Pagina's

vrijdag 1 juni 2018

Kamjove en de Auto-Open Tea Art Pot

Er ontwikkelt zich langzaam aan een diepe zucht van verlichting ten huize van deze blogger. Men moet afzien om schoon te zijn, en dat geldt blijkbaar ook voor verbouwingen. Gedurende meer dan tien weken was onze keuken slechts sporadisch min of meer toegankelijk. Dat wil zeggen dat de volledige kasteninhoud verspreid staat in dozen in living en kelder, eten gebeurt op de twee vierkante meter die nog vrij was in diezelfde living, en dat Operatie Thee mocht verhuizen naar mijn kantoor op zolder. Waar ik als een soort slangenmens, bedolven onder de stapel theecontainers en zakjes probeerde mijn zelfstudie verder te zetten en af en toe lekkere thee te maken. De verbouwingen lopen nu op zijn einde en de redding is in zicht, maar zonder deze uitvinding had ik het thee-gewijs niet overleefd. Ik kan geen thee zetten met de gongfu methode in een puinhoop...


De Kamjove Auto-Open Tea Art Pot was me aangeraden door Dan-Dan die hem ook zelf gebruiken in hun marktwagen. Hij is heel geschikt voor het maken van één of twee tassen thee en dus ideaal voor de individuele thee-drinker. Bovendien is hij, en dat vond ik heel interessant, heel goed om de oosterse 'gongfu' manier van theezetten na te bootsen waarbij een redelijk grote hoeveelheid thee wordt gebruikt om vijf zes keer achter elkaar thee te maken met dezelfde thee, met redelijk korte maar steeds langer wordende trektijden. Dat doe je eigenlijk in gezelschap, en met kleine kommetjes zodat iedereen over de thee kan praten, maar hier gebruik ik grotere theekopjes in wit porselein voor mezelf.



De theepot is gemaakt van doorzichtig glas zodat je mooi de kleur van je thee kan zien. Hij werkt met een opvangfilter (200ml) die via een vernunftig mechaniekje je infusie lost wanneer je vind dat je thee genoeg getrokken heeft. Omdat er een dekseltje opzit blijven de dampen hangen en wanneer de thee gelost is en je het dekseltje opent krijg je de geconcentreerde aroma's van de natte bladeren, en soms is dat ongelooflijk intens en lekker. De natte thee blijft achter in die filter, een beetje zoals in een gongfu dus, en je kan verschillende malen achter elkaar zetten, telkens proevend hoe de thee verandert.

Dit is een geweldige uitvinding voor de individuele thee-zetter die graag zijn smaak ontwikkelt en veel wil bijleren.

Zijn er ook nadelen ? Jazeker, en ze zijn vooral filosofisch: je mist het dansen van de theebladeren wat je wel krijgt bij de tweekannen-techniek, en voor het zetten van grotere hoeveelheden voor een groep is de tweekannen-techniek praktischer. Je mist uiteraard ook het hele ritueel van het werken met de gaiwan en bij bezoek is dat jammer, ook omdat het ritueel je in een bepaalde staat van ontspanning brengt. De Kamjove bootst de effecten van de gaiwan na, maar via de korte weg, en not very zen. Maar om privé te oefenen en je theekennis aan te scherpen ? Niks beter !

Kamjove theepotten zijn in België verkrijgbaar bij Dan-Dan. Ik gebruik die van 600ml die toelaat om twee tassen te zetten, maar hij bestaat ook in andere formaten.

vrijdag 25 mei 2018

Gele thee verdergeproefd

"They simply pile up firewood under their regular cooking pan and roast it in that. Before the tea leaves are taken out of the pan, they are already scorched and parched. Immediately, they pack the still hot tea leaves into a large container made of bamboo. Although there may still be some green twigs and purple shoots, they soon wither and turn yellow. Such tea is only suitable for inferior consumption. How could it be fit to enter in tea-tastings and competitions ?"

Xu Cishu, een theemeester tijdens de Ming dynastie, over gele thee


Op het einde van de blog over de Huo Shan Huang Ya, de gele thee van Twinings (en Dan-Dan), hier, beloofde ik al om wat meer gele thee's te proeven om een beter zicht op het genre te krijgen. Hier volgen de proefverslagen van de gele thee's die sindsdien de revue passeerden: enkele vielen wat tegen, enkele waren goed en een eenling was prachtig.

Guang Xi Huang Ya, Hotsoup:
20 euro per 100 gram. Geproefd op de theesommeliercursus van Syntra, eind 2017. De thee komt uit de regio Guang Xi, een streek die grenst aan Vietnam, maar de thee komt van Guangnan aan de grens met Yunnan. Huang Ya betekent 'gele scheuten'. De thee werd geplukt in mei 2017. 2 minuten aan 75°C. Droog: mooi (a bud and two leafs) met lange nogal grote blaadjes, lichtgrijs-groen, en heel licht geurend naar fruit en mos. Het natte blad is lichtgroen en een beetje gelig, en heeft een moeilijk toe te wijzen maar interessante geur. De infusie is lichtgeel en geurt naar groene asperges. In de mond een vleugje noot, en een heel rond en fluwelig mondgevoel. 😊😊😊

