Pagina's

zaterdag 16 november 2019

Mysteriethee

Na het afwerken van mijn paper over wakoucha en het op poten zetten van de begeleidende  wakoucha blog, werd het stilaan tijd voor het volgende examen voor mijn ITMA Tea Sommelier opleiding. Er lag immers al een paar maanden een geheimzinnig zakje in mijn theekast te wachten tot wij, de twee Belgische kandidaat theesommeliers, naar ITMA Belgium werden gehaald voor onze tweede proef, het blind proeven van een ons onbekende thee.



Ik kan U zeggen dat ik behoorlijk nerveus was. Ik ben één van die mensen die zich kunnen verliezen in een apart hoekje van een discipline en daar dan alles van af willen weten, en sinds de zomer had ik nog nauwelijks iets anders dan Japanse zwarte thee gedronken. Maar daar stond tegenover dat ik de goede gewoonte heb om mijn thee's te fotograferen en daar een (nogal chaotisch) archiefje van aan te leggen, en uiteraard is de Theeencyclopedie (met drie e's) uiteraard ook een eigen product, en met die twee bronnen van kennis zou dat wel moeten lukken, hoopte ik...

Onze taak was de volgende: door het bekijken (en besnuffelen) van de droge blaadjes eerst en vooral beslissen hoe de thee moet worden gezet, op welke temperatuur, hoe lang en op welke manier. Daarna moesten we de resultaten bespreken en daar een conclusie uit trekken: wat voor een thee was het ?

Eerste kennismaking


Tijdens onze laatste proefsessie hadden we al een glimp gekregen van de Mystery Tea toen onze theemeester plots een sample ervan tevoorschijn haalde en toonde. Mijn allereerste reactie was: dat is een witte thee, een Moonlight Tea, omwille van de redelijk grote bijna witte blaadjes. Maar waarom dan zoveel groene blaadjes ? Een blend ? Nee, dat was niet de bedoeling van de test. Thuis gekomen dook ik in mijn geheugen (en collectie) en al snel sloeg ik een ander spoor in.

China was ondertussen al wel komen bovendrijven: Indië is echt niet bekend voor zijn groene of witte thee, Afrika al evenmin, en voor Japan was de thee te 'wild' en alleen kamairicha wordt in Japan in de pan gebakken, en daar had hij teveel witte blaadjes voor. Maar van waar dan ?

Yunnan ? Nee, te kleine blaadjes. Fujian ? Een kanshebber, want hier komt de meeste witte thee vandaan. Zhejiang ? Waar de meeste groene thee van China vandaan komt ? Een Bi Luo Chun bijvoorbeeld ? Zou wel kunnen ? Anhui ? Sichuan ? Ik begon meer en meer richting Bi Luo Chun te denken, en met dit idee vertrok ik naar het examen.

een typische Bi Luo Chun

De Mystery Tea, hij leek er op...en dan toch ook weer niet



De thee werd gezet op 80°C, dat bleek correct, met een redelijk hoge verhouding blad / water, en op 2 minuten, wat duidelijk te lang bleek, want de thee werd al wat te bitter voor sommigen. De kleur van de infusie was diepgeel, zeker en vast te geel voor een witte thee, het aroma was mooi, met koekjesdeeg. Dat aroma klopte alvast met een Bi Luo Chun, maar wat ontbrak was het vegetaal-grassige van een groene thee, en ook de smaak klopte niet. De thee was rond en lang, met een dik mondgevoel, in het tweede zetsel ook nog een pak zoeter dan in het eerste, zoals een witte. En toen zei Laura iets dat me het licht deed zien...

de natte blaadjes, klein en fijn...en groen


'Die thee gedraagt zich als een groene, maar hij doet me telkens weer terugdenken aan een witte...'. En is er een thee die dat doet ? Ja, eentje, de Bai Mao Hou of White Monkey. En had ik hem al eens gedronken ? Ja hoor, bij Hotsoup. En wat is er typisch voor deze thee ? Dat hij eruitziet als een groene thee, dat eigenlijk ook is, maar dat hij smaakt en geurt als een witte. Hij wordt gemaakt van de Fu Ding Da Bai cultivar, die meestal gebruikt voor witte thee, maar het productieproces is dat van een groene, en hij komt uit Fujian, waar ook de meeste witte vandaan komt. Hij is redelijk zeldzaam, en nogal apart, en het was dus een mooi instinkertje...maar niet voor mij. De naam komt van de vorm van de droge blaadjes die doet denken aan de rugharen van een apensoort. Daar had ik hem niet aan herkend...

