Pagina's

zondag 19 januari 2020

Mok-verhalen: Penshurst Place, Sir William Sydney en Postcard Teas' English Breakfast

My True-love hath my hart and I have his
By just exchange one for another given
I hold his dear and mine he cannot miss
There never was a better bargain driven

Sir Philip Sydney




Mijn allereerste reis naar Engeland, nu al heel lang geleden, was rijk aan plaatsen die zo mooi waren en zo'n indruk op me nalieten dat ik ze later nog vele malen terug bezocht. De meeste lagen in Kent, het graafschap dat je binnenrijdt vanop de ferry in Dover, en waar je rustig een week kan doorbrengen om dan alleen nog maar de hoogtepunten bezocht te hebben. De plaats die altijd al het meeste indruk op me maakte omdat ze door en door Engels was, en zo vol van geschiedenis en kunst, was Penshurst Place.

De bouw ervan startte in 1341 voor een burgemeester van London, waar het zo'n 50km vandaan ligt, maar het kwam al snel in handen van edelen waaronder de hertogen van Buckingham. Nadat Hendrik VIII de hertog liet onthoofden gebruikte hij het als uitvalsbasis om de jonge Anne Boleyn het hof te maken die in het nabije Hever Castle, nog zo'n topper, woonde. In 1552 schonk Henry's zoon Edward het aan Sir William Sydney, een hoveling, en het bleef tot nu in handen van zijn afstammelingen. 

Sir Philip Sydney


De beroemdste bewoner was Sir Philip Sydney, William's zoon, een dichter-soldaat in de tijd van Elizabeth I die ondermeer bekend werd voor de 108 sonnetten die hij schreef voor zijn minnares (en opdroeg aan zijn vrouw Frances Walsingham). Hij was ook een diplomaat en soldaat die hard vocht voor zijn koningin en de Protestantse zaak, en hij was in Parijs bij zijn schoonvader tijdens de verschrikkelijke Bartholomeusnacht toen gedurende drie dagen duizenden protestanten, de zogenaamde Hugenoten, werden opgejaagd en vermoord door de Parijzenaars. In 1586 vocht hij in de slag bij Zutphen in Nederland toen hij een kogel in de dij kreeg. Hij overleed 26 dagen later aan gangreen, niet na het uitspreken van de onsterfelijke woorden Thy necessity is yet greater than mine, toen hij het hem toegestopte glas water doorgaf aan een gewonde soldaat die naast hem lag. 

Het huis is vandaag één van de mooiste historische huizen van Engeland met veel erg goed bewaarde architecturale elementen zoals de Long Gallery, die werd gebruikt voor sport en wandelingen bij regenweer. De Great Hall is één van de grootste en best bewaarde van Engeland. De tuin bleef bewaard in de Italianate Style met veel compartimenten, ook een uitzondering omdat de meeste historische tuinen later werden omgevormd in de romantische landschapsstijl. Zelfs het dorp is schitterend, en ook de parochiekerk is aan aanrader. 



In zo'n tas kon ik alleen de allerbeste breakfast tea schenken, die van Postcard Teas in London, zowat de beste theewinkel van London. Timothy d'Offay, de eigenaar en één van de grote namen in de theewereld, maakt er een heel eigen blend voor, en dit is de derde versie ervan. Het is een blend van 40% zwarte thee uit Kerala in Indië van de Sahvadri Coöperatieve, 40% Assam van de Nath Family Farm in Sonitpur, en, en dat is heel origineel voor een Engelse ontbijtthee, 20% zwarte Japanse thee uit Kumamoto, de Supernatural Black van meester Matsumoto. Wakoucha dus !

English Breakfast, Postcard Teas:

4.95 £ voor 50 gram. Gezet 18 januari 2020 in een klassieke porseleinen theepot, voorverwarmd, aan 98°C, drie minuten en drie gram op 250ml. Mooie heldere roodbruine kleur. Een mooie thee, robuust genoeg voor bij het ontbijt, maar tegelijk ook zacht genoeg. Vooral in de neus viel de Japanse thee op, met een florale toets die de moutige tonen van de Indiërs verzachten. In de mond kwam er een mooie frisse toets bij die ook van de Wakoucha zou kunnen komen. Met een wolkje melk kleurde hij zeer mooi, en was hij erg lekker met twee na elkaar volgende smaakgolven, de eerste eerder zoeter en de tweede floraler, heel leuk en wat complexer dan veel andere ontbijtthee's. 

