Pagina's

zondag 17 juni 2018

Scottish Breakfast Tea

'My goodness,' said Nicola, as she emerged from sleep. 'Is that a cup of tea I see before me ?'
'Macbeth asked wether it was a dagger,'said Bertie. It might have been better for him - and for Scotland - had it been a cup of tea.'

Alexander McCALL SMITH, The Revolving Door of Life. A 44 Scotland Street novel.


Deze prachtige reeks van Alexander McCall Smith speelt zich af onder de bewoners van 44 Scotland Street in Edinburgh New Town, en is één van de meest hartverwarmende die ik ken. De verhalen worden eerst gepubliceerd in The Scotsman, de lokale krant, en dan later in boek uitgegeven voor de rest van de wereld. Het is niet moeilijk om verliefd te worden op hun wereldje met zijn heerlijke mix van absurde maar héél fijne humor, alledaagse beslommeringen en prachtig uitgewerkte karakters zoals de ijdele Bruce en de 7 jaar oude Bertie Pollock, die in dit deel (spoiler alert!) niet alleen de uitermate trotse eigenaar wordt van een blauwe jeansbroek maar ook van een kilt en sporran, in een hoofdstuk dat tot tranen toe beroert. Eén van mijn favoriete figuren is de hond Cyril, worstelend tussen zijn plicht en de bijna onweerstaanbare drang naar het bijten in uitnodigende kuiten, maar elk van de boeken bulkt uit van de figuren om van te houden. 

Na het lezen van bovenstaand fragment kon ik niet anders dan tijdens een reis door het Noorden van Schotland op zoek te gaan naar Scottish Breakfast Tea. Van de drie Britse ontbijtthee's (Irish, English en Scottish) is dit meestal de hartigste en sterkste. Dit zou te maken hebben met het Schotse water waarbij deze blend het beste zou passen, maar volgens mijn mening heeft het ook alles te maken met de ingrediënten van een Schots ontbijt, waarin bloedworst (black pudding) en haggis* frequent voorkomen, en waarin voor de diehards zelfs plaats voorzien is voor kippers, koud gerookte haring waarvan de smaak je vaak nog de hele dag verder begeleid (de portie gaat van de elegante kippers van Culloden House in Inverness tot de reusachtige exemplaren die men serveert in de Stein Inn op het eiland Skye. De ontbijtthee die dit culinair geweld aankan moet een bijzonder goed ontwikkeld paar kl.... hebben, en dat heeft Scottish Breakfast Tea.

Scottish Breakfast Tea, Edinburgh Tea & Coffee Company

Gekocht 9 juni 2018 in Ullapool, 1.95 euro voor 50 zakjes. Best before feb 2021. Ongeveer 2 gram CTC thee in een papieren container, met lichte kleurverschillen. De kleur van de infusie is helder en donker-mahoniebruin en het aroma ruikt sterk en krachtig met een mooie fruitigheid. Met melk een mooie lichtbruine kleur (net chocomelk). Een stevige tas thee, goede ontbijtkop. 😊😊(😊)



De Edinburgh Tea & Coffee Company ging vroeger door het leven als de Melrose Tea Company, in 1833 opgericht door Andrew Melrose die als eerste Schot het Britse monopolie doorbrak door met de tea clipper Isabella de Firth of Forth op te varen en zijn eigen thee te lossen. In 1990 werd de maatschappij overgenomen door zijn eigen management en herdoopt.

As seen in the Strathnaver Museum in Farr


Breakfast Tea. Maw Broon's Kitchen

Gekocht 10 juni in de shop van Inverewe Garden, 4.99£ voor een blik met 50 zakjes, elk van 2.5 gram. Mix van Assam en Kenya. Uit het blik stijgt een kloek en strak aroma op, heel Assam gedomineerd. Donkere, op koffie lijkende infusie, heel lineair geurend. Met melk mooi caramelkleurig. In de mond een stevige, strakke thee die doet denken aan grote theepotten aan ontbijttafels met véél eten en véél volk, een echte wake-me up cup, maar elegantie is ver te zoeken (had de vorige wél wat). 😊😊



Maw Broon is een karakter uit een stripreeks die al sinds 1936 loopt in de The Sunday Post, een Schotse krant. Ze is de matriarch van de familie Broons, een working class family met 8 kinderen die wonen in het fictieve Auchenshoogie.



* meer weten over haggis ? kijk hier 

zondag 10 juni 2018

Dong Ding !

