewinkel hangen nu A4'tjes omhoog met de aankomstdata van de 'Flugtee's', en de toppers zijn altijd bijzonder snel uitverkocht, zodat de klanten verwittigd worden per mail wanneer hij in de winkel ligt. Allerlei websites bieden ook reservatie-mogelijkheden aan om zeker die van de theetuinen die je volgt niet te missen. Men noemt ze Flugtee's omdat ze speciaal worden ingevlogen vanuit Indië voor de Duitse markt, en ze zijn dan ook nooit goedkoop. Maar ze zijn de eerste van het nieuwe jaar, en voor de theeliefhebber even goed verbonden met de lente als tulpen of kersenbloesems. Meer daarover in een vorige blog: https://theenatuurlijk.blogspot.com/2017/10/first-flush-2017-darjeeling-namring.html

Ook in België doet de betere theewinkel mee met deze hype, en Brown Betty uit Leuven meldde een paar weken geleden trots op hun facebook-pagina dat hun eerste First Flush was aangekomen. Allen daarheen dus, om te kopen en te proeven.



Darjeeling First Flush 2019 Victoria's Peak SFTGFOP1

12.5 euro, Brown Betty, Leuven. 21 mei 2019: 3 minuten, 3.3 gram, 250ml, 90°C. De droge blaadjes zijn overwegend groen en gebroken met bruin geoxideerde er doorheen gemengd, en ze geuren eerder zoet. De kleur van de infusie is diep geel, als verbrande boter. In de neus bloemen en vers hooi. De mond is verrassend zacht en breed met een heel lange afdronk. Verrassend lekker. 😊😊😊(😊) 25 mei, experimentje met 5 minuten trektijd, zelfde parameters: enorm dik, bijna stroperig, een bruingele infusie, aroma van kervel en geen spoor van astringentie ! Zelfde dag, 2,5 min, 2.5 gram, 250ml, 90°C. de kervel valt me nu meer op, maar bloemen en hooi keren ook terug in de neus. Achteraan in de mond van deze zeer ronde thee duiken mooie complexe elementen op en die komen ook nog eens terug in afdronk. Een heel aangename thee. 😊😊😊(😊) Victoria's Peak is een deel van één van de oudste theetuinen van Darjeeling, die van Steinthal, in 1852 opgestart door een Duitser. 




2019 wordt waarschijnlijk een moeilijk jaar voor Darjeeling. In 2018 werd de streek getroffen door een golf van geweld en stakingen, en thee is een extreem arbeidsintensieve landbouwvorm. Zeer veel pluksters en zelfs managers gingen ervandoor naar regio's of bezigheden die lucratiever zijn en Darjeeling zucht onder een gebrek aan arbeidskrachten. In tegenstelling tot koffie is er teveel thee op de wereld en lukt het thee veel minder om een hype te creëren bij het grote publiek. De meeste thee wordt verkocht aan prijzen die uitbuiting en extreme arbeidsomstandigheden veroorzaken. Voor First Flush is dat een groot probleem omdat de periode waarin First Flush geplukt kan worden heel kort is, wanneer de theeplant zijn scheutjes krijgt. De thee die nu geoogst wordt is van topkwaliteit en is gezocht en hij kan verkocht worden aan veel hogere prijzen. Wanneer de producent door te weinig pluksters dit moment mist schiet de theeplant door, de kwaliteit zakt pijlsnel, en de prijzen navenant. Plukken moet hij in ieder geval, zelfs als het al te laat is voor de First Flush, anders mist hij ook de Second Flush waarmee de gewone Darjeeling wordt gemaakt. Na de moeilijkheden van 2018 volgt er dus opnieuw een serieuze financiële tegenslag. En de kwaliteit ? Die zou in de theetuin zelf ok zijn, maar rapporten op internet lijken heel grote kwaliteitsverschillen aan te geven die niet volledig kunnen worden weggewerkt door het blenden. Moet U dan overslaan ? Neen, want precies dit is het spannende aan thee of wijn: ze zijn de uitdrukking van hun jaar, en anders is niet noodzakelijk slechter. Ik vind dit één van de lekkerdere exemplaren die ik al geproefd heb.