Tweede test gepasseerd, en ikke dus blij. 😄


vrijdag 8 november 2019

Gyokuro, een liefdeslied

'You and I together...I remained long; yet in the moment of going I thought I had only just come.

'You and I together...Still I think of the tea. Old or new tea of Uji it might have seemed to others; but to me it seemed Gyokoro tea, of the beautiful yellow of the yamabuki flower. 

'You and I together...I am the telegraph-operator. You are the one who waits the message. I send my heart and you receive it. What care we now if the posts should fall, if the wires be broken ?

LAFCADIO HEARN, In Cholera-time., Japanese Ghost Stories., 2019, maar opgeschreven voor 1905.





Lafcadio Hearn leefde van 1890 tot 1904 in Japan. Hij was een Ierse journalist-schrijver (met wie ik de verjaardag deel) die de laatste 14 jaar van zijn leven doorbracht in Japan als lesgever en schrijver. Vandaag is hij het bekendst voor zijn verzameling traditionele Japanse spookverhalen. Dit deeltje van een liefdeslied komt uit een verhaal dat vertelt hoe de baby van een rondtrekkende verkoper van bamboe-buizen er ondanks de zware tijden en het vroege overlijden van zijn moeder er zo goed blijft uitzien, terwijl overal rond hem kinderen sterven. Wanneer de verteller vraagt hoe dat komt antwoorde de vader dat het logisch is. In de wieg ligt de ihai, de kleine herdenkingssteen voor de moeder, en die zorgt er voor dat zij het kind blijft zogen, ook vanuit het hiernamaals. 

Dit vijf bladzijden lange verhaal is één van de ijselijkste van de bundel, vooral omwille van een paar andere, maar terloops vermelde zaken. De eerste regels vertellen hoe in 1895, op het einde van de eerste Japans-Chinese oorlog, de cholera de belangrijkste bondgenoot was van China, en hoe deze bondgenoot, blind en doof voor vredesverdragen, het overwinnende leger gevolgd is naar Japan en er in één zomer 30.000 slachtoffers maakt. Terloops zegt de verteller dat het verbranden van een volwassen lichaam 80 sen kost, maar dat van een kind maar 44. Ondertussen spelen kinderen in de straten en zingen oorlogsliedjes: chan-cha bozu no kubi wo hane, ook kleine jongetjes kunnen het hoofd van een Chinees afsnijden. 

42 jaar later, in de tweede Chinees-Japanse oorlog, zouden de zonen en kleinzonen van die jongetjes dat met veel enthousiasme doen. Tussen 1937 en 1945 stierven in China tussen de tien en de vijfentwintig miljoen mensen. Japanse officieren testten hun vaardigheden met het zwaard uit op Chinese krijgsgevangenen, en de oorlogvoering was van een wreedaardigheid die wij ons vandaag nog moeilijk kunnen voorstellen, maar die in China nog niet vergeten is. 

Gyokuro, of Dierbare Dauw, is een schaduwthee die tot de top van de Japanse theesoorten behoort. 


vrijdag 1 november 2019

Kamerthee: ambient brewing

Ik, en vele andere theeliefhebbers met mij, blijf het jammer vinden dat de restaurantwereld zo weinig aandacht blijft schenken aan de geheelonthoudende medemens. Zelfs nu, in tijden waarin meer en meer mensen zich bewust zijn van de gevaren van dronkenschap achter het stuur, blijft het vaak een droevig verhaal van een parelend watertje en de meest vulgaire frisdranken, met af een toe een degelijke (maar vaak veel te zoete) mocktail als goedmakertje.

Dat vond Timothy d'Offay, de man achter het unieke theewinkeltje in Londen, Postcard Teas, ook, en hij begon over het concept na te denken, in het goede gezelschap van de sommeliers van The Fat Duck en The Clove Club, en Vaughn Tan, een academicus. De klassieke thee, warm gezet dus, vraagt veel werk van een sommelier, is moeilijk te doen in de rush van een 'service', en de temperatuur doet de glazen aandampen. Zelfs de Chinezen drinken vaak alcohol tijdens de maaltijd, en houden de 'goede' thee voor later. Cold brew, een techniek die in het Westen wel eens toegepast wordt, en de thee een nachtje in de ijskast laat trekken in koud water, doet veel van de finesse van thee verloren gaan.

Bij het zetten van Ambient Tea heb je eigenlijk weinig nodig. De temperatuur is best tussen de 10 en 20°C (de kelder ?), en ik gebruikte voor mijn experimenten 3 gram op 250ml. De trektijd kan je zelf wat bepalen, ik vond een uurtje vaak goed, in een paar gevallen wat te weinig en in sommige wat te veel. De thee drink je op de temperatuur waarop hij gezet werd, en gezette thee kan je een tijdje bewaren zodat je hem kan stockeren voor de volgende service, heel belangrijk voor een sommelier. Ik vond heel handige flesjes (zie foto) in een uitverkoop maar elke fles of kom kan.



Ik ben er nu een tijdje mee aan het experimenteren, en bij sommige thee's was ik echt verbaasd over de complexiteit en diepgang van de thee's, en vaak vooral over hun afdronk en body. Sommige proefden heel monotoon, in één bepaald register, maar dat kan culinair heel interessant zijn, sommigen waren zo wonderbaarlijk complex dat ze op zichzelf konden staan. Heel af en toe walt er eens eentje echt tegen, en meestal was het ook klassiek gezet al geen topper.

Ik experimenteerde al wat met de techniek en blijf vrolijk verder doen. Ik zet ze vaak zondagvoormiddag om dan wat te kunnen experimenteren met de maaltijd, een heel leuke gewoonte die weinig tijd vraagt en de andere eters niet stoort omdat je alles al op voorhand hebt gemaakt. De techniek is te vermijden bij kruiden- of fruittthee's waarvan je de herkomst niet goed kent en die onzuiver kunnen zijn. Oolong's en Pu'er worden best eerst gespoeld in kokend water.

Dit waren de leukste:

Darjeeling first flush 2019 Victoria's Peak SFTGFOP1: gezet met bruiswater uit de ijskast dat dan wat opwarmt in de kelder tijdens het zetten. Na een tijdje krijg je iets heel fris en bruisend, zeer lekker in een schuimwijnglas, en veel opwindender dan alle coldbrew's die ik al uitprobeerde ! 0% suiker, 100% smaak. Deze zette ik met Perrier, 55 minuten trekken en 3 gram thee op 250ml. Het resultaat was een overweldigende en heel aangename smaak van verse kervel, met genoeg volume en diepgang om overeind te blijven bij de hapjes. Postcard Teas leerde me dit, en Darjeeling first flush werkt héél goed met spuitwater. De thee kwam van bij Brown Betty.



Gyokuro Asahi, Gourdon Négoce de Thé in Metz: dit is al een wat oudere Gyokuro die ik in 2018 kocht en waarmee ik experimenteer om te zien wat er gebeurt bij het ouderen. Ook gezet met Perrier, en hier kwam een heel zacht maar mooi umami-aroma naar boven, en de thee was héél erg lang en vol. Perfect bij gerookte vis. Wanneer je jongere Japanse groene thee neemt kan het zijn dat de saliene of grassige toetsen heel sterk naar voor komen en perfect samengaan met vis- of groenteschotels, als een vervanger voor witte wijn (maar dan complexer, suikervrij en veel interessanter 😊).

Gyokuro Uji, Ujitawara, 2018, Hotsoup: op het laatste moment nog toegevoegd aan deze blog omdat hij zo onwaarschijnlijk lekker is. Als teveel mensen hierachter komen hebben we een probleem... Heel curieus maar zeer lekker aroma dat me doen denken aan iets van snoep maar ook aan de heerlijke hapjes van Viswinkel Luc. In de mond komt dat vissige er wat meer door (sprotjes, dat is het !!!), maar dan zonder het zout. Sommeliers aller landen, waar wachten jullie nog op ! Onwaarschijnlijk lekker.

Feng Huang Dong Ding, Hayashi teashop, Taipei: een bijzonder lekkere en complexe Dong Ding oolong meegebracht uit Taiwan. Strogele kleur. Een bijzonder gastronomische thee, met in de neus citrus en wilde bloemen, en in de mond een onmiddellijke frisse citrus-achtige attaque, met heel mooie florale toetsen in een heel breed spectrum, en een leuke astringente toets. Tonen van amandel en noot die later doorkwamen maakten de thee nog beter. Hoort thuis in een toprestaurant, als vervanger voor duren en complexe witte wijn.

Iwata Koshun 2nd flush, Wakoucha, 2018, Thés du Japon: Geurt naar een coldbrewed zwarte, maar rondwalsen brengt een mooie complexiteit naar boven. Heel zacht in de mond, met tonen van hout en herfstblad. De afdronk is lang en brengt wat fruit, en de thee heeft een mooie astringente toets.

Gokase Koshun, 2nd harvest, Wakoucha 2018, Yannoko: deze thee werd volledig en redelijk monolitisch overheerst door de smaak van hazelnoot, maar was rond en romig, en zou wel eens perfect kunnen passen bij een zacht chocolade-dessert. Experimenteermateriaal voor een chef-patissier.

Ik voel zelf dat ik nog maar aan het begin sta van een lang verhaal. Ik houd jullie op de hoogte van bijzonder goed gelukte exemplaren, maar als je wat goeie thee in huis hebt, wat houd je tegen...

De inspiratie voor deze blog kwam van dit artikel op het web: https://www.postcardteas.com/site/tea-journal/ambient-tea/




vrijdag 18 oktober 2019

De theedetective: Anji Bai Cha

Ik heb hier al eens geschreven over het belang van thee als relatiegeschenk in China, en ook dat de verpakking vaak meer telt dan de inhoud, maar hier moet ik deze mening toch herzien...

De thee die ik deze keer meekreeg zat in een sober maar mooi doosje en de identiteit van de thee was niet moeilijk te vinden. Op de verpakking stond Bai Cha, en alhoewel ik even dacht aan een witte (bai) thee, vond ik al snel dat de eerste twee tekens sloegen op Anji, de regio waar hij vandaan komt, en dat betekende dat het geen witte maar een groene thee was. De vorm van de droge blaadjes bevestigde dit. Makkie dus voor de thee-detective !



Maar was het goede ? En wat is dat precies, Anji Bai Cha ?

Anji is een regio in de prefectuur Huzhou, in het noordwesten van de provincie Zhejiang, de grootste exporteur van thee van alle Chinese provincies. Het ligt aan de zee, en hier komen enkele van de meest succesvolle thee's van China als Long Jing (Dragon Well) of Qimen (Keemun) vandaan. In de vlaktes worden enorme hoeveelheden Gunpowder thee van lage kwaliteit gemaakt. Anji kwam pas laat te voorschijn met zijn thee's toen men in de jaren 80 een lokale cultivar ontdekte die het heel goed deed in de bergen van Anji, in theetuinen op tussen de 500 en 800 m boven de zeespiegel. Toen de transportsituatie van Anji verbeterde werd hij heel populair en hij wordt vandaag veel nagemaakt in andere regio's. Hij is tamelijk duur omdat de echte geoogst wordt tijdens de korte periode vlak voor Qing Ming, het lentefestival. Later geoogste heeft wat grotere blaadjes en is zoeter. De droge blaadjes lijken wat op dennenaalden en dat maakt hem erg herkenbaar. Ze zijn lichtgroen en hebben vaak een wat gelige en heel bleke kleur die typisch is voor de cultivar en waar de naam vandaan komt, maar het is noch een witte noch een gele thee, de kleuren zijn typisch voor de cultivar en komen niet van het productieproces.


Wanneer we het zakje opende klopte alles meteen. De blaadjes leken sterk op dennenaaldjes en bestonden uit één knop en één of twee blaadjes, heel uniform en mooi van vorm, en met een verrukkelijke geur die ik ken maar niet kan duiden (erg hé...). Ik zette de thee met de gaiwan, de meest aangeraden manier voor deze soort die houdt van een hoge ratio thee/water en kortere trektijden (hier 4 gram in een kleine gaiwan, 75°C en 1 minuut).


Ook bij de natte blaadjes viel de kwaliteit weer op. Ze zijn heel volledig, heel mooi gevormd en heel fijn van kleur. Het aroma was echt schitterend, het walsde wat heen en weer tussen dat van een winkel met verse snijbloemen en dat van bamboe vlak na een malse regenbui, twee héél mooie complexe aroma's. Ik las pas later dat Anji ook beroemd is voor zijn bamboe. De kleur van de infusie was een heel mooi helder geel met een jade-schijn, echt knap.