😊😊😊(😊)

  

zaterdag 11 januari 2020

Jin Jun Mei: twee stijlen

Toen Jin Jun Mei in 2005 voor het eerst het daglicht zag was het een echte luxe-thee, geplukt van dezelfde struiken als Lapsang Souchong, maar dan met uitsluitend de fijnste knopjes. Deze thee joeg een schokgolf door de lokale gemeenschap. Door anders te plukken kon er veel meer geld verdient worden met dezelfde struiken, en binnen de kortste keren ontplofte de vraag toen zowel de Chinese als de exportmarkt als een blok viel voor deze nieuwe stijl. En wat doe je als de vraag zo explosief stijgt ? Je plant nieuwe struiken aan met productieve en redelijk makkelijke cultivars, en je past de thee wat aan aan de vraag. En zo ontstonden er grote verschillen tussen de top van de markt, met thee's van heel jonge scheutjes van de wilde Xiao Zhong planten, erg complex maar ook duur want je hebt héél veel blaadjes nodig om 10 gram thee te maken (en alles gebeurt met de hand), en thee's die tegemoet moeten komen aan de enorme vraag van de Europese en Amerikaanse markten, gemaakt van cultivar's die grotere blaadjes hebben, makkelijker plukken en zich verlenen tot machinale verwerking. De prijsverschillen tussen de twee groepen kunnen zeer groot zijn. Toch denk ik dat het fout is om te spreken van échte en niet-echte Jin Jun Mei. Het zijn uitdrukkingen van verschillende stijlen binnen één groep, een beetje zoals in de wijn: in Bordeaux kan je zowel een goed gemaakte Médoc kopen als een wijn van een top-kasteel uit de Margaux. Beide zijn authentieke Bordeaux die over hun regio spreken, maar geen zinnig mens drinkt elke dag Château Pétrus, en het prijsverschil ontslaat een 'mindere' niet van de plicht om binnen zijn niveau zo goed mogelijk te zijn.

Dat gaan we hier eens testen. We proeven de Jin Jun Mei van Teastation, 25 euro voor 100 gram, een heel goed gemaakte basis-Jin Jun Mei, en we vergelijken hem met die van Mei Leaf, die 133 euro kost voor 100gram. Als je een stijl echt wil begrijpen moet je immers altijd de bovenkant van het spectrum geproefd hebben, de basis is meestal een betaalbare benadering van het product dat ooit het genre bekend maakte.


Links de Mei Leaf, rechts die van Teastation



Honey Style, Premium Label N° 31, Jin Jun Mei, Teastation

Verkocht per 50 gram, 12.6 euro per pakje. Van de Huang Gang Shan berg, op de rand van Wuyishan, de hoogste top van de regio. 1500 tot 1800m hoogte. De cultivar is Fu Yun N°6, een grootbladige variant die in 1987 werd geregistreerd en vandaag heel populair is. Met de hand geplukt, ergens voor het qingming feest.

11 januari 2019, 100ml, gaiwan, 90°C, 3 gram, 1 minuut 30 seconden. Redelijk groot blad, met veel 'goud', maar niet overdreven. Het natte blad heeft een mooi en karaktervol aroma, mooi breed en duidelijk. De kleur van de infusie is een naar het oranje neigend roodbruin. Zeer mooie, frisse neus, heel fruitig, mooie honingtoetsen, heel aangenaam en levendig. In de mond erg zacht, met een mooie afdronk, maar eerder dun van structuur. Wanneer de thee wat afkoelde kwam er wat astringentie. 2 minuten: iets roodbruinere infusie. In de neus kwam het moutige nu veel meer naar voor, op een wat eendimensionale maar lekkere manier. In de mond was de thee nu zoeter, met ook wat zurige elementen en opspringend fruit. Derde zetsel, 2 min 30 sec. alhoewel de aroma's neutraler werden, bleef de smaak erg lekker met een zoete finish die wat aan de zijkant van de tong zat. 😊😊😊(😊)
Deze thee kan ook uitstekend gezet worden op zijn Westers (en is dan zelfs ietsiepietsie lekkerder).








Gleaming Brow, Jin Jun Mei, Mei Leaf:

Gekocht op 2 januari 2020, 3 pakjes van 5 gram, 16.95 £ (133 euro voor 100 gram). Geplukt in maart 2019 en dus voor de start van de Chinese lente, van in het wild groeiende Xing Cun Xiao Zhong Wuyi Lapsang planten in Tongmu, als de allereerste lentescheutjes op oude struiken. Met de hand geplukt en gerold, en elke 10 gram is goed voor 1000 tot 1500 tips die geplukt worden met kleine plastic draagmandjes (zie de video). Volgens Mei leaf is dit authentieke Jin Jun Mei, en je kan hem herkennen aan de heel kleine blaadjes die overwegend donker van kleur zijn. Volgens hen zou er nooit meer dan 30% gouden leaf in een Jin Jun Mei mogen zitten.

11 januari 2020: Gongfu gezet met een 100ml gaiwan, 3 gram thee, 90°C en 10 seconden voor de eerste zetbeurt. Heel kleine en fijne blaadjes. Het natte blad heeft een onwaarschijnlijk complexe geur, met zwarte chocolade en iets heel floraals (ik dacht aan rozebottel, Mei Leaf aan geranium). Goudgele infusie met een oranje schijn. In de neus chocolade, maar dan in de vorm van een dessert waar ook nog andere dingen in verwerkt werden, echt héérlijk. In de mond zeer zacht, echt fluwelig, heel mondvullend, zijdezacht en luxueus. Heel lange finish. Uitzonderlijke thee, uitzonderlijke proefervaring.
15 seconden: het natte blad geurt identiek maar nog dieper en intenser. In het goudgeel van de infusie zit nu iets meer oranje.  De neus blijft complex maar krijgt nu ook iets moutigs en iets van tomaat en rozebottel. Echt heel zacht in de mond, met een zoetje achterin. Zeer lange afdronk, ik ben na 20 seconden gestopt met tellen. Geen spoor van het zure van de eerste thee, echt een bedwelmend lekkere thee is dit.
20 seconden: vleziger aroma's voor het nat blad, en nog meer oranje voor de infusie. Nog steeds een erg mooie, zacht moutige neus. In de mond nog even rond en fluwelig, maar met meer fruit.
25 seconden: ook hier terug dat fruit, maar de thee wordt meer timide (maar drinkt nog altijd lekker leuk weg).
😊😊😊😊😊
Deze thee moet je echt op zijn Chinees zetten, met een gaiwan of een yixing potje.





Er is hier een interessant dilemma. De tweede is zonder twijfel de beste, maar kost ook vijf keer meer. Het is ook een thee die je met concentratie drinkt en die vraagt dat je je alleen met hem bezig houdt (en die dat dan ook beloond). De eerste brengt precies wat de meeste mensen verwachten van een Jin Jun Mei, is toegankelijk en lekker, en is in dat genre erg goed gemaakt. De tweede is echter topkwaliteit die misschien niet voor iedereen weggelegd is. Maar kijk zeker eens naar de video van de mensen van Mei Leaf !


En als je nu echt geinteresseerd bent: hier is die van drie jaar geleden met meer uitleg over de verschillende kwaliteitsniveaus !





zondag 5 januari 2020

Jin Jun Mei: vijf thee's vergeleken

De aanleiding tot mijn vorige blog was eigenlijk een proefpakket dat ik aanschafte bij Thee van Sander (die wel vaker met van die interessante aanbiedingen komt). Proefpakketten zijn de ideale gelegenheid om een reeks thee's naast elkaar te proeven, en je kan er erg veel over leren. Je kan zo'n reeks uiteraard ook zelf samenstellen, maar het is af en toe wel eens makkelijk om dat te laten doen door iemand anders. Hier vond ik het interessant dat Sander startte met een goedkope Jin Jun Mei om dan door te gaan in stijgende (prijs)lijn, en te eindigen met twee thee's die ik waarschijnlijk nooit zou kopen omwille van hun prijs, maar die wel een essentiële afspiegeling bieden van wat Jin Jun Mei kan zijn. Want indien je een theesoort echt wil leren kennen moet je zowel de onderkant als de bovenkant van de markt geproefd hebben. De eerste twee kwamen van andere regio's, de laatste drie uit Tongmu en omgeving (zie vorige blog).

Jin Jun Mei 1, Thee van Sander:
26 euro voor 100 gram. Basiskwaliteit Jin Jun Mei, en niet afkomstig uit Tongmu. 6 december 2019, in de gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 90°C. Het droge blad heeft het typische uitzicht van een cliché-jin jun mei, met de overvloed aan gouden top, en is representatief voor een heel groot deel van het basisaanbod op de markt. Het natte blad geurt naar een kruidenierswinkel, met een mengel van kruiden, gerookt vlees en kookluchtjes, maar op een niet onaangename manier. De infusie is goudgeel met een oranje schijn. Ook in de mond die indrukken van geroosterd vlees en kruiden, maar zacht en aangenaam. Er bestaat slechtere thee. Bij een tweede zetsel met dezelfde parameters kwam er wat meer cacao voor het natte blad, en de thee was zachter en aangenamer, met minder rokerigheid. Iets in de thee stoorde me wat, en leek me wat chemisch en wat branderig. 23 december 2019, gaiwan, 98°C, 2 min, 2.5 gram. Rokerige Lapsang Souchong toetsen voor het natte blad. De geur van de infusie is bijna clichématig die van een commerciële Jin Jun Mei, maar is best wel ok met een leuke fruitige toets. In de mond zit iets plakkerigs dat ik niet kan plaatsen maar dat wat chemisch aandoet (pesticides ?). De afdronk is wel leuk. Ook een tweede en derde zetsel waren mooi zoet, lekker en met een mooie finish. Eigenlijk best wel een leuke thee, alleen dat chemische stoorde wat. 😊😊😊




Jin Jun Mei 2, Thee van Sander

Iets hogere kwaliteit maar ook niet uit Tongmu. 55 euro voor 100 gram. Het droge blad ziet er wat beter en fijner uit. 6 december 2019, gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 900C. Het natte blad had niet zoveel aroma en gaf een beetje een zure toets. De infusie was eerder caramelkleurig en had dezelfde wat zure geur. In de mond eerder dun, met wel wat florale toetsen en redelijk lange finish. Toevallig geproefd met wat noten, en dat was eigenlijk een erg goede combinatie, en hier kwam een mooie echo naar voren van puur rozen. In een tweede zetsel kwam dat ook meer naar voren. 23 december 2019, 2 min, 100ml gaiwan, 2 gram. Heel zwakke florale toets, maar voor de rest een beetje duf en saai. Niet veel soeps. 😊😊(😊) tot 😊😊 voor het tweede zetsel. 




Jin Jun Mei 3, Thee van Sander

Uit Tongmu zelf. 90 euro voor 100 gram. 6 december 2019, gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 90°C. Mooie droge blaadjes, klein met een mix van donker en goud. Mooi gevormde tipjes voor het natte blad, met een rijpere en diepere geur dan de twee vorige. Cacao en berghoning. Oranjekleurige infusie. Elegante en fijne maar weinig expressieve smaak. Tijdens het tweede zetsel gaf het nat blad meer specerijen dan cacao, en ook de infusie kreeg een verwarmend aroma, als kruidenkoek. Mooie volledige maak maar een erg beperkte afdronk. 23 december 2019, 2.5 gram, gaiwan 100ml, 98°C, 2 min. De geur van het natte blad is aangenaam maar erg bedeesd. Bij deze parameters eerder de kleur van mahoniehout. De aroma's waren ok, wat mout en honing, maar weinig smaak, heel zacht en neutraal. In het tweede zetsel was het aroma nog ok, maar in de mond werd hij erg kort en neutraal. De enige echte tegenvaller van de vijf. 😊😊(😊)   




Jin Jun Mei 4, Thee van Sander

Eveneens uit Tongmu maar dit is een single varietal, Mei Zhan, uit een theeplantage die zo'n 8 à 9 jaar in gebruik is. 120 euro voor 100 gram. Mei Zhan, of Mei Jian, is een traditionele cultivar uit Fujian die ook vaak wordt gebruikt voor oolongs. Gaiwan, 100ml, 90°C, 1 min. Heel mooi droog blad, mooi gevormd, veel lichte kleuren. Het natte blad heeft een zeer complexe geur met een hele mooie fruitige toets. Infusie is opvallend geel. Zeer lekker en zeer complex, heel breed en zacht, en heel origineel, met weinig aanrakingspunten met wat bij ons vooral herkend wordt als Jin Jun Mei. Opmerkelijk lekker en verrassend, met de diepgang van een mooie witte Bourgogne. In het tweede zetsel kwam de thee nog meer tot zijn recht, met prachtige tonen van honing, een heel mooie zoetheid, en de infusie was nu opvallend donkerder. Ook in de mond kwamen nu zeer mooie kruidige tonen naar voor, heel mooi en goed geponeerd. Hij leek een beetje op de eerste van de vijf, maar die was een karikatuur van deze ! Ook in het derde zetsel bleef het aroma erg mooi, met nog steeds duidelijk specerijen in het aroma en in de mond werd hij nog zoeter, en erg lekker. Ook een vierde en vijfde zetsel leverde en zoete kruidige thee op, en dit was de eerste thee die echt smeekte om meer zetsels. 22 december 2019, 100ml, gaiwan, 98°C, 2 min, 2.6 gram. Zeer mooi en complex aroma voor het natte blad, iets minder uitgesproken voor de infusie, maar in de smaak kwam alles terug. Deed me opnieuw denken aan de grootsheid van een top-chardonnay, heel zacht, heel veel volume, heel aanwezig, heel complex, met een zoetje dat perfect in het midden van de tong zat. Mooi licht bittertje in de mond dat extra structuur gaf. Lange, mooi ronde finish. Het tweede zetsel was een beetje anders, met wat crème brulée, maar zelfs na afkoelen zo mooi en rond en zacht en lekker ! 😊😊😊😊 





Eerste zetsel

Tweede zetsel

Jin Jun Mei 5, Thee van Sander

Opnieuw Mei Zhan uit Tongmu, maar vroeger geplukt met nog kleinere knoppen. 265 euro voor 100 gram. 8 december 2019, gaiwan, 100ml, 2.5 gram, 1 min, 90°C. Heel kleine knoppen voor het natte blad, met een complex en wat zurig aroma. Goudgele infusie. Heel zacht en zoet maar ook erg neutraal. Liet heel weinig los. Tweede zetsel, 70 sec: meer oranjekleurige infusie. Meer complexiteit voor het natte blad, maar bleef een heel neutrale ingehouden smaak hebben. Een derde zetsel was teleurstellend. 22 december, gaiwan, 2.3 gram, 98°C, 2 min. Redelijk intense geur voor de natte blaadjes met zurige elementen, sigarentabak en op de achtergrond iets van fruit. De infusie rook ongeveer hetzelfde. De smaak was erg neutraal en moeilijk te vatten, maar de finish was erg mooi en bleef hééél lang hangen. Heel zachte thee. Ook het tweede zetsel was zoet en zijdezacht, met een heel ingehouden kracht. Bizarre drinkervaring, mooi maar zo bescheiden...😊😊😊(😊)