En dus niet ding dong, dàt was iemand die aanbelde, en al zeker niet Dom Ding, wat niet aardig is om te zeggen tegen een lezer...

Maar wel dong ding dus, en wel een topper, en wél de allerbeste thee die ik tot nu toe gedronken heb!

Dong Ding (ook bekend als Tung Ting) is een oolong-thee uit Taiwan. Het woord betekent Ijzige Top en slaat op de gelijknamige berg aan het Chi-Ling meer, in de Lugu regio in het kanton Nantou, in het midden van Taiwan. De aanplant hier komt oorspronkelijk uit Fujian in China waar ze groeiden in de Wuyi bergen. Rond 1875 bracht een local 12 struiken mee die hij hier aanplantte, en ze zijn de basis van het genetisch materiaal voor alle theestruiken die hier nu staan. De planten staan op hoogtes tussen de 700 en 800 meter boven de zeespiegel en de ligging ervan is cruciaal. De hoogte is nodig voor de grotere verschillen tussen dag- en nachttemperaturen en de beste liggen op plaatsen waar palmbomen en reuze-bamboe schaduw en bescherming tegen de wind geven en waar de ochtendmist het langst blijft hangen.

De pluk kan zowel machinaal als met de hand gebeurt zijn, en de blaadjes zijn redelijk groot, meestal met drie of vier tegelijk geplukt, soms met een bot. Omdat Dong Ding een ball oolong is, is het altijd een mooi schouwspel om te oorspronkelijke droge kogeltjes te vergelijken met de grote ontrolde steeltjes met hun blaadjes, en je vraagt je af hoe ze er in slagen die kogeltjes te maken. De oxidatie ligt meestal rond de 30%, niet zo heel hoog dus, en dat zorgt vaak voor een grote complexiteit terwijl de thee toch ook zoet en zacht blijft.

Dong Ding Oolong-Roasted, Mist: 

44 euro per 100gram, maar gekocht in mei 2017 op het FesTEAval als een sample van 10 gram, deel uitmakend van een MIST proefpakket. De boerderij waar hij vandaan komt gaat prat op een unieke en zeer trage, voorzichtige roostertechniek die thee zo uniek en veellagig complex maakt. De techniek wordt van generatie op generatie doorgegeven en de huidige boer mocht pas op zijn 23 jaar delen in het geheim van zijn vader en grootvader. Vandaag gaan technieken die grootvader nog ontwikkelde hier hand in hand met vernieuwingen van vader en kleinzoon. Er wordt maar twee keer per jaar Dong Ding gemaakt, in de lente en in de herfst en de hoeveelheden zijn eerder klein.

27 mei, op de westerse manier, 85°C, Spa, 5 minuten trektijd, 250 ml water. De natte blaadjes geuren bijzonder complex, naar herfstblad en oolong 'bosgrond'. De kleur van de infusie is oranje-achtig, iets tussen goudgeel en bruin. Het aroma is héél mooi, met een heel knap evenwicht, heel fruitig, heel aangenaam en om aan te blijven ruiken. In de mond opvallend fris en mooi fruitig, opnieuw dat mooie evenwicht, en met een bijzonder lekkere en erg lange afdronk met een licht geroosterde toets...bijzonder lekkere thee, ik proefde ook iets minty.



2 juni, op de oosterse manier. 90°C, 200ml Spa, 5 gram, in een Kamjove glazen theepot. Eerst gespoeld met heet water, dan een eerste zetsel met een trektijd van 2 minuten. De natte blaadjes geuren onwaarschijnlijk complex, het is alsof je je hoofd in een dampende keuken op volle toeren steekt, zoveel dwarrelt er in de geur door elkaar, en ik ruik vleesbouillon, paddestoelen en fruit. De lange steeltjes tellen drie à vier redelijk grote en erg mooie blaadjes, tamelijk donker. De infusie zelf geurt iets rustiger en compacter en gebalder, maar zéér evenwichtig en aangenaam, en blijft lang hangen in de neus. In de mond minder uitgsproken, maar heel beschaafd en met een erg lange afdronk met iets romigs, als aardbeien met slagroom. Tweede zetsel, 2 minuten 30 seconden. De blaadjes geuren nu wat scherper en zijn volledig ontplooid en zijn prachtig. De infusie zelf is nu voller en krachtiger en absoluut delicieus. De smaak is nu goddelijk met een heel mooie astringentie die echt iets toevoegt aan de ervaring, en is zo complex en boeiend dat deze thee voor mij in toprestaurants mag geserveerd worden. Derde zetsel, 3 minuten. Het aroma zakt nu wat weg en de infusie wordt veel donkerder. De smaak is wel nog altijd erg lekker, maar nu subtieler en bijna melancholisch, het spectaculaire van de vorige twee zetsel is weg, maar de herinnering eraan zit er nog in. Dit is één van de beste thee's die ik al dronk, misschien zelfs de beste, en hij krijgt dan ook 😊😊😊😊😊, en zo hoog scoorde ik nog nooit een thee.

Mist is een jonge importeur van specialty teas uit Taiwan, en bestaat uit Geert de Taeye en Dorien Selleslagh. Ze trekken zelf naar Taiwan om er hun thee rechtstreeks bij de boeren aan te kopen.

vrijdag 1 juni 2018

Kamjove en de Auto-Open Tea Art Pot

Er ontwikkelt zich langzaam aan een diepe zucht van verlichting ten huize van deze blogger. Men moet afzien om schoon te zijn, en dat geldt blijkbaar ook voor verbouwingen. Gedurende meer dan tien weken was onze keuken slechts sporadisch min of meer toegankelijk. Dat wil zeggen dat de volledige kasteninhoud verspreid staat in dozen in living en kelder, eten gebeurt op de twee vierkante meter die nog vrij was in diezelfde living, en dat Operatie Thee mocht verhuizen naar mijn kantoor op zolder. Waar ik als een soort slangenmens, bedolven onder de stapel theecontainers en zakjes probeerde mijn zelfstudie verder te zetten en af en toe lekkere thee te maken. De verbouwingen lopen nu op zijn einde en de redding is in zicht, maar zonder deze uitvinding had ik het thee-gewijs niet overleefd. Ik kan geen gongfu thee zetten in een puinhoop...


De Kamjove Auto-Open Tea Art Pot was me aangeraden door Dan-Dan die hem ook zelf gebruiken in hun marktwagen. Hij is heel geschikt voor het maken van één of twee tassen thee en dus ideaal voor de individuele thee-drinker. Bovendien is hij, en dat vond ik heel interessant, heel goed om de oosterse 'gongfu' manier van theezetten na te bootsen waarbij een redelijk grote hoeveelheid thee wordt gebruikt om vijf zes keer achter elkaar thee te maken met dezelfde thee, met redelijk korte maar steeds langer wordende trektijden. Dat doe je eigenlijk in gezelschap, en met kleine kommetjes zodat iedereen over de thee kan praten, maar hier gebruik ik grotere theekopjes in wit porselein voor mezelf.



De theepot is gemaakt van doorzichtig glas zodat je mooi de kleur van je thee kan zien. Hij werkt met een opvangfilter (200ml) die via een vernunftig mechaniekje je infusie lost wanneer je vind dat je thee genoeg getrokken heeft. Omdat er een dekseltje opzit blijven de dampen hangen en wanneer de thee gelost is en je het dekseltje opent krijg je de geconcentreerde aroma's van de natte bladeren, en soms is dat ongelooflijk intens en lekker. De natte thee blijft achter in die filter, een beetje zoals in een gongfu dus, en je kan verschillende malen achter elkaar zetten, telkens proevend hoe de thee verandert.

Dit is een geweldige uitvinding voor de individuele thee-zetter die graag zijn smaak ontwikkelt en veel wil bijleren.

Zijn er ook nadelen ? Jazeker, en ze zijn vooral filosofisch: je mist het dansen van de theebladeren wat je wel krijgt bij de tweekannen-techniek, en voor het zetten van grotere hoeveelheden voor een groep is de tweekannen-techniek praktischer. Je mist uiteraard ook het hele gongfu ritueel en bij bezoek is dat jammer, ook omdat gongfu je toch wel in een bepaalde staat van ontspanning brengt door zijn ritueel. De Kamjove bootst de effecten van gongfu na, maar via de korte weg, en not very zen. Maar om privé te oefenen en je theekennis aan te scherpen ? Niks beter !

Kamjove theepotten zijn in België verkrijgbaar bij Dan-Dan. Ik gebruik die van 600ml die toelaat om twee tassen te zetten, maar hij bestaat ook in andere formaten.

vrijdag 25 mei 2018

Gele thee verdergeproefd

"They simply pile up firewood under their regular cooking pan and roast it in that. Before the tea leaves are taken out of the pan, they are already scorched and parched. Immediately, they pack the still hot tea leaves into a large container made of bamboo. Although there may still be some green twigs and purple shoots, they soon wither and turn yellow. Such tea is only suitable for inferior consumption. How could it be fit to enter in tea-tastings and competitions ?"

Xu Cishu, een theemeester tijdens de Ming dynastie, over gele thee


Op het einde van de blog over de Huo Shan Huang Ya, de gele thee van Twinings (en Dan-Dan), hier, beloofde ik al om wat meer gele thee's te proeven om een beter zicht op het genre te krijgen. Hier volgen de proefverslagen van de gele thee's die sindsdien de revue passeerden: enkele vielen wat tegen, enkele waren goed en een eenling was prachtig.

Guang Xi Huang Ya, Hotsoup:
20 euro per 100 gram. Geproefd op de theesommeliercursus van Syntra, eind 2017. De thee komt uit de regio Guang Xi, een streek die grenst aan Vietnam, maar de thee komt van Guangnan aan de grens met Yunnan. Huang Ya betekent 'gele scheuten'. De thee werd geplukt in mei 2017. 2 minuten aan 75°C. Droog: mooi (a bud and two leafs) met lange nogal grote blaadjes, lichtgrijs-groen, en heel licht geurend naar fruit en mos. Het natte blad is lichtgroen en een beetje gelig, en heeft een moeilijk toe te wijzen maar interessante geur. De infusie is lichtgeel en geurt naar groene asperges. In de mond een vleugje noot, en een heel rond en fluwelig mondgevoel. 😊😊😊

Yunnan Moonlight, Dan-Dan
35 euro per 100 gram. De naam verwijst naar de lichte kleur en de vorm van de blaadjes die op maansikkels zou lijken. 30 maart 2018, in en Samjove theepot, 6 gram, 500ml, 80°C, 45 sec. De droge blaadjes zijn groot, heel donzig behaard, lichtgrijs-wit en voelen supervers aan. Het droge aroma is vaag gebrand en niet erg aantrekkelijk. De infusie is licht, net als het aroma dat sterk doet denken aan groene thee maar toch net iets anders is. In de mond is de thee ook licht maar wel interessant, met na een paar seconden een duidelijke zoete toets aan de zijkanten van de tong, en een lange afdronk, maar er is iets in de smaak dat me stoort. Tweede zetsel, na 60 seconden: het resultaat is veel donkerder en neigt zelfs wat naar oranje. Het aroma is interessant met iets grassigs, iets van gebrande boter en iets floraals (bloemenkas). Ook in de mond is de smaak nu veel duidelijker met iets heel aparts en een lichte astringentie. Lekkerder dan de eerste zet die ik zou durven weggieten de volgende maal, misschien moest deze 'gewassen' worden. Eens afgekoeld is deze thee heel zacht, fluwelig bijna. Derde zetsel, 75 seconden: de thee wordt meer en meer oranje. De geur wordt leuker en leuker met iets zoets, en in de mond was hij intenser, minder complex, maar lekkerder, met toenemende astringentie. Het aroma van de natte blaadjes is nu heel leuk. Lekker maar proeven voor je hem koopt, hij is niet voor iedereen. 😊😊(😊)




Huo Shan wild yellow tea big leaf, Dan-Dan: 23 euro per 100 gram. Handgemaakt van een cultivar met grote blaadjes, vroeg geplukt, meestal met een knop met 3 tot 5 blaadjes. 30 maart, 80°C, 6 gram op 500ml. Eerste zetsel 45 seconden. De infusie is van een heel intens en redelijk donker geel, het aroma is erg geroosterd en doet denken aan geroosterde noten of pompoenzaadjes. In de mond heel origineel, zacht en erg lekker. Geen grote complexiteit maar gewoonweg lekker. De afdronk is erg zoet. Tweede zetsel, 90 seconden. Infusie wordt oranje-geel, richting caramel. In het aroma komt nu echt iets gebrands. De smaak blijft rond en zoet met een lange afdronk. Derde zetsel, 2 minuten. Caramelkleurig. Het geroosterde gaat nu richting keuken geuren, kip etc. In de mond verdwijnt het zoete en komt er wat astringentie...de thee doet denken aan gebakken Japanse hoyicha. 😊😊(😊)




Huo Shan Yellow Tips, Simon Lévelt: 19 mei 2018, sample. 11.9 euro per 100 gram. Two leafs and a bud. 20 mei, 2.4 gram, 250ml, 2 minuten. Droog: mooie groene redelijk grote blaadjes met een zachte boterige geur en iets van bijenwas. De natte blaadjes geuren nogal grassig, groene thee, maar dan met een extra laag, met iets van boter en andere dingen, moeilijk te benoemen. In de mond iets intiems maar heel complex op een erg ingetogen manier, heel mooie zachte afdronk. Bijzonder lekker, de kastanje waar de producent over sprak kwam er wat door in de afdronk. Tweede zetsel, vijf minuten: het natte blad geurt veel grassiger, met duidelijker kastanje maar minder subtiel, wel nog complex. De infusie is veel voller en geurt eigenlijk bijzonder lekker, ook in de mond is dit nu een duidelijke en volle lekkere thee, met een vederlichte astringentie. Goed bij de maaltijd ? 😊😊😊



Huang Da Cha, Simon Lévelt: Big Yellow Tea. Deze thee heeft een zwaar roosterproces ondergaan, sterker dan bij andere gele thee. Sample, 19 mei 2018, 6.4 euro per 75 gram. 20 mei, 2.4 gram, 85°C, 250 ml, 120 sec. De droge blaadjes zijn redelijk groot, donker geoxideerd en geuren naar melkchocolade en cacao. De natte blaadjes geuren eigenaardig naar een mengeling van gras en toast, 'cime di rape on toast'. De infusie is intens geel en in de neus vind je vooral geroosterd brood, in de mond is hij zacht en vol. Tweede zetsel, 180 sec. De natte bladeren geuren meer versmolten en minder groen. De infusie gaat wat richting caramel van kleur, de neus is interessanter, de mond is bijna identiek maar met wat meer astringentie. Na het derde zetsel ging de kleur richting oranje, en thee en blaadjes geuren naar een nogal vreemde cake. In coldbrew had de thee veel weg van een Hoyicha. 😊😊



Yun Shan Yin Zhen, Dan-Dan: Silver Needle of the Gentleman Mountain. Thee van het eiland Yunshan in het Dong Ting meer. Een week voor het Qing Ming festival geplukt. Uitlsuitend botten. De favoriete thee van Voorzitter Mao. Rond de theestruiken groeit een geneeskrachtig kruid, He Shou Wu, en men zegt dat de plant een deel van zijn aroma's afgeeft aan de thee. 58 euro per 100gram. 31 maart 2018, 2,5 gr, 45 seconden, 80°C. Gezet met de Kamjove. De groengrijze blaadjes zien eruit als dennenaaldjes en verspreiden een intrigerende geur. De geur van de natte blaadjes is heel complex, met iets van vis, maar eigenlijk van een heel gerecht met gebakken vis. De infusie is lichtgeel en heeft dat geroosterde niet, het aroma en de smaak zijn heel fijn en licht en de afdronk heel zoet. Tweede zetsel, 75 seconden. Intens en diep maar mooi geel infuus. De natte blaadjes geuren nu echt goddelijk goed, als een heel goed gerecht. In de mond is de thee nu iets vetter, opnieu zonder dat heel specifieke van de natte blaadjes, alhoewel het licht geroosterde na een tijdje wel boven komt. Derde treksel, 120 seconden. Heel intens geel. Pas nu geuren de natte blaadjes ook zoals de thee al rook, en die is nu echt heerlijk, met een heel lange afdronk. 1 april 2018: Naar aanleiding van een artikel op het internet onmiddellijk twee minuten trektijd gegeven, 2,5 gram, 80°C, 250ml. De infusie kleurt mooi bleekgeel. De blaadjes ruiken nog altijd het lekkerst, maar nu zit er ook meer van dat aroma in het glas, en de neus heeft een uitgesproken fruitig en licht mineraal karakter. De smaak is meer uitgesproken zoet en zacht. De blaadjes ruiken nog altijd naar vis met groentjes en kruiden en zelfs wat fruit, en eigenlijk ruiken ze naar de hele keuken waarin dat gerecht wordt bereid. Dit is een schitterende thee en de beste gele thee die ik ooit dronk. 😊😊😊😊










vrijdag 18 mei 2018

Dave Eggers: The Monk of Mokha


Ik weet het, ik weet het, dit boek gaat over koffie en niet over thee ! Maar, naast het punt dat het een goed boek is, lekker geschreven en dus een aanrader voor elke lezer die van koffie houdt en zeker voor elke foodie, bevat het een mooie analyse van de veranderingen in de koffiewereld de laatste zestig jaar. En sommige van die veranderingen gaan ook op voor thee. 

Zowel koffie als thee komen oorspronkelijk van plaatsen buiten de Europese invloedssfeer maar werden buitengesmokkeld en op andere plaatsen zo breed aangeplant dat er 'commodity-markets' ontstonden, waar voornamelijk kwantiteit en prijs belangrijk waren. Dit zorgde voor uitbuiting en vormen van slavernij omdat de prijs het belangrijkst was, en een beperking van het aanbod tot overwegend een massaproduct van lage kwaliteit. Thee werd geblend door importeurs en herleid tot een paar basiskenmerken en werd verkocht op eenvoudig te zetten manieren (theebuiltjes). Het was de periode van de grote theemerken zoals Twinings, Lipton en nog vele andere, die hun thee aanpasten aan de massaconsumptie-markt van de landen waar ze werden geimporteerd. 

Daarnaast bestond er een veel kleinere markt voor specialere thee's van bepaalde regio's die pas sinds de jaren zestig-zeventig ontstond. Sommige producenten verkochten dan bijvoorbeeld Assam's of Darjeeling's (al dan niet echte, en soms zwaar geblend met andere thee's) en je begon langzaam aan leuke dingen als Chai's te kunnen kopen. 

Sinds de eeuwwisseling kennen koffie en thee hun derde weg: die van de specialty-producten. Hierbij komen de thee's van specifieke producenten uit specifieke regio's, en verschuiven thee- en koffie-beleving op hun beurt een beetje in de richting van wijnbeleving, waarbij terroir en de individuele hand van de theemeester belangrijk, en vooral (h)erkenbaar worden. En zo kan je dus thee drinken van één bepaalde theetuin, of van één bepaalde kant van een berg, en kan je thee's beginnen vergelijken en appreciëren omwille van hun uniekheid. We hebben dat trouwens niet uitgevonden, in Japan en China doet men dat al een paar eeuwen, maar, en dit is misschien het verschil met wijn, zonder de personencultus die wij kennen. De bewondering ligt hier meer verbonden aan het product en zijn oorsprong. *

Er is absoluut ook een sociaal aspect aan deze evolutie. Waar bulk-thee en -koffie echte commodity-producten zijn, en het de markt is die de (meestal veel te lage) prijs bepaald, kunnen de specialty-producenten veel beter een link leggen tussen de inspanning en de beloning. Over het algemeen zullen de boeren wiens producten hiervoor gebruikt worden daar beter voor beloond worden. En net zoals in dit boek, is ook dit een drijfveer van veel importeurs die met deze thee's en koffie's bezig zijn.

Niks dan voordelen dus, om ook al eens zo'n wat duurder 'specialleke' te kopen. Je vind ze niet overal (en vaak op het internet), maar wie eens zoekt naar een cadeautje voor zichzelf of een andere theeliefhebber moet maar eens proberen...

Hier komen een paar adressen (een heel klein en beperkt overzichtje), maar doe jezelf eens een plezier: kijk eens rond in je eigen buurt, de kans is groot dat er in de dichtstbijzijnde stad iemand zit die je veel raad kan geven (voor België, neem maar eens een kijkje bij Kelly !).

Mijn favorieten zijn:
- de theewinkels van kwaliteitsketens als Simon Levelt (Brugge, Gent, Wijnegem, Mechelen en Leuven) en Palais des Thés (Brussel (3). Louvain-la-Neuve, Namen, Luik).
- hele goeie lokale theewinkels zoals Le Cha-Hû-Thé in Waterloo of Het Brugs Theehuis in Brugge
- op de markt ! bij Dan-Dan dus, in Leuven op zaterdag.
- op het internet, bij Valley of Tea in België, of bij Hotsoup (mijn favoriet momenteel) of TeaSenz in Nederland.

En dus, als voorbeeldjes:

Small Holder Black, Hotsoup

4.75 euro per 50 gram, Hotsoup. Een met de hand geplukte zwarte thee uit de Shire hooglanden in Malawi. De thee werd geplukt door Yamba, een kleine toeleverancier van Satemwa, het grote Fair Trade gecertifieerde familiebedrijf in Thyolo dat heel wat specialty teas op de markt brengt.
Gezet op drie minuten, 200ml, 2 gram, 85°C.
De droge blaadjes geurden naar goeie zwarte thee, zuiver en goed in balans en zijn groot en mooi van vorm. De infusie is mooi caramelkleurig. De natte blaadjes geuren naar bouillon, met iets vlezigs, de infusie naar honing, maar op een nogal timide manier. De blaadjes zijn redelijk groot, lichtbruin (redelijk licht geoxideerd) en gescheurd. De thee smaakt zacht en een beetje zoet, maar niet op zijn Chinees, eerder met een zweem van honing. Helemaal niet bitter en met een mooie afdronk. 😊 😊




Wild Assam Red Tea

7.95 euro per 50 gram, Hotsoup. In de herfst van 2017 met de hand geplukte thee uit Galakey in Assam, uit de theetuin van een kleine boer in Galakey Valley. De theestruiken zouden enten zijn van een lokale wilde variant en werden in de jaren 90 aangeplant door Mr Rebo, een leraar, op een lapje grond dat hij van zijn vader erfde. De enten kwamen van een verwaarloosde theetuin in Nagaland. In het begin verkocht hij de oogst nog onbewerkt aan een grote onderneming aan veel te lage prijzen, maar zijn twee zonen besloten om meer land te kopen en de thee zelf te maken om zo meer geld te kunnen verdienen.  Toen één van de kleinkinderen ziek werd van de pesticides die ze gebruikten besliste Mr Rana, de oudste zoon, om volledig bio te gaan. Zeven jaar later, in 2016, startten de broers Rana en Sanku, de jongste, een bio-gecertifieerd theefabriekje en het is deze thee die ik hier proefde.
6 mei 2018: de droge blaadjes zijn groot, mooi gerold, en hebben een erg aangename, zoete geur. De infusie is mooi roodbruin van kleur. De natte blaadjes ruiken fris, een beetje naar munt. Het aroma ia zoet en complex, met toetsen van fruit, jeneverbes en mout, zeer aangenaam en verfrissend. De mond is zacht en breed en evenwichtig met een heel mooie complexe afdronk die erg lang is. 😊😊😊(😊)



* uw commentaar is welkom ! dit is een stelling die ik zelf ook nog onvoldoende getoetst heb, en wie hier meer ervaring heeft mag altijd daar iets over vertellen



vrijdag 4 mei 2018

Bai Sha Lu: lentethee uit Hai Nan

De lente ! En wat is er leuker dan de aankomst van de eerste lente-groenten op de markt, na die lange lange winter ? Plots krijg je opnieuw al die heerlijke verse ingrediënten om mee aan de slag te gaan. En ook in de thee-wereld is de lente belangrijk !

Eén van de grote verschillen tussen wijn en thee is de verwerking. Waar bij wijn de fermentatie van de druiven essentieel is en dus tijd nodig heeft, is dat bij zowat alle thee niet het geval, en thee wordt dan ook vaak geoogst, verwerkt en verpakt op één dag. Dat maakt dat je zeker bij groene thee een heel korte tijdsafstand hebt tussen theetuin en plant, en theepot en tas, en waar de wijnliefhebber altijd minimaal een aantal maanden moet wachten om kennis te maken met het nieuwe jaar, is dat voor de theedrinker een kwestie van weken, en die draaien dan nog hoofdzakelijk rond transport. Je eerste thee van het nieuwe jaar is dan ook één van de tekenen dat de lente arriveert !

Deze Bai Sha Lu is zo'n echte lentethee, begin maart geplukt op het eiland Hai Nan, het grote eiland voor de Chinese zuidkust. De theeplanten staan op de hellingen van de Wu Zhi berg (de Wu Zhi Shu, of Five Finger Mountain). In januari en februari is de mist vanuit zee hier zo dik 'dat de muren in de huizen huilen' als je het venster openlaat, maar begin maart begint hier de lente, en omdat dit het meest zuidelijke deel van China is, is dit meestal de plaats waar de eerste thee-oogsten na de winter kunnen gebeuren, wanneer de blaadjes en knoppen nog heel mals en jong zijn. Deze thee arriveerde in Nederland einde maart, en bij mij op de laatste dag van de maand.


Dit is een gehakte thee en de blaadjes zijn grijs/lichtgroen, met tip en met 'tea sugar' op het oppervlak. Hij werd eerste gestoomd en dan pas gewokt, een beetje atypisch voor Chinese groene thee. Het droge aroma is heel zoet en heel lekker. De natte blaadjes geuren naar iets geroosterds, volgens de importeur geroosterde granen. Ook de thee zelf heeft dat geroosterde in de geur. In de mond is hij zacht en met een mooie aangename astringente toets die hier niet stoort maar integendeel bijdraagt tot de smaakervaring. Het tweede treksel was wat bleker van kleur, met nog steeds dezelfde geroosterde toetsen maar in de mond nog milder. Goede thee voor bij de maaltijd, ondermeer door dat licht astringente.