Op de valreep kwam er nog een tweede First Flush aan bij Brown Betty, en de eigenaar was zo vriendelijk een sample mee te geven.



Monteviot Organic FTGFOP1 DJ1

Deze thee komt van één van de kleinste maar ook oudste theetuinen van Darjeeling, opgericht vier jaar na die van Steinthal. Het is in handen van de Darjeeling Organic Tea Estates PL. DJ1 betekent dat het de allereerste pluk is. 25 mei 2019: 2.5 gram, 250ml, 2 min, 90°C. De blaadjes zijn heel uniform groen. Het aroma van de droge blaadjes is heel floraal, opnieuw dat hooi maar het heeft ook iets vlezigs dat wat aan gerookt spek doet denken. De natte blaadjes geuren frisser en groener dan de vorige en de infusie geurt naar frisse buitenlucht en bloemen, een beetje zoals 's morgens in de tuin staan en diep inademen. De kleur van de infusie is echt strogeel, goud bijna, zonder de lichte bruine zweem van de vorige. In de mond zacht en veel eleganter dan de vorige met een vleugje van die vlezigheid. In de afdronk zit opnieuw die indruk van een frisse lentewind die door grasland waait (zondagnamiddag nog geroken bij het lopen...) 😊😊😊(😊)



dinsdag 14 mei 2019

Oh happy day ! Een nieuwe theepot in het leven van een theedrinker...

Het is bijna niet uit te leggen aan een niet-theefanaat: de opname van een nieuwe theepot in de verzameling, en wat dat betekent. En daarom, hier, in een paar afleveringen, het opwindende verhaal van mijn nieuwe Yixing theepot.

Al wie verder en verder vordert in het theeverhaal begint op een bepaald moment gefascineerd te worden door twee van de grote theelanden: Japan en China. En in beide landen worden theepotten gemaakt die anders zijn dan degene die wij kennen. Ze zijn immers niet van geglazuurd porselein, maar ze zijn gemaakt van poreus aardewerk. Hierdoor ontstaat er een heel apart en eigenaardig fenomeen: deze theepotten hebben een geheugen.

Door de poreuze binnenzijde van deze potten dringt de thee die je drinkt ook door in de huid van de pot, die bij elke zetbeurt dus een beetje gaat veranderen, en de thee laat elke keer wat smaak of aroma na. Zo krijgt elke pot een geschiedenis die helemaal anders is dan die van een andere, en zal hij heel subtiele verschillen geven bij het zetten. Men zegt dat de pot zich zo herinnert wat de eigenaar gedronken heeft, en dat is ook de reden waarom de theefanaat minstens drie goede theepotten heeft, voor elke soort één: voor groene, voor zwarte en voor pu'er.




In mijn verzameling ontbrak die laatste nog en de keuze is een belangrijke. Pu'er is de meest complexe en ondoorgrondelijke van alle theesoorten, en daarom wou ik de keuze van een pot niet aan mijn eigen bescheiden kennis overlaten. Ik trok op zoek naar informatie en advies, en die vond ik bij Dan-Dan. De eigenares stelde ons een paar potten voor, gaf ons advies en prijzen, en na lang en diep denkwerk viel mijn keuze op een theepot van mijnheer Li Jun, in donkere 'purperen' Lao Zi klei. Een paar dagen arriveerde hij, en zelden heb ik zoveel plezier beleefd aan het uitpakken.

inclusief Pu'er sample, om de theepot te 'trainen'

uit het doosje...
uit het zakje...

en met de tekst:
'wees nooit kortzichtig; vind je doel in het leven wanneer je tot rust komt'


Daar was hij dus, mijn nieuwe... Maar nu begon het moeilijke stuk: de opvoeding. Daarover meer in één van de volgende blogs.