Dit was een zeer interessante manier om vijf Jin Jun Mei's te vergelijken. Ik moet toegeven dat ik mij voor beide toppers, de twee laatste dus, heb moeten concentreren, het waren grootse maar geen voor de hand liggende thee's. In één van de interviews op het internet las ik dat Chinese proevers veel minder belang hechten aan aroma's en dat vooral de Westerlingen daarvoor gaan. Voor Chinezen is de diepgang en het volume in de mond veel belangrijk, en ze zouden zeer veel aandacht schenken aan de afdronk. Zo bekeken klopte deze degustatie ook wel, en ik zou ze eens moeten herdoen met een groepje van ervaren proevers, maar dat zal voor een andere keer zijn...


zondag 29 december 2019

Jin Jun Mei: de meest exclusieve zwarte thee van China...of niet ?

In de zomer van 2005 zat de president van de Wuyi Zhenghsan Tea Company, Mr Jiang, samen met twee theekenners uit Beijing, Mr Zhang en Mr Yan, te praten over de kwaliteit van zijn thee. Het bedrijf van Mr Jiang was gespecialiseerd in Lapsang Souchong, een in de zomer geoogste thee die vaak gerookt wordt en die beschouwd wordt als zijnde van mindere kwaliteit. Toen ze een theeplukster zagen die op die hete zomerdag op weg was naar de theetuin van het bedrijf in Tongmu, maakte één van de twee bezoekers de opmerking dat het toch wel hard werken was in de hete zomerzon om een thee te oogsten die aan een lage prijs zou worden verkocht. Voor Lapsang Souchong wordt tamelijk grof geplukt, met een knop en drie à vier blaadjes, en zou het dan geen idee zijn om alleen de knop te plukken en zo een betere en dus duurdere thee te maken van hetzelfde terroir ? De plukster kreeg daarop van mijnheer Jiang de opdracht om alleen de kleine knopjes aan de zijkant te plukken, en na een dag had ze 750 gram vers blad geplukt.

De wilde theetuinen van Tongmu (bron: https://www.wufeng-tea.com/jin-jun-mei/


Omdat de hoeveelheid zo klein was en de blaadjes zo fijn, werd besloten om de thee met de hand te rollen. Dit is een zeer arbeidsintensieve manier om de blaadjes te verwerken als je weet dat er in 10 gram van het eindproduct rond de 1000 knopjes zitten. Het roosteren gebeurde eveneens op de traditionele manier, in een bamboemand boven een houtskoolvuur. Al bij het verwerken stegen heerlijke aroma's op van honing en toen de thee gezet werd bleek hij vele malen beter dan de beste Lapsang Souchong die mijheer Jiang al gemaakt had. Men besloot om het experiment op grotere schaal te herhalen in 2006, in de lente, met veel jongere en nog fijnere knopjes, en een nieuwe thee was geboren.

Het kind moest uiteraard nog een naam krijgen, en alhoewel de letterlijke vertaling, die in het Westen het meest wordt gebruikt, Gouden Wenkbrauw is, heeft de naam eigenlijk een complexere betekenis. Waar bij ons, Jin dat goud betekent, vaak wordt geinterpreteerd als een commentaar op de kleur van het eindproduct, slaat het bij de Chinezen meer op de waarde van de thee, en dus niet op de kleur maar op het edelmetaal. Men bedoelt vooral dat de thee duurder verkocht kan worden en dus goud is voor de producent. Jun heeft in het oude Chinese schrift een dubbele betekenis en kan zowel slaan op hoge berg als op het meer gebruikte mooi paard. Hier moet het worden geinterpreteerd dat de thee het bedrijf van Mr Jiang de gelegenheid kan geven om hoge toppen te halen, als met een goed paard, en het de gelegenheid geeft aan het bedrijf om snel te groeien. Mei betekent wenkbrauw maar slaat op hoge kwaliteit, schoonheid en een lang leven.

Het team dat Jin Jun Mei hielp creëren (https://www.wufeng-tea.com/jin-jun-mei/)


De nieuwe thee was een onmiddellijk commercieel succes en verkocht vanaf het begin aan ongewoon hoge prijzen. Waar Lapsang Souchong eigenlijk vooral een export-thee was (voor de groene theedrinkers die de Chinezen zijn was hij te grof van smaak, en ook het roken ervan gebeurt uitsluitend voor de export), bleek Jin Jun Mei ook in China populair. Daarboven op was de naam ook nog makkelijk uit te spreken en herkenbaar voor niet-Chinezen, en de vraag steeg dus heel snel, in binnen- en buitenland. Het concept werd al snel gekopieerd tot ver buiten het oorspronkelijke gebied, dat beperkt was tot het dorp Tongmu, en een besluit van de Chinese regering om de naam niet als dusdanig te patenteren zorgde ervoor dat in alle delen van China waar zwarte thee werd gemaakt, Jin Jun Mei kon worden geproduceerd. Maar wat is dan de 'echte' Jin Jun Mei ? En hoe herken je hem ?


Authentieke Jin Jun Mei komt van Tongmu Village in het legendarische Wuyi-theegebied, van theetuinen op 1200m hoogte die rond het dorp op hellingen liggen. De cultivar is dezelfde als die van Lapsang Souchong, de Xiao Zhong, en de allerbeste komen van verwilderde planten, en zijn een soort field blend van struiken die zich hebben voortgeplant op de natuurlijke manier, via hun zaden. De beste is de vroegst geplukte en dat kan je zien aan de thee zelf, des te kleiner de topjes zijn, des te hoger de kwaliteit, des te langer het duurde om hem te plukken, en des te duurder hij waarschijnlijk is. De gouden kleurenpracht van veel Jin Jun Mei is een aanduiding van een nabootsing, de authetieke Jin Jun mei ziet donker, tegen het zwarte aan, maar is wel doorspikkeld met goud. Deze thee's hebben vaak minder uitgesproken aroma's maar een héél lange afdronk, voor Chinese consumenten een belangrijker teken van kwaliteit dan het aroma, en ze zijn altijd duur tot heel duur.

Wil dat nu zeggen dat goedkopere, gouden Jin Jun Mei vervalsingen zijn ? Nee, en zo zien de Chinezen het ook niet. Als Tongmu niet vermeld wordt, dan zal hij er waarschijnlijk ook niet vandaan komen, en de thee kan ook uit andere provincies als Yunnan komen, of andere plaatsen in Fujian. De eigenaar van Hotsoup vertelde me dat bij het maken van Jin Jun Mei in Fuzhou de allerkleinste knoppen werden uitgezeefd en opgekocht worden door handelaren uit Wuyi ! De Chinese regering geeft er de voorkeur aan dat zoveel mogelijk Chinezen aan deze nieuwe trend geld kunnen verdienen, en de naam kan je uiteraard perfect interpreteren als een kwaliteitsthee (mei) die veel geld oplevert (jin) en zo het bedrijf van de handelaar doet groeien (jun). Wil je dus de echte top Jin Jun Mei proeven gaat je dat geld kosten, en heb je een tussenhandelaar nodig met goede connecties. In de volgende twee blogs gaan we wat vergelijken.


zondag 22 december 2019

Mandokoro car-withered white tea

Onlangs had ik het grote geluk om thee te mogen proeven in het zeer sympathieke gezelschap van The Tea Circle, een vereniging van een select groepje teefanaten uit het Brussels. Het was Tyas Sosen die de degustatie leidde, en het onderwerp was oolong en wakoucha, beide uit Japan. Ik kende al wel wat van die thee's, ik koop ongeveer elke wakoucha die op Tyas website te koop komt, leerde toch weeral wat bij, maar echt leuk werd het vooral tegen het einde toen één van de dames behoorlijk teadrunk begon te worden en Tyas zijn speciallekes boven haalde.



Helemaal op het einde werd het echt speciaal toen hij twee Japanse witte thee's schonk. Even voor wie niet bekend is met hoe witte thee gemaakt wordt, het is de simpelste en tegelijk de speciaalste van alle thee's. Eigenlijk komt het erop neer dat je plukt, verwelkt en droogt, zonder enige andere interventie van de producent, en zo proef je de pure smaak van de thee. Dat heeft alleen zin als de thee echt heel goed is, maar in dat geval kan het erg lekker zijn.

De eerste was een witte thee van Akira Miyazaki, een hele mooie, met toetsen van stro, vet en zacht, en in een tweede zetsel heel kruidig. Bij het derde werd hij mooi zoet en compleet in balans. Maar het was de allerlaatste die ons echt verblufte, door zijn kwaliteit, maar ook door het verhaal, dat ons op het einde dan ook nog eens een lachstuip bezorgde. 😊😊😊😊



Mandokoro is een legendarische plaats op de westelijke flank van de Shizuoka-berg. Je zit hier op een hoogte tussen de 300 en de 400m, en in de winter sneeuwt het hier. Het is één van de laatste dorpen in Japan waar nog met de hand wordt geplukt. De gemiddelde leeftijd van de struiken is 100 jaar, en het zijn zonder uitzondering struiken uit zaad (en dus niet gekloond), individueel aangeplant en niet op rijen zoals elders, en laag tegen de grond zodat ze de sneeuw kunnen dragen in de winter. Wanneer de productiviteit van een struik te sterk zakt wordt hij niet gerooid maar heel sterk teruggesnoeid zodat hij terug kan opschieten en opnieuw productief wordt. De oudste hier is 300 jaar oud en zo'n zeven meter breed. Elke struik is genetisch verschillend.