Yunnan Moonlight, Dan-Dan
35 euro per 100 gram. De naam verwijst naar de lichte kleur en de vorm van de blaadjes die op maansikkels zou lijken. 30 maart 2018, in en Samjove theepot, 6 gram, 500ml, 80°C, 45 sec. De droge blaadjes zijn groot, heel donzig behaard, lichtgrijs-wit en voelen supervers aan. Het droge aroma is vaag gebrand en niet erg aantrekkelijk. De infusie is licht, net als het aroma dat sterk doet denken aan groene thee maar toch net iets anders is. In de mond is de thee ook licht maar wel interessant, met na een paar seconden een duidelijke zoete toets aan de zijkanten van de tong, en een lange afdronk, maar er is iets in de smaak dat me stoort. Tweede zetsel, na 60 seconden: het resultaat is veel donkerder en neigt zelfs wat naar oranje. Het aroma is interessant met iets grassigs, iets van gebrande boter en iets floraals (bloemenkas). Ook in de mond is de smaak nu veel duidelijker met iets heel aparts en een lichte astringentie. Lekkerder dan de eerste zet die ik zou durven weggieten de volgende maal, misschien moest deze 'gewassen' worden. Eens afgekoeld is deze thee heel zacht, fluwelig bijna. Derde zetsel, 75 seconden: de thee wordt meer en meer oranje. De geur wordt leuker en leuker met iets zoets, en in de mond was hij intenser, minder complex, maar lekkerder, met toenemende astringentie. Het aroma van de natte blaadjes is nu heel leuk. Lekker maar proeven voor je hem koopt, hij is niet voor iedereen. 😊😊(😊)




Huo Shan wild yellow tea big leaf, Dan-Dan: 23 euro per 100 gram. Handgemaakt van een cultivar met grote blaadjes, vroeg geplukt, meestal met een knop met 3 tot 5 blaadjes. 30 maart, 80°C, 6 gram op 500ml. Eerste zetsel 45 seconden. De infusie is van een heel intens en redelijk donker geel, het aroma is erg geroosterd en doet denken aan geroosterde noten of pompoenzaadjes. In de mond heel origineel, zacht en erg lekker. Geen grote complexiteit maar gewoonweg lekker. De afdronk is erg zoet. Tweede zetsel, 90 seconden. Infusie wordt oranje-geel, richting caramel. In het aroma komt nu echt iets gebrands. De smaak blijft rond en zoet met een lange afdronk. Derde zetsel, 2 minuten. Caramelkleurig. Het geroosterde gaat nu richting keuken geuren, kip etc. In de mond verdwijnt het zoete en komt er wat astringentie...de thee doet denken aan gebakken Japanse hoyicha. 😊😊(😊)




Huo Shan Yellow Tips, Simon Lévelt: 19 mei 2018, sample. 11.9 euro per 100 gram. Two leafs and a bud. 20 mei, 2.4 gram, 250ml, 2 minuten. Droog: mooie groene redelijk grote blaadjes met een zachte boterige geur en iets van bijenwas. De natte blaadjes geuren nogal grassig, groene thee, maar dan met een extra laag, met iets van boter en andere dingen, moeilijk te benoemen. In de mond iets intiems maar heel complex op een erg ingetogen manier, heel mooie zachte afdronk. Bijzonder lekker, de kastanje waar de producent over sprak kwam er wat door in de afdronk. Tweede zetsel, vijf minuten: het natte blad geurt veel grassiger, met duidelijker kastanje maar minder subtiel, wel nog complex. De infusie is veel voller en geurt eigenlijk bijzonder lekker, ook in de mond is dit nu een duidelijke en volle lekkere thee, met een vederlichte astringentie. Goed bij de maaltijd ? 😊😊😊



Huang Da Cha, Simon Lévelt: Big Yellow Tea. Deze thee heeft een zwaar roosterproces ondergaan, sterker dan bij andere gele thee. Sample, 19 mei 2018, 6.4 euro per 75 gram. 20 mei, 2.4 gram, 85°C, 250 ml, 120 sec. De droge blaadjes zijn redelijk groot, donker geoxideerd en geuren naar melkchocolade en cacao. De natte blaadjes geuren eigenaardig naar een mengeling van gras en toast, 'cime di rape on toast'. De infusie is intens geel en in de neus vind je vooral geroosterd brood, in de mond is hij zacht en vol. Tweede zetsel, 180 sec. De natte bladeren geuren meer versmolten en minder groen. De infusie gaat wat richting caramel van kleur, de neus is interessanter, de mond is bijna identiek maar met wat meer astringentie. Na het derde zetsel ging de kleur richting oranje, en thee en blaadjes geuren naar een nogal vreemde cake. In coldbrew had de thee veel weg van een Hoyicha. 😊😊



Yun Shan Yin Zhen, Dan-Dan: Silver Needle of the Gentleman Mountain. Thee van het eiland Yunshan in het Dong Ting meer. Een week voor het Qing Ming festival geplukt. Uitlsuitend botten. De favoriete thee van Voorzitter Mao. Rond de theestruiken groeit een geneeskrachtig kruid, He Shou Wu, en men zegt dat de plant een deel van zijn aroma's afgeeft aan de thee. 58 euro per 100gram. 31 maart 2018, 2,5 gr, 45 seconden, 80°C. Gezet met de Kamjove. De groengrijze blaadjes zien eruit als dennenaaldjes en verspreiden een intrigerende geur. De geur van de natte blaadjes is heel complex, met iets van vis, maar eigenlijk van een heel gerecht met gebakken vis. De infusie is lichtgeel en heeft dat geroosterde niet, het aroma en de smaak zijn heel fijn en licht en de afdronk heel zoet. Tweede zetsel, 75 seconden. Intens en diep maar mooi geel infuus. De natte blaadjes geuren nu echt goddelijk goed, als een heel goed gerecht. In de mond is de thee nu iets vetter, opnieu zonder dat heel specifieke van de natte blaadjes, alhoewel het licht geroosterde na een tijdje wel boven komt. Derde treksel, 120 seconden. Heel intens geel. Pas nu geuren de natte blaadjes ook zoals de thee al rook, en die is nu echt heerlijk, met een heel lