Pagina's

maandag 17 februari 2020

Thee op de Azoren: Gorreana



Het regende pijpenstelen, oude wijven en cats and dogs zoals ik het nog niet vaak in mijn leven heb gezien (en als geboren Belg meen ik daarover te kunnen meepraten...) toen we de parking van Gorreana opreden. Het dorpje Maia ligt dan ook vlak tegen de Atlantische Oceaan en het eiland São Miguel in het midden ervan en het leek alsof wolken die de laatste 1000 kilometer hun water hadden moeten ophouden hier opgelucht het hele handeltje lieten gaan. De luchtvochtigheid was zo hoog dat zelfs binnen in het gebouw sommige muren "huilden" omdat de condens er van af liep. Dat is niet zo aangenaam maar het is wel een goed teken, want thee houdt van vocht en regen en mist in de periode waarin hij slaapt.



Gorreana maakt thee sinds 1883 toen Ermelindo Gago dâ Camaro en haar zoon José Honorato de fabriek openden. Thee was al een tijdje aanwezig op het eiland (de beknopte geschiedenis daarvan lees je hier), maar het was maar pas een tiental jaar geleden dat twee Chinese theemakers naar het eiland waren gekomen om de methodes te verfijnen. Ze waren dan ook geenszins de enige theemakers van het eiland, maar het is het enige bedrijf dat al die tijd continu werkzaam is gebleven.

Vandaag werken er 30 mensen op het bedrijf dat over 45ha aanplant beschikt waarmee ongeveer 40 ton thee wordt gemaakt, genoeg om de lokale behoeftes te vervullen en te exporteren naar overal waar Portugese immigranten zijn. Het is ook genoeg om een breed gamma te hebben, van de op de eilanden overal geserveerde theezakjes tot bulkthee in uiteenlopende kwaliteiten en zelfs thee's van specifieke delen van de theetuin.



Ze werken volledig organisch omdat dat hier redelijk makkelijk kan. Waar de omstandigheden erg goed zijn voor de theeplant zijn ze te extreem voor insecten die zich hier niet thuisvoelen. De licht zure kleibodem, de vele en stevige regenbuien, de zon tijdens de oogstperiode, de zeemist en de wind die ook wat ziltheid meebrengt maken de omstandigheden uniek. Ze gebruiken ook geen herbicides of fungicides, ook hier weer omdat ze niet nodig zouden zijn.

Naast de thee zelf is ook de fabriek echt de moeite van het bezoeken, maar dit is geen museum, wél een werkende fabriek, en alles lijkt dus wat chaotisch. De apparatuur dateert van rond het midden van de 19de eeuw, pure industriële archeologie dus, toen die machines nog in Engeland werden gemaakt en dan geëxporteerd naar Indië. Vandaag maakt Engeland geen theemachines meer. De Marshall's hier dateren nog uit de jaren 40 (die van de 19de eeuw, niet van de 20e !). Heel interessant om te zien en ik zou wel eens willen terugkomen als ze in werking zijn... deze video hielp alvast.




Een activiteit die hier het hele jaar door plaatsvind is het handmatig sorteren van de thee. Nadat een machine de thee sorteerde volgens grootte worden de steeltjes handmatig verwijderd, een job die volgens mij eerder aan de saaie kant is, maar wie ben ik om daarover te oordelen. De vingervlugheid van de dames verbaasde mij in ieder geval. Eén van hen hield even een bakje steeltjes en blaadjes naast elkaar voor mij.



Buiten heb je een magnifiek zicht op de gronden, met de mooie geometrische lijnen van een Japanse theetuin die mechanisatie vergemakkelijken (daar is niks mis mee, net als in Japan zijn de lonen te hoog om met handmatige pluk te werken). Wel meende ik nog een tuin te zien met oudere theestruiken die je met de hand moet plukken, maar ik zal eens moeten teruggaan met een vertaler.

Na het bezoek kan je een tasje van de basisthee proeven, maar het verbaasde mij eigenlijk dat er niet meer mogelijkheden tot proeven waren. Waarom geen thee-degustatie zoals in de wijn ? De kwaliteit is hier alleszins aanwezig.

Hieronder vind je nog een goeie video over het domein.





zaterdag 15 februari 2020

Thee in Europa: de Azoren

De enige plaats in Europa waar thee wordt geteeld in economisch relevante hoeveelheden ligt in het midden van de Atlantische Oceaan en hoort bij Portugal: het eiland São Miguel, een deel van de Azoren.

De Azoren zijn een eilandengroep van 9 bewoonde en acht onbewoonde eilanden. Tot 1427 waren ze onbewoond, toen ze ontdekt werden door de Portugezen. Voor een tijdje stonden ze bekend als de Vlaamse eilanden omdat Portugal in het begin vooral Vlaamse immigranten aantrok. Tot vandaag verwijzen nog heel wat plaats- en familienamen naar deze periode. Op het einde van de 16de eeuw verjoeg Filips II de Vlaamse handelaren en werden de eilanden verder bevolkt door Portugezen.