In de mond komt even iets van bladgroente overgoten door de geur van gesmolten boter (niet gebakken!). Er is geen astringentie en de smaak is aangenaam, zuiver en erg lang en indringend. Een tweede zetsel was wat zoeter. Een erg mooie thee, en een erg mooi geschenk. 😊😊😊😊

Ik had graag geweten van welk bedrijf of boerderij de thee kwam maar mijn app laat me in de steek als de tekens te dicht op elkaar staan...mocht iemand echter Chinees lezen en me willen helpen...bij voorbaat dank. 



vrijdag 6 september 2019

Wakoucha blog

Hier is momenteel even wat minder activiteit. In het kader van mijn ITMA thee-sommelier opleiding heb ik mij de laatste maand diep ondergedompeld in de studie van Japanse zwarte thee. Eén van mijn zelfopgelegde taken is het bekijken en promoten van de commerciële mogelijkheden van deze eerder zeldzame thee, en daarom ben ik vandaag begonnen met een Engelstalige blog over deze theesoort. Daar gaat even wat aandacht naar toe gaan en vandaar dus hier even wat minder posts.

een paar samples...


Wie graag wil volgen: https://wakoucha.blogspot.com/


vrijdag 16 augustus 2019

Travelling Tea

In tegenstelling tot de wijn- of bierliefhebber heeft de theeliefhebber toch vaak een probleem: het leuke terrasje aan zee of bij een mooie bezienswaardigheid waar ze goede thee serveren is zo zeldzaam als Edelweiss in de woestijn, en aan het ontbijt heb je meestal de keuze tussen middelmatig of slecht.



Dat wil zeggen dat wij als theeliefhebbers vindingrijk moeten zijn, en dat is makkelijker dan je denkt. Wie een beetje nadenkt kan eigenlijk overal waar hij wil een lekkere thee schenken voor zichzelf en zijn medereizigers. Wat heb je nodig ?

1: Thee die geschikt is.
Elke theesoort vraagt om zijn eigen zettemperatuur. Wil je thee meenemen voor een grote trektocht waar je echt halt gaat houden om te picknicken dan kan je natuurlijk je water koken op een vuurtje, en dan kan je bijna elke thee zetten. Open vuurtjes zijn echter toch al wat moeilijker om te maken en in het grootste deel van Europa eigenlijk ook verboden, en dus houden we de theesoorten die vragen om kokend water (zwarte thee, Pu'er) voor op de hotelkamer waar we een waterkoker hebben. Op wandelingen nemen we een oolong of een groene thee mee (een sencha bijvoorbeeld) die water van 70 of 80°C vraagt, en met een goede thermos lukt dat. Mijn lievelingsthee's voor buiten zijn momenteel de Long Jing van Hotsoup en de Fukamushicha van Stijn. Bij het ontbijt of als eerste kop op de kamer gaat niets boven een rode Chinees, en de zeer verdraagzame en uiterst lekkere Encre de Chine van Curiosithee is momenteel mijn favoriet.


2: Een goede thermos.
Er zijn thermossen op de markt die heet water heel lang heet kunnen houden. Een beetje geëxperimenteer thuis is nodig om de temperatuurdaling van het water per uur te kunnen inschatten, maar uit ervaring weet ik dat een 's morgens met kokend water gevulde fles tegen de middag mooi op temperatuur is voor een groene thee. Mijn favoriet hier is de Clima van 24bottles die water 12 uur warm houdt en niet transpireert in je rugzak. Goed gesloten is hij ook waterdicht (en de maker biedt mooie ontwerpen aan). De mijne was een geschenk voor mijn verjaardag en kwam van bij Brown Betty.



3: Het geschikte water.
Het hoofdbestanddeel van thee is water, en op de meeste plaatsen is het kraantjeswater ongeschikt voor thee (behalve hoog in de bergen waar het echt bronwater en erg goed kan zijn). Op een autoreis neem je dus best wat flessen geschikt water (Spa of Mont Calm in België, Luso in Portugal en Volvic in Frankrijk) mee die je dan kan koken in het hotel en in de thermos gieten. Bij vliegreizen moet je een beetje op speurtocht naar een lokaal water met zo weinig mogelijk mineralen. Heel leuk trouwens, zo'n proefsessie op het terras van je hotel, het is heel verrassend hoe compleet anders thee kan reageren op verschillende waters.

4: Een liefst doorzichtige tas
Deze moet je theepot vervangen, want die transporteer ik niet graag in mijn bagage of rugzak, en het vermijdt geklungel met spoelen etc, ook iets dat niet overal even goed kan. In een glazen tas (in zijn kartonnen verpakking uiteraard) zie je ook je thee en dat geeft een extra dimensie aan de thee-ervaring. De mijne is de Unimug van Kinto die ik kocht bij Simon Levelt in Leuven die mooi in zijn originele verpakking de rugzak in gaat en het tot nu toe overleefde. Een mooi klein handdoekje is ook praktisch.