Eén van de problemen die het dorp echter kent is de stadsvlucht van de jonge bewoners en de leeftijd die hun ouders nu beginnen te krijgen. De productie van dit top-terroir staat dan ook onder druk, en daarom worden ook buitenstaanders gevraagd om te komen helpen plukken. Ondermeer Tyas heeft de gelegenheid gekregen om een keer te komen helpen bij de oogst en als betaling heeft hij toen gewoon twee uur pluktijd gevraagd. Omdat de hoeveelheid te klein was om er groene of zwarte thee mee te maken, besloot hij een witte te maken, en de blaadjes te doen verwelken in zijn auto. Er is maar heel weinig van, en het gebeurt niet vaak dat Tyas zijn voorraadje aanbreekt, een hele eer voor ons dus.

Dit leidde tot een imaginaire discussie met een snobistische theeliefhebber die zichzelf heel hoog ophad en waarvan wij ons inbeelden dat hij met de neus in de lucht zou praten over de Mandokoro die hij onlangs kocht. Onze perfecte reply zou dan zijn of hij bekend was met de witte thee's van Mandokoro ? En daarvan dan de car-withered version ? Tegen die tijd lagen wij bijna onder tafel van het lachen, ik moet toegeven ook wel een beetje omdat we teadrunk waren... Het was een magische maar dus ook ontzettend leuke avond...

De thee geurde naar vers stro met iets heel complex dat daar als het ware boven zweefde. In de mond was hij zoet, maar op een heel speciale manier zoet. Het tweede zetsel zorgde voor een wat geslotener ervaring, maar bij het derde zetsel was hij terug helemaal top. Hij werd geplukt op 1 mei 2018. 😊😊😊😊

zaterdag 14 december 2019

Renegade Tea Estate: thee uit Georgië

Eén van de dingen die ik bewonder in een goede theehandelaar is zijn of haar nooit ophoudende zoektocht naar nieuwe thee's. Ze zijn vaak de aanleiding tot het openen van een nieuw inzicht of nieuwe kennis. Hotsoup is er zo één, en ooit dronk ik van hem mijn eerste Wakoucha. Deze keer zocht ik eigenlijk extra theekopjes voor een degustatieset, maar in het aanbod nieuwe thee's zag ik plots thee uit Georgië. Georgië zal U zeggen ? Dat is toch die plaats waar ze heel goedkope basisthee maken voor ijsthee's ? En waar vroeger de Sovjet Unie zijn thee in grote hoeveelheden kweekte ? Geen kwaliteit maar massa dus ?

Ik heb hem dan maar mee laten komen, en om onbevangen en open te proeven heb ik eerst de thee geproefd en dan opgezocht wie hem maakte. Zo ga ik het in deze blog ook vertellen.

Renegade Georgian Black

Geoogst in de ochtend van 29 juli 2019 in het dorp Zhoneti in Imereti en rond 14u verzameld, uit een theetuin van 2 ha op 200 tot 300m boven de zeespiegel. 22 uur lang verwelkt, 45 minuten lang gerold, 5 uur geoxideerd bij 29°C, daarna nog een half uur gerold en 40 minuten gedroogd bij 120°C. Dit is Batch 7*. 16 euro voor 100 gram.



Gezet op 13 december 2019, een natte en koude vooravond. 200ml, 85°C, 3 gram, 2 minuten, in een kyusu. Zeer mooi droog blad, groot en donkergrijs met af en toe wat lichtbruin ertussen, een beetje een getomateerd aroma. Vreemd, want Japanse 2019 Wakoucha heeft dat ook vaak. Mooi nat aroma dat opnieuw wat doet denken aan een goed gekruide dunne tomatensoep (met een bos bloemen op tafel, dat wel). De infusie is echt goudgeel, met een oranje schijn. Aangename geur, wat kruidig, ook hier weer die tomaat. In de mond verrassend zuiver en verfrissend, heel licht, mooi zoet zonder zwaar te zijn, en met veel inhoud. Geen astringentie, en ik begrijp de opmerking die ik ergens las bij de producent: een zwarte thee voor liefhebbers van groene. Mooi volume en mooie structuur. Wanneer de thee afkoelde kwamen er wat first flush karakteristieken naar voor die de thee nog wat meer richitng groen duwden, en een verrassende astringentie die pas na de afdronk opdook. Een knap gemaakte en originele thee. 😊😊😊(😊).