Black Pekoe van Porto Formoso in het Terra Nostra hotel


Het verbaast dan ook niet de eerste theeplanten al redelijk vroeg op het eiland arriveerden. De Portugezen waren bij de eerste Europeanen die chà dronken in hun kolonie in Macau en het was de Portugese Catharina van Braganza die thee populair maakte in hogere Engelse kringen na haar huwelijk met de Engelse vorst Charles II. In 1820 bracht een Portugese militair, Jacinto Leite, commandant van de wacht van de Braziliaanse vicekoning, zaden mee uit Rio de Janeiro die het opvallend goed deden op enkele plaatsen op het eiland. Toen later die eeuw de sinaasappelproductie in elkaar stortte door een ziekte, keek men uit naar andere culturen, en in Ribeira Grande bleken de omstandigheden perfect voor de teelt van thee. Tegen 1850 stond er al 300ha thee, en wat later haalde men ook twee Chinese theespecialisten naar hier om de productie te verfijnen.

foto in de kleine tentoonstelling bij Gorreana


Thee uit de Azoren bleef nog lang populair, niet in het minst bij de talloze Portugese immigranten die toen naar Amerika vertrokken, maar na de Tweede Wereldoorlog begon de Portugese regering thee uit Mozambique fiscaal te bevooroordelen en in 1966 waren er van de oorspronkelijke 15 theefabriekjes nog maar 5 over. Vandaag zijn dat er nog maar twee, het grotere Gorreana en het minuscule Porto Formoso. Ze liggen beide in Ribeira Grande, waar de omstandigheden ideaal zijn, met een vulkanische bodem (heel goed tegen insecten en schimmels) en een enorme luchtvochtigheid. Het is trouwens alleen de sinensis var sinensis die hiervan houdt, alle pogingen met sinensis var. assamica liepen slecht af. Wanneer wij de theetuinen en omgeving bezochten, eind januari, was de luchtvochtigheid zo hoog dat de muren huilden...de druppels water liepen door condensatie van de binnenmuren. De airco dient in deze streek om de vochtigheid te reguleren, niet voor de warmte die zelfs in de zomer eerder aangenaam is.

Volgende week hebben we het over Gorreana, de enige theetuin in Europa die voldoende thee produceert om een rol te spelen in de nationale en internationale theehandel.




maandag 27 januari 2020

Een thee met een lange adem en een vleugje politieke geschiedenis: Fushoushan Oolong uit Taiwan

Indien U deze blog volgt had U het misschien al wel door: ik houd wel van een thee met een verhaal. Achter deze zitten er een paar. En dat is dus leuk.

Eerst en vooral is deze thee een echte bergthee, een Gaoshan cha. De theetuinen van de berg Fu Shou, de hoogste van de Li Shan bergketen, liggen op 2500 tot 2600m hoog boven de zeespiegel, waar periodes met mist en koude afwisselen met hevige zonneschijn en blauwe luchten. Door de grote hoogte groeien de theestruiken heel traag en concentreren de smaken zich, en de grote verschillen tussen dag- en nachttemperaturen zorgen voor extra complexiteit. De hoogte zorgt er ook voor dat er nauwelijks insecten voorkomen en het is erg makkelijk om pesticides te vermijden. Foushoshan oolongs zijn bij de laatst geoogste van de lente.  Door hun aard hebben ze ook een enorm lange adem: in Taiwan is het niet ongewoon om de hele dag door telkens weer op te gieten op dezelfde blaadjes.

Op de berg ligt ook de grote staatsboerderij van Fushoushan. Toen Tsjang Kai Shek, de staatsleider en generaal van de nationalistische Kwomintang de strijd tegen de communisten verloor, vluchtte hij in 1948 met twee miljoen medestrijders en hun families naar Taiwan. De eerste decennia draaide alles rond de verdediging van het eiland en het grote einddoel, de herovering van China, maar toen de Verenigde Naties in 1971 de communistische regering erkende als de enige legitieme regering van China, werd het einddoel wat vergeten...en zat Taiwan met grote groepen veteranen. Eén van de dingen die Tsjang Kai Shek uitwerkte was de uitbouw van grote staatsboerderijen om die veteranen tewerk te stellen en de Fushoushan boerderij was met zijn 700ha één van de grotere.

Die staatsboerderijen ontstonden al vroeger, toen soldaten werkten aan de infrastructuur in de regio met de aanleg van wegen en bruggen, en de boerderijen moesten zorgen voor de aanvoer van fruit en groentes. Wanneer hun werk klaar was bleven heel wat soldaten hangen in de regio en zij kregen een job in die boerderijen. Er worden nog altijd peren, pruimen en perziken geteeld. Op een moment kwam men er ook achter dat de omstandigheden perfect waren voor thee, en de Fushoushan boerderij begon met de aanplant van Tieguanyin en Qingxin cultivars. Vandaag zijn deze thee's strikt beschermd en mogen ze alleen in de originele verpakking verkocht worden. Ze worden vaak geschonken aan buitenlandse bezoekers.