5: Een theefilter.
Niet strikt noodzakelijk, want vele Chinese theesoorten worden traditioneel gedronken met de theeblaadjes in het water, zonder een filter. Uiteindelijk ga je die thee ook sippen en niet binnen gieten, en vaak is het ontplooien van die rondzwevende blaadjes ook erg mooi. Bij Fukamushicha kan dat echter vervelend zijn en als dat dus niet kan gebruik ik een klassieke metalen filter of een goed groot theezakje. En wat doe jet met de theeblaadjes als je sessie voorbij is ? Wel, iets dat niet veel mensen weten is dat gebruikte theeblaadjes ook uitstekende meststoffen zijn voor planten...

6: Rust
Je kan geen goede thee zetten als je gehaast bent. Kies een mooie plek, kom op een rustig moment, of voor de openingsuren, en geniet van je ritueel. Ben je niet de enige, of tonen mensen zich geinteresseerd ? Deel dan je thee (ik reis soms met één of twee kleine Chinese kommetjes als ik denk te moeten delen). Je hebt nooit genoeg theevrienden.


zondag 4 augustus 2019

Mizudashi

Mizudashi is een Japanse techniek voor het maken van koude thee, waarbij de thee niet eerst wordt gezet met heet water, maar langzaam tot stand komt door een nachtje te trekken in koud water (een coldbrew). Hierdoor blijven de Vitamine C beter bewaard en wordt de bitterheid die naar voren komt bij het zetten van Japanse thee vermeden. In Japan is dit heel populair, en de meeste mensen drinken tijdens de Japanse zomer, die heet en vochtig is, meestal deze thee. Je kan je brouwsel overigens perfect bijvullen na elk glas, en zo kan je met een fles wel twee dagen doen, zo doen ook de Japanners het.



In principe kan je van alle thee een coldbrew trekken, maar als het echt warm wordt geef ik de voorkeur aan groen, en voor een coldbrew houd ik veel van fukamushicha. Fukamushicha is een diepgestoomde groene thee: mushi betekent stoom, cha betekent thee en fuka betekent diep. Door het diepstomen breken de thee blaadjes in veel kleinere deeltjes dan bij een klassieke sencha. Hierdoor krijg je een grotere interactie tussen thee en water, en worden de smaken veel intenser. In je thee, die troebel en vaak knalgroen is, dwarrelen kleine stukjes rond die je mee opdrinkt, wat behoorlijk gezond is. De smaakpatronen die je krijgt bij deze coldbrews variëren van een soort vloeibare sla of spinazie tot bijna puur oesterwater en hangen van de gebruikte thee af.

Ik heb zelf twee favorieten, en ze leveren alletwee een heerlijk brouwsel af. Je hebt ongeveer 12 gram per liter nodig, en de handigste fles is die van het Japanse Hario https://www.hario.jp/sp_mizudashi.html. In Leuven vind je die bij Brown Betty op de Bondgenotenlaan, maar ik denk dat je ze in veel van de betere theezaken kan vinden, en zeker op het internet.

Mijn twee favorieten tijdens de warmste maanden van het jaar:

Shincha Sencha Fukamushicha, Hotsoup

25 euro voor 100gram, bij https://www.hotsoup.nl/nl/. Dit is een Shincha pluk uit 2019. Shincha is de eerste oogst van het jaar. Deze thee werd ook enkele dagen beschaduwd om meer zoete tonen te krijgen en dan diep gestoomd om een snelle extractie te geven. Het is een intense en diepe coldbrew, 'met ballen'. Het is de thee op de foto.

Japanse Fukamushicha, De Theeliefhebber

25 euro voor 100 gram bij http://detheeliefhebber.be/webshop/ en momenteel ook in de popup op het Ladeuzeplein in Leuven. Dit is een pluk uit 2018, door eigenaar Stijn persoonlijk geselecteerd in Kagoshima. Het bedrijf vermijd pesticides en werkt met een ingenieuze machine om insecten mechanisch te bestrijden. Heel fijne en complexe thee met veel umami.

In principe kan je coldbrew's maken met alle thee, en je krijgt heel lekkere exemplaren met bijna alle andere betere groene thee's uit Japan en China. Vele oolong's uit Taiwan leveren heel complexe resultaten op (ik drink ze dan ook liever in de herfst en de winter). Bij kruiden en fruitthee's is het een beetje oppassen geblazen rond hygiëne omdat je het water niet kookt, en daarom is de ijsthee-methode met kokend water en ijs daar iets veiliger.