Ik zette de thee op de Westerse manier aan 75°C, met 2 gram voor 200ml en een trektijd van 2 minuten. Hij kostte 4.75 euro per 50 gram bij Hotsoup.

Gezet met de coldbrew-methode kreeg ik een dik vloeiende heel groene thee met een overduidelijke smaak van groene asperges.

zaterdag 28 april 2018

Mok-verhalen: Cley-next-the-Sea

Deze mok is gemaakt in fine bone china of beenderporselein, en dat maakt ze licht en ideaal om ook de kleur van je thee te bewonderen. Het is geen ochtendmok om mee door het huis te sjokken, maar het is een elegante en mooie mok voor in de namiddag, of om aan gasten te geven.



Ik kocht ze in een kleine kruidenierswinkel in Cley, op een regenachtige dag tijdens een trip langs de oostkust van Engeland, door Essex, Suffolk en Norfolk.

We waren langzaam naar boven afgezakt via Essex, Constable-land, en Suffolk, her en der een kasteel of great house bezoekend, en rijdend van pub naar pub, maar toen we arriveerden in de Norfolk Fens werden we verrast door dikke mist, iets waarvoor ze berucht zijn ... en we konden dus zeggen dat we de fens op hun meest typisch gezien hadden...alleen hadden we dus niet veel gezien.

Ik moet echter wel zeggen dat het iets had, dat bijna op de tast rijden, en toen we 's ochtends een kleine kasteelruïne bezochten was dat een unieke ervaring. We wandelden door een doodstille wereld , beetje bij beetje doken resten van de omwalling uit de mist en ik denk niet dat we het kasteel één keer in zijn geheel gezien hebben. In de ernaast gelegen dorpskerk brandden de lichten als was het kerstavond en we voelden ons op een rare manier verbonden met de dame die er de bloemen verzorgde en die ons een paar brasses liet zien...alsof de buitenwereld bestond uit spoken en fabeldieren die zich in de mist verscholen, met de parochiekerk als veilige haven.

Bij het verlaten van de fens begon het te regenen, en we reden door een nat, Hollands aandoend en plat landschap met molens en kanalen. Het was op een vreemde manier mooi, maar het deed ons ook net iets te veel aan thuis denken.

Cley-next-the-Sea ligt in Norfolk, aan de rivier Glaven. Er leven nog een goede 400 mensen in wat ooit één van de drukkere havens van Engeland was, maar door landwinning trok de zee zich verder en verder terug en slibde de haven dicht. Vandaag is er nog weinig dat doet terugdenken aan zijn faam van weleer buiten de veel te grote kerk.




De pittoreske windmolen is één van de bekendere zichten van Engeland en werd jarenlang gebruikt door de BBC. De popzanger James Blunt groeide er deels op toen zijn grootouders er woonden. Het is vandaag een bed and breakfast maar niet langer de woonplaats van de Blount's.

Cley was ook de plaats waar in 1914 de dichter Rupert Brooke droomde over een oorlog en wakker werd met het nieuws dat Engeland de oorlog had verklaard aan Duitsland. Hij was Engeland's eerste war poet, onsterfelijk door zijn gedicht The Soldier, nog heel idealistisch van toon, in tegenstelling tot de latere war poets toen duidelijk werd hoe zwaar de slachting aan het front was.

If I should die, think only this of me:
That there's some corner of a foreign field
That is for ever England. There shall be
In that rich earth a richer dust concealed;
A dust whom England bore, shaped, made aware,
Gave, once, her flowers to love, her ways to roam, 
A body of England's, breathing England's air,
Washed by rivers, blest by suns of home.

And think, this heart, all evil shed away,
A pulse in the eternal mind, no less,
Gives somewhere back the thoughts by England given; 
Her sights and sounds, dreams happe as her day;
And laughter, learnt of friends, and gentleness, 
In hearts at peace, under an English heaven. 


Maar om te eindigen met een vrolijke noot, de eerste regel wordt, licht gewijzigd, ook gebruikt door Blackadder wanneer die aan het Westelijk Front vecht: "If I should die think only this of me, I'll be back to get you."