Fushoushan


De thee die ik dronk komt van een theetuin die buiten de Fushoushan boerderij ligt, maar op dezelfde hoogte en met een gelijkaardig terroir. Toen de Fushoushan boerderij begon met thee, waren een aantal boeren snel om op de gronden buiten de boerderij hetzelfde te doen, en deze thee's zijn makkelijker te verkrijgen.

Fushoushan is echter ook één van de meest gekopieerde thee's van Taiwan. In zo'n geval is het héél belangrijk dat je koopt bij iemand die je kan vertrouwen, en mijn leverancier hier, Hotsoup, koopt dan ook in bij een dame in Nantou met 20 jaar ervaring, en die hem al jarenlang hoge kwaliteitsthee levert. Is het jammer dat dit niet de échte Fushoushan is ? Tja, ergens wel natuurlijk, maar naar het schijnt is de kwaliteit van de echte al jaren ondermaats. Pas onlangs zou daar verandering in het komen zijn met de komst van een nieuwe directie.

Fushoushan Oolong, Hotsoup, 2018:

Geoogst en verwerkt in de herfst van 2018 op de berg Fushou in het Lishan gebergte. Qingxin cultivar, waarmee ook Baozhong en Dong Ding wordt gemaakt. 19.38 euro voor 25 gram.

Ik maakte deze thee op twee verschillende manieren, een keer met 4 gram en korte trektijden in een gaiwan, op zijn oosters, en een andere keer met een yixing, 7 gram thee en startend met 30 seconden, op z'n Taiwanees.



Heel mooie opgerolde groene balletjes voor de droge thee. In de opgewarmde gaiwan kwam er al een prachtig aroma naar voor, en het natte blad geurde bij de eerste twee zetsels echt heerlijk, heel floraal en boterig maar met een unieke mooie frisse toets. De infusie geurde ongeveer hetzelfde, bij de yixing met de geuren van smeltende boter in een pan die begint te bakken, en zeker voor het tweede zetsel gecombineert met de geuren van een avond op het platteland. Enorm complex. In de mond een beetje grassig-groen en zacht als een Baozhong, maar met een dikke, wat zoete, boterigheid, heel interessant en met een overrompeling van florale toetsen. Ook het derde en vierde zetsel was bijzonder, wat zoeter en boteriger in de mond met minder van die frisse luchtaroma's en floraliteit, maar nog steeds erg lekker. Een vijfde en zesde zetsel bracht nog steeds een erg mooie thee voort.

😊😊😊😊(😊)

Verkrijgbaar bij Hotsoup: https://www.hotsoup.nl/nl/fushoushan-oolong-najaar-2019.html



zondag 19 januari 2020

Mok-verhalen: Penshurst Place, Sir William Sydney en Postcard Teas' English Breakfast

My True-love hath my hart and I have his
By just exchange one for another given
I hold his dear and mine he cannot miss
There never was a better bargain driven

Sir Philip Sydney




Mijn allereerste reis naar Engeland, nu al heel lang geleden, was rijk aan plaatsen die zo mooi waren en zo'n indruk op me nalieten dat ik ze later nog vele malen terug bezocht. De meeste lagen in Kent, het graafschap dat je binnenrijdt vanop de ferry in Dover, en waar je rustig een week kan doorbrengen om dan alleen nog maar de hoogtepunten bezocht te hebben. De plaats die altijd al het meeste indruk op me maakte omdat ze door en door Engels was, en zo vol van geschiedenis en kunst, was Penshurst Place.

De bouw ervan startte in 1341 voor een burgemeester van London, waar het zo'n 50km vandaan ligt, maar het kwam al snel in handen van edelen waaronder de hertogen van Buckingham. Nadat Hendrik VIII de hertog liet onthoofden gebruikte hij het als uitvalsbasis om de jonge Anne Boleyn het hof te maken die in het nabije Hever Castle, nog zo'n topper, woonde. In 1552 schonk Henry's zoon Edward het aan Sir William Sydney, een hoveling, en het bleef tot nu in handen van zijn afstammelingen. 

Sir Philip Sydney


De beroemdste bewoner was Sir Philip Sydney, William's zoon, een dichter-soldaat in de tijd van Elizabeth I die ondermeer bekend werd voor de 108 sonnetten die hij schreef voor zijn minnares (en opdroeg aan zijn vrouw Frances Walsingham). Hij was ook een diplomaat en soldaat die hard vocht voor zijn koningin en de Protestantse zaak, en hij was in Parijs bij zijn schoonvader tijdens de verschrikkelijke Bartholomeusnacht toen gedurende drie dagen duizenden protestanten, de zogenaamde Hugenoten, werden opgejaagd en vermoord door de Parijzenaars. In 1586 vocht hij in de slag bij Zutphen in Nederland toen hij een kogel in de dij kreeg. Hij overleed 26 dagen later aan gangreen, niet na het uitspreken van de onsterfelijke woorden Thy necessity is yet greater than mine, toen hij het hem toegestopte glas water doorgaf aan een gewonde soldaat die naast hem lag. 

Het huis is vandaag één van de mooiste historische huizen van Engeland met veel erg goed bewaarde architecturale elementen zoals de Long Gallery, die werd gebruikt voor sport en wandelingen bij regenweer. De Great Hall is één van de grootste en best bewaarde van Engeland. De tuin bleef bewaard in de Italianate Style met veel compartimenten, ook een uitzondering omdat de meeste historische tuinen later werden omgevormd in de romantische landschapsstijl. Zelfs het dorp is schitterend, en ook de parochiekerk is aan aanrader. 



In zo'n tas kon ik alleen de allerbeste breakfast tea schenken, die van Postcard Teas in London, zowat de beste theewinkel van London. Timothy d'Offay, de eigenaar en één van de grote namen in de theewereld, maakt er een heel eigen blend voor, en dit is de derde versie ervan. Het is een blend van 40% zwarte thee uit Kerala in Indië van de Sahvadri Coöperatieve, 40% Assam van de Nath Family Farm in Sonitpur, en, en dat is heel origineel voor een Engelse ontbijtthee, 20% zwarte Japanse thee uit Kumamoto, de Supernatural Black van meester Matsumoto. Wakoucha dus !

English Breakfast, Postcard Teas:

4.95 £ voor 50 gram. Gezet 18 januari 2020 in een klassieke porseleinen theepot, voorverwarmd, aan 98°C, drie minuten en drie gram op 250ml. Mooie heldere roodbruine kleur. Een mooie thee, robuust genoeg voor bij het ontbijt, maar tegelijk ook zacht genoeg. Vooral in de neus viel de Japanse thee op, met een florale toets die de moutige tonen van de Indiërs verzachten. In de mond kwam er een mooie frisse toets bij die ook van de Wakoucha zou kunnen komen. Met een wolkje melk kleurde hij zeer mooi, en was hij erg lekker met twee na elkaar volgende smaakgolven, de eerste eerder zoeter en de tweede floraler, heel leuk en wat complexer dan veel andere ontbijtthee's. 

😊😊😊(😊)

  

zaterdag 11 januari 2020

Jin Jun Mei: twee stijlen

Toen Jin Jun Mei in 2005 voor het eerst het daglicht zag was het een echte luxe-thee, geplukt van dezelfde struiken als Lapsang Souchong, maar dan met uitsluitend de fijnste knopjes. Deze thee joeg een schokgolf door de lokale gemeenschap. Door anders te plukken kon er veel meer geld verdient worden met dezelfde struiken, en binnen de kortste keren ontplofte de vraag toen zowel de Chinese als de exportmarkt als een blok viel voor deze nieuwe stijl. En wat doe je als de vraag zo explosief stijgt ? Je plant nieuwe struiken aan met productieve en redelijk makkelijke cultivars, en je past de thee wat aan aan de vraag. En zo ontstonden er grote verschillen tussen de top van de markt, met thee's van heel jonge scheutjes van de wilde Xiao Zhong planten, erg complex maar ook duur want je hebt héél veel blaadjes nodig om 10 gram thee te maken (en alles gebeurt met de hand), en thee's die tegemoet moeten komen aan de enorme vraag van de Europese en Amerikaanse markten, gemaakt van cultivar's die grotere blaadjes hebben, makkelijker plukken en zich verlenen tot machinale verwerking. De prijsverschillen tussen de twee groepen kunnen zeer groot zijn. Toch denk ik dat het fout is om te spreken van échte en niet-echte Jin Jun Mei. Het zijn uitdrukkingen van verschillende stijlen binnen één groep, een beetje zoals in de wijn: in Bordeaux kan je zowel een goed gemaakte Médoc kopen als een wijn van een top-kasteel uit de Margaux. Beide zijn authentieke Bordeaux die over hun regio spreken, maar geen zinnig mens drinkt elke dag Château Pétrus, en het prijsverschil ontslaat een 'mindere' niet van de plicht om binnen zijn niveau zo goed mogelijk te zijn.

Dat gaan we hier eens testen. We proeven de Jin Jun Mei van Teastation, 25 euro voor 100 gram, een heel goed gemaakte basis-Jin Jun Mei, en we vergelijken hem met die van Mei Leaf, die 133 euro kost voor 100gram. Als je een stijl echt wil begrijpen moet je immers altijd de bovenkant van het spectrum geproefd hebben, de basis is meestal een betaalbare benadering van het product dat ooit het genre bekend maakte.


Links de Mei Leaf, rechts die van Teastation



Honey Style, Premium Label N° 31, Jin Jun Mei, Teastation

Verkocht per 50 gram, 12.6 euro per pakje. Van de Huang Gang Shan berg, op de rand van Wuyishan, de hoogste top van de regio. 1500 tot 1800m hoogte. De cultivar is Fu Yun N°6, een grootbladige variant die in 1987 werd geregistreerd en vandaag heel populair is. Met de hand geplukt, ergens voor het qingming feest.

11 januari 2019, 100ml, gaiwan, 90°C, 3 gram, 1 minuut 30 seconden. Redelijk groot blad, met veel 'goud', maar niet overdreven. Het natte blad heeft een mooi en karaktervol aroma, mooi breed en duidelijk. De kleur van de infusie is een naar het oranje neigend roodbruin. Zeer mooie, frisse neus, heel fruitig, mooie honingtoetsen, heel aangenaam en levendig. In de mond erg zacht, met een mooie afdronk, maar eerder dun van structuur. Wanneer de thee wat afkoelde kwam er wat astringentie. 2 minuten: iets roodbruinere infusie. In de neus kwam het moutige nu veel meer naar voor, op een wat eendimensionale maar lekkere manier. In de mond was de thee nu zoeter, met ook wat zurige elementen en opspringend fruit. Derde zetsel, 2 min 30 sec. alhoewel de aroma's neutraler werden, bleef de smaak erg lekker met een zoete finish die wat aan de zijkant van de tong zat. 😊😊😊(😊)
Deze thee kan ook uitstekend gezet worden op zijn Westers (en is dan zelfs ietsiepietsie lekkerder).








Gleaming Brow, Jin Jun Mei, Mei Leaf:

Gekocht op 2 januari 2020, 3 pakjes van 5 gram, 16.95 £ (133 euro voor 100 gram). Geplukt in maart 2019 en dus voor de start van de Chinese lente, van in het wild groeiende Xing Cun Xiao Zhong Wuyi Lapsang planten in Tongmu, als de allereerste lentescheutjes op oude struiken. Met de hand geplukt en gerold, en elke 10 gram is goed voor 1000 tot 1500 tips die geplukt worden met kleine plastic draagmandjes (zie de video). Volgens Mei leaf is dit authentieke Jin Jun Mei, en je kan hem herkennen aan de heel kleine blaadjes die overwegend donker van kleur zijn. Volgens hen zou er nooit meer dan 30% gouden leaf in een Jin Jun Mei mogen zitten.

11 januari 2020: Gongfu gezet met een 100ml gaiwan, 3 gram thee, 90°C en 10 seconden voor de eerste zetbeurt. Heel kleine en fijne blaadjes. Het natte blad heeft een onwaarschijnlijk complexe geur, met zwarte chocolade en iets heel floraals (ik dacht aan rozebottel, Mei Leaf aan geranium). Goudgele infusie met een oranje schijn. In de neus chocolade, maar dan in de vorm van een dessert waar ook nog andere dingen in verwerkt werden, echt héérlijk. In de mond zeer zacht, echt fluwelig, heel mondvullend, zijdezacht en luxueus. Heel lange finish. Uitzonderlijke thee, uitzonderlijke proefervaring.
15 seconden: het natte blad geurt identiek maar nog dieper en intenser. In het goudgeel van de infusie zit nu iets meer oranje.  De neus blijft complex maar krijgt nu ook iets moutigs en iets van tomaat en rozebottel. Echt heel zacht in de mond, met een zoetje achterin. Zeer lange afdronk, ik ben na 20 seconden gestopt met tellen. Geen spoor van het zure van de eerste thee, echt een bedwelmend lekkere thee is dit.
20 seconden: vleziger aroma's voor het nat blad, en nog meer oranje voor de infusie. Nog steeds een erg mooie, zacht moutige neus. In de mond nog even rond en fluwelig, maar met meer fruit.
25 seconden: ook hier terug dat fruit, maar de thee wordt meer timide (maar drinkt nog altijd lekker leuk weg).
😊😊😊😊😊
Deze thee moet je echt op zijn Chinees zetten, met een gaiwan of een yixing potje.





Er is hier een interessant dilemma. De tweede is zonder twijfel de beste, maar kost ook vijf keer meer. Het is ook een thee die je met concentratie drinkt en die vraagt dat je je alleen met hem bezig houdt (en die dat dan ook beloond). De eerste brengt precies wat de meeste mensen verwachten van een Jin Jun Mei, is toegankelijk en lekker, en is in dat genre erg goed gemaakt. De tweede is echter topkwaliteit die misschien niet voor iedereen weggelegd is. Maar kijk zeker eens naar de video van de mensen van Mei Leaf !


En als je nu echt geinteresseerd bent: hier is die van drie jaar geleden met meer uitleg over de verschillende kwaliteitsniveaus !





zondag 5 januari 2020

Jin Jun Mei: vijf thee's vergeleken

De aanleiding tot mijn vorige blog was eigenlijk een proefpakket dat ik aanschafte bij Thee van Sander (die wel vaker met van die interessante aanbiedingen komt). Proefpakketten zijn de ideale gelegenheid om een reeks thee's naast elkaar te proeven, en je kan er erg veel over leren. Je kan zo'n reeks uiteraard ook zelf samenstellen, maar het is af en toe wel eens makkelijk om dat te laten doen door iemand anders. Hier vond ik het interessant dat Sander startte met een goedkope Jin Jun Mei om dan door te gaan in stijgende (prijs)lijn, en te eindigen met twee thee's die ik waarschijnlijk nooit zou kopen omwille van hun prijs, maar die wel een essentiële afspiegeling bieden van wat Jin Jun Mei kan zijn. Want indien je een theesoort echt wil leren kennen moet je zowel de onderkant als de bovenkant van de markt geproefd hebben. De eerste twee kwamen van andere regio's, de laatste drie uit Tongmu en omgeving (zie vorige blog).

Jin Jun Mei 1, Thee van Sander:
26 euro voor 100 gram. Basiskwaliteit Jin Jun Mei, en niet afkomstig uit Tongmu. 6 december 2019, in de gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 90°C. Het droge blad heeft het typische uitzicht van een cliché-jin jun mei, met de overvloed aan gouden top, en is representatief voor een heel groot deel van het basisaanbod op de markt. Het natte blad geurt naar een kruidenierswinkel, met een mengel van kruiden, gerookt vlees en kookluchtjes, maar op een niet onaangename manier. De infusie is goudgeel met een oranje schijn. Ook in de mond die indrukken van geroosterd vlees en kruiden, maar zacht en aangenaam. Er bestaat slechtere thee. Bij een tweede zetsel met dezelfde parameters kwam er wat meer cacao voor het natte blad, en de thee was zachter en aangenamer, met minder rokerigheid. Iets in de thee stoorde me wat, en leek me wat chemisch en wat branderig. 23 december 2019, gaiwan, 98°C, 2 min, 2.5 gram. Rokerige Lapsang Souchong toetsen voor het natte blad. De geur van de infusie is bijna clichématig die van een commerciële Jin Jun Mei, maar is best wel ok met een leuke fruitige toets. In de mond zit iets plakkerigs dat ik niet kan plaatsen maar dat wat chemisch aandoet (pesticides ?). De afdronk is wel leuk. Ook een tweede en derde zetsel waren mooi zoet, lekker en met een mooie finish. Eigenlijk best wel een leuke thee, alleen dat chemische stoorde wat. 😊😊😊




Jin Jun Mei 2, Thee van Sander

Iets hogere kwaliteit maar ook niet uit Tongmu. 55 euro voor 100 gram. Het droge blad ziet er wat beter en fijner uit. 6 december 2019, gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 900C. Het natte blad had niet zoveel aroma en gaf een beetje een zure toets. De infusie was eerder caramelkleurig en had dezelfde wat zure geur. In de mond eerder dun, met wel wat florale toetsen en redelijk lange finish. Toevallig geproefd met wat noten, en dat was eigenlijk een erg goede combinatie, en hier kwam een mooie echo naar voren van puur rozen. In een tweede zetsel kwam dat ook meer naar voren. 23 december 2019, 2 min, 100ml gaiwan, 2 gram. Heel zwakke florale toets, maar voor de rest een beetje duf en saai. Niet veel soeps. 😊😊(😊) tot 😊😊 voor het tweede zetsel. 




Jin Jun Mei 3, Thee van Sander

Uit Tongmu zelf. 90 euro voor 100 gram. 6 december 2019, gaiwan, 100ml, 1 min, 2.5 gram, 90°C. Mooie droge blaadjes, klein met een mix van donker en goud. Mooi gevormde tipjes voor het natte blad, met een rijpere en diepere geur dan de twee vorige. Cacao en berghoning. Oranjekleurige infusie. Elegante en fijne maar weinig expressieve smaak. Tijdens het tweede zetsel gaf het nat blad meer specerijen dan cacao, en ook de infusie kreeg een verwarmend aroma, als kruidenkoek. Mooie volledige maak maar een erg beperkte afdronk. 23 december 2019, 2.5 gram, gaiwan 100ml, 98°C, 2 min. De geur van het natte blad is aangenaam maar erg bedeesd. Bij deze parameters eerder de kleur van mahoniehout. De aroma's waren ok, wat mout en honing, maar weinig smaak, heel zacht en neutraal. In het tweede zetsel was het aroma nog ok, maar in de mond werd hij erg kort en neutraal. De enige echte tegenvaller van de vijf. 😊😊(😊)   




Jin Jun Mei 4, Thee van Sander

Eveneens uit Tongmu maar dit is een single varietal, Mei Zhan, uit een theeplantage die zo'n 8 à 9 jaar in gebruik is. 120 euro voor 100 gram. Mei Zhan, of Mei Jian, is een traditionele cultivar uit Fujian die ook vaak wordt gebruikt voor oolongs. Gaiwan, 100ml, 90°C, 1 min. Heel mooi droog blad, mooi gevormd, veel lichte kleuren. Het natte blad heeft een zeer complexe geur met een hele mooie fruitige toets. Infusie is opvallend geel. Zeer lekker en zeer complex, heel breed en zacht, en heel origineel, met weinig aanrakingspunten met wat bij ons vooral herkend wordt als Jin Jun Mei. Opmerkelijk lekker en verrassend, met de diepgang van een mooie witte Bourgogne. In het tweede zetsel kwam de thee nog meer tot zijn recht, met prachtige tonen van honing, een heel mooie zoetheid, en de infusie was nu opvallend donkerder. Ook in de mond kwamen nu zeer mooie kruidige tonen naar voor, heel mooi en goed geponeerd. Hij leek een beetje op de eerste van de vijf, maar die was een karikatuur van deze ! Ook in het derde zetsel bleef het aroma erg mooi, met nog steeds duidelijk specerijen in het aroma en in de mond werd hij nog zoeter, en erg lekker. Ook een vierde en vijfde zetsel leverde en zoete kruidige thee op, en dit was de eerste thee die echt smeekte om meer zetsels. 22 december 2019, 100ml, gaiwan, 98°C, 2 min, 2.6 gram. Zeer mooi en complex aroma voor het natte blad, iets minder uitgesproken voor de infusie, maar in de smaak kwam alles terug. Deed me opnieuw denken aan de grootsheid van een top-chardonnay, heel zacht, heel veel volume, heel aanwezig, heel complex, met een zoetje dat perfect in het midden van de tong zat. Mooi licht bittertje in de mond dat extra structuur gaf. Lange, mooi ronde finish. Het tweede zetsel was een beetje anders, met wat crème brulée, maar zelfs na afkoelen zo mooi en rond en zacht en lekker ! 😊😊😊😊 





Eerste zetsel

Tweede zetsel

Jin Jun Mei 5, Thee van Sander

Opnieuw Mei Zhan uit Tongmu, maar vroeger geplukt met nog kleinere knoppen. 265 euro voor 100 gram. 8 december 2019, gaiwan, 100ml, 2.5 gram, 1 min, 90°C. Heel kleine knoppen voor het natte blad, met een complex en wat zurig aroma. Goudgele infusie. Heel zacht en zoet maar ook erg neutraal. Liet heel weinig los. Tweede zetsel, 70 sec: meer oranjekleurige infusie. Meer complexiteit voor het natte blad, maar bleef een heel neutrale ingehouden smaak hebben. Een derde zetsel was teleurstellend. 22 december, gaiwan, 2.3 gram, 98°C, 2 min. Redelijk intense geur voor de natte blaadjes met zurige elementen, sigarentabak en op de achtergrond iets van fruit. De infusie rook ongeveer hetzelfde. De smaak was erg neutraal en moeilijk te vatten, maar de finish was erg mooi en bleef hééél lang hangen. Heel zachte thee. Ook het tweede zetsel was zoet en zijdezacht, met een heel ingehouden kracht. Bizarre drinkervaring, mooi maar zo bescheiden...😊😊😊(😊)






Dit was een zeer interessante manier om vijf Jin Jun Mei's te vergelijken. Ik moet toegeven dat ik mij voor beide toppers, de twee laatste dus, heb moeten concentreren, het waren grootse maar geen voor de hand liggende thee's. In één van de interviews op het internet las ik dat Chinese proevers veel minder belang hechten aan aroma's en dat vooral de Westerlingen daarvoor gaan. Voor Chinezen is de diepgang en het volume in de mond veel belangrijk, en ze zouden zeer veel aandacht schenken aan de afdronk. Zo bekeken klopte deze degustatie ook wel, en ik zou ze eens moeten herdoen met een groepje van ervaren proevers, maar dat zal voor een andere keer zijn...


zondag 29 december 2019

Jin Jun Mei: de meest exclusieve zwarte thee van China...of niet ?

In de zomer van 2005 zat de president van de Wuyi Zhenghsan Tea Company, Mr Jiang, samen met twee theekenners uit Beijing, Mr Zhang en Mr Yan, te praten over de kwaliteit van zijn thee. Het bedrijf van Mr Jiang was gespecialiseerd in Lapsang Souchong, een in de zomer geoogste thee die vaak gerookt wordt en die beschouwd wordt als zijnde van mindere kwaliteit. Toen ze een theeplukster zagen die op die hete zomerdag op weg was naar de theetuin van het bedrijf in Tongmu, maakte één van de twee bezoekers de opmerking dat het toch wel hard werken was in de hete zomerzon om een thee te oogsten die aan een lage prijs zou worden verkocht. Voor Lapsang Souchong wordt tamelijk grof geplukt, met een knop en drie à vier blaadjes, en zou het dan geen idee zijn om alleen de knop te plukken en zo een betere en dus duurdere thee te maken van hetzelfde terroir ? De plukster kreeg daarop van mijnheer Jiang de opdracht om alleen de kleine knopjes aan de zijkant te plukken, en na een dag had ze 750 gram vers blad geplukt.

De wilde theetuinen van Tongmu (bron: https://www.wufeng-tea.com/jin-jun-mei/


Omdat de hoeveelheid zo klein was en de blaadjes zo fijn, werd besloten om de thee met de hand te rollen. Dit is een zeer arbeidsintensieve manier om de blaadjes te verwerken als je weet dat er in 10 gram van het eindproduct rond de 1000 knopjes zitten. Het roosteren gebeurde eveneens op de traditionele manier, in een bamboemand boven een houtskoolvuur. Al bij het verwerken stegen heerlijke aroma's op van honing en toen de thee gezet werd bleek hij vele malen beter dan de beste Lapsang Souchong die mijheer Jiang al gemaakt had. Men besloot om het experiment op grotere schaal te herhalen in 2006, in de lente, met veel jongere en nog fijnere knopjes, en een nieuwe thee was geboren.

Het kind moest uiteraard nog een naam krijgen, en alhoewel de letterlijke vertaling, die in het Westen het meest wordt gebruikt, Gouden Wenkbrauw is, heeft de naam eigenlijk een complexere betekenis. Waar bij ons, Jin dat goud betekent, vaak wordt geinterpreteerd als een commentaar op de kleur van het eindproduct, slaat het bij de Chinezen meer op de waarde van de thee, en dus niet op de kleur maar op het edelmetaal. Men bedoelt vooral dat de thee duurder verkocht kan worden en dus goud is voor de producent. Jun heeft in het oude Chinese schrift een dubbele betekenis en kan zowel slaan op hoge berg als op het meer gebruikte mooi paard. Hier moet het worden geinterpreteerd dat de thee het bedrijf van Mr Jiang de gelegenheid kan geven om hoge toppen te halen, als met een goed paard, en het de gelegenheid geeft aan het bedrijf om snel te groeien. Mei betekent wenkbrauw maar slaat op hoge kwaliteit, schoonheid en een lang leven.

Het team dat Jin Jun Mei hielp creëren (https://www.wufeng-tea.com/jin-jun-mei/)


De nieuwe thee was een onmiddellijk commercieel succes en verkocht vanaf het begin aan ongewoon hoge prijzen. Waar Lapsang Souchong eigenlijk vooral een export-thee was (voor de groene theedrinkers die de Chinezen zijn was hij te grof van smaak, en ook het roken ervan gebeurt uitsluitend voor de export), bleek Jin Jun Mei ook in China populair. Daarboven op was de naam ook nog makkelijk uit te spreken en herkenbaar voor niet-Chinezen, en de vraag steeg dus heel snel, in binnen- en buitenland. Het concept werd al snel gekopieerd tot ver buiten het oorspronkelijke gebied, dat beperkt was tot het dorp Tongmu, en een besluit van de Chinese regering om de naam niet als dusdanig te patenteren zorgde ervoor dat in alle delen van China waar zwarte thee werd gemaakt, Jin Jun Mei kon worden geproduceerd. Maar wat is dan de 'echte' Jin Jun Mei ? En hoe herken je hem ?


Authentieke Jin Jun Mei komt van Tongmu Village in het legendarische Wuyi-theegebied, van theetuinen op 1200m hoogte die rond het dorp op hellingen liggen. De cultivar is dezelfde als die van Lapsang Souchong, de Xiao Zhong, en de allerbeste komen van verwilderde planten, en zijn een soort field blend van struiken die zich hebben voortgeplant op de natuurlijke manier, via hun zaden. De beste is de vroegst geplukte en dat kan je zien aan de thee zelf, des te kleiner de topjes zijn, des te hoger de kwaliteit, des te langer het duurde om hem te plukken, en des te duurder hij waarschijnlijk is. De gouden kleurenpracht van veel Jin Jun Mei is een aanduiding van een nabootsing, de authetieke Jin Jun mei ziet donker, tegen het zwarte aan, maar is wel doorspikkeld met goud. Deze thee's hebben vaak minder uitgesproken aroma's maar een héél lange afdronk, voor Chinese consumenten een belangrijker teken van kwaliteit dan het aroma, en ze zijn altijd duur tot heel duur.

Wil dat nu zeggen dat goedkopere, gouden Jin Jun Mei vervalsingen zijn ? Nee, en zo zien de Chinezen het ook niet. Als Tongmu niet vermeld wordt, dan zal hij er waarschijnlijk ook niet vandaan komen, en de thee kan ook uit andere provincies als Yunnan komen, of andere plaatsen in Fujian. De eigenaar van Hotsoup vertelde me dat bij het maken van Jin Jun Mei in Fuzhou de allerkleinste knoppen werden uitgezeefd en opgekocht worden door handelaren uit Wuyi ! De Chinese regering geeft er de voorkeur aan dat zoveel mogelijk Chinezen aan deze nieuwe trend geld kunnen verdienen, en de naam kan je uiteraard perfect interpreteren als een kwaliteitsthee (mei) die veel geld oplevert (jin) en zo het bedrijf van de handelaar doet groeien (jun). Wil je dus de echte top Jin Jun Mei proeven gaat je dat geld kosten, en heb je een tussenhandelaar nodig met goede connecties. In de volgende twee blogs gaan we wat vergelijken.