De Renegade Tea Estate is nog maar een heel jong bedrijf, ontstaan toen in 2017 een groep jonge en iets minder jonge mensen uit Estland en Litouwen de zakenwereld vaarwel zegden en in Georgië op zoek gingen naar de verwaarloosde theetuinen uit de Sovjet-periode. Die waren dertig jaar geleden, in het begin van de jaren 90, verlaten toen de planeconomie in elkaar viel. Veel van die plantages waren gerooid en de thee was vervangen door andere gewassen, maar heel wat goede percelen waren gewoon braak komen te liggen. De pesticides en kunstmest die hier ooit royaal waren uitgestrooid waren vergaan en varens bedekten de nu terug gezonde percelen waar nog theestruiken stonden. Veel van die struiken waren ondertussen rond de vijftig à zeventig jaar oud en bleken afkomstig te zijn van zaad, en niet van klonen.



Uit een vijftigtal kandidaten werden de beste theetuinen geselecteerd en terug opgeruimd. De selectie gebeurde zo dat verschillende terroirs ook thee's met verschillende karakters opleverden, en er op die manier keuzes konden worden gemaakt om een breed aanbod te kunnen geven. Er wordt 100% organisch gewerkt. De winters in Georgië zijn lang en koud en de meeste insecten die schadelijk zijn voor de theeplant overleven hem niet. De enige natuurlijke vijand van de thee hier bleek...de koe, die verzot is op de jonge scheutjes in de lente. 2019 is hun eerste oogst.

Koeien wegjagen uit je theetuin...


Ik kijk nu al uit naar het volgen van dit project waarvan ik van harte hoop dat het slaagt en dat het groeit. De website is alvast een knaller, héél professioneel gemaakt en vol enthousiasme, en deze eerste thee was alvast een schot in de roos. Allemaal héél opwindend eigenlijk !

* dit is alvast iets dat ik bijzonder apprecieer. Wie wat meer betaalt voor zijn thee, wil ook wat meer informatie, en die geven ze je.









zaterdag 30 november 2019

Tyas Sosen: The Story of Japanese Tea

Tyas Sosen, of Tyas Huybrechts, want ja, dit is een Vlaming, studeerde in 2010 af als Japanoloog in Leuven. Hij studeerde verder in Osaka met als specialisatie de literatuur, geschiedenis en cultuur van 17de eeuws Japan. In september 2014 begon hij te werken voor een theefirma in Uji om in de lente van 2015 zijn diploma van instructeur in de 'Way of Tea' volgens de Enshu school te behalen. Dat jaar stichtte hij ook The Tea Crane dat zich specialiseert in unieke Japanse thee's, helemaal zoals het volgens mij hoort, met veel uitleg over de herkomst van de thee's die hij verkoopt. Dit is zijn boek.



Een heel groot deel van het boek is gewijd aan groene thee, Japan's hoofdthee. Tyas geeft hierbij naast een uitgebreide uitleg over de productiemethode ook veel duiding bij de teelt ervan, en dat is redelijk uniek. Net als bij wijn wordt bij thee veel van het eindresultaat bepaald door het materiaal waarmee men begint, en Tyas spreekt over bemesting, beschaduwing, terroir, oogstmethodes en cultivars met een zeer diepgaande kennis die voor mij essentieel is om Japanse thee op een ander niveau te beginnen begrijpen. Hij lardeert zijn verhaal met 'case studies' die de theorie illustreren en die helpen om alles nog beter te begrijpen.



Eén hoofdstuk behandelt uitgebreid matcha, poederthee, en de meest Japanse thee aller tijden, waaraan je een leven van studie kan wijden, en die waarschijnlijk het meest de Japanse ziel weerspiegelt. Het is een zeer oude manier van theezetten die heel nauw verbonden is met de Japanse filosofie en het zen-boeddhisme, en het is de thee van de Japanse theeceremonie.

Zelf ben ik heel blij met de aandacht voor de wat minder voor de hand liggende theesoorten zoals bancha, Japanse oolong of wakoucha, de thee waarover ik mijn eindwerk maakte en die mij zo nauw aan het hart ligt dat ik er een eigen Engelstalige blog aan wijdde: https://wakoucha.blogspot.com/. Over deze thee's was tot nu toe zeer weinig te vinden, zeker niet in gedrukte vorm, en ik ben hem dus zeer dankbaar.

Er bestaan uiteraard waarschijnlijk nog dieper gaande boeken en studies over Japanse thee, maar die zijn in het Japans en voor ons dus onleesbaar. Dit boekje is een standaardwerk geworden voor iedereen die geïnteresseerd is in Japanse thee maar de taal niet beheerst. Het leest nog vlotter als je er de thee van The Tea Crane bij serveert...en dus nog een laatste tip: koop een mooie kom en een chasen, een matcha borstel, en een kyusu-theepot, en laat Tyas de wondere wereld van Japanse thee voor je openen !