PS zelf een yixing kopen ? Hier zijn een paar dingen om op te letten. Eerst en vooral moet de structuur van de klei een beetje korrelig aanvoelen, een beetje ruw en niet té glanzend. Het deksel moet goed aansluiten om morsen te vermijden en de hitte goed vast te houden (die hitteretentie is één van de voordelen van zo'n klei). En ten derde moet de teut, de hendel en de rand in één lijn liggen: idealiter raken de drie elk de tafel als je hem omdraait (de mijne deed dat niet...oei?). Hij moet ook helder en metalig klinken als je het deksel tegen de pot stoot, in een hoge toonaard.

zondag 28 april 2019

Afternoon Tea: Reid's Hotel, Funchal, Madeira

Er zijn plaatsen op de wereld waar thee drinken een aparte ervaring wordt. En een Afternoon Tea in een luxe-hotel van echte topklasse hoort daarbij. Dit is waarschijnlijk een klassieker, en hij stond al een paar jaar op mijn verlanglijstje.



Het Belmond Reid's Hotel ligt een beetje buiten het centrum van Funchal, op één van de grote rotsen die uitkijken over de zee en de stad, en is al sinds de 19de eeuw toen William Reid, een handelaar in Madeira-wijn, het oprichtte, een luxehotel van een bijzonder hoog niveau. Het was lang in handen van Blandy's en was de verblijfplaats in Madeira van een schare bekende of minder bekende rijken en superrijken. Op de minverdieping, waar de boetiek en de billiard room zijn, staan hun foto's in vitrinekasten. Winston Churchill was één van de bekendste en hij verbleef hier om te schilderen en uit te rusten, en heel wat beroemdheden trouwden er. Een verblijf hier viel een beetje buiten de financiële mogelijkheden (maar doen het één keer in je leven, eens verblijven in zo'n luxe-hotel !), maar thee zat er wel in...

Eerst en vooral, wat is een Afternoon Tea ? Het gebruik ontstond rond 1840 door de introductie van gasverlichting. Dit liet de upper class toe om later op de avond aan tafel te gaan, en omdat middageten toen niet in de mode was, werd er een eetmoment gelanceerd om de honger tussen ontbijt en avondeten te stillen. De hertogin van Bedford op Woburn Abbey was de eerste om het te doen, en haar vriendinnen en kennissen vielen als een blok voor de nieuwe gewoonte. Het is de reden waarom oude theeserviezen een gouden randje hebben: in de winter werden de kaarsen of de gasverlichting al in de namiddag aangestoken en het licht kon zo weerkaatsen in het gouden randje. Vaak wordt het verward met high tea, dat iets heel anders is en later op de avond gebeurde en werd begeleid door warm eten, wat nooit het geval is bij afternoon tea. Andere benamingen voor afternoon tea zijn 5o'clock tea, little tea of low tea (dat is wanneer je hem in de tuin drinkt, op lage stoelen aan een tuintafeltje of op het gazon).



Wat is dan een klassieke afternoon tea ? Wel, je begint altijd met sandwiches waarbij een glas champagne mag worden geserveerd. Voor de maker is dit een eerste gelegenheid om uit te blinken, maar ze zijn altijd licht, met frisse smaken als komkommersandwiches of zalm. De thee komt dan op tafel bij de tweede gang die bestaat uit scone's, die wonderlijke Engelse uitvinding die zo geweldig combineert met clotted cream en jam. De thee's die hierbij worden geserveerd zijn lichtere blends dan de thee's die je drinkt bij het ontbijt en melk, citroen en suiker staan altijd ter beschikking. Ik dronk een Assam Hazelbank, mijn vrouwelijk gezelschap een groene thee uit de Azoren. Darjeeling's en Earl Grey wordt ook vaak geserveerd, maar de keuze ligt bij U. Afsluiten is altijd met gebakjes van het huis waarbij de laatste thee wordt gedronken.



Reid's is legendarisch voor de ronduit fantastische service, de kwaliteit van alles wat hier op tafel komt, en het ronduit fabelachtige uitzicht. Je moet reserveren (kan online) en de twee theemomenten zijn 15u en 16u30, maar als je op Madeira bent, en ik kan dat iedereen aanraden, en je lust thee, dan mag je dit niet overslaan. Het is van het eerste tot het laatste moment een belevenis. Er is een dresscode voor de heren. Van de dames wordt verwacht dat ze elegant en charmant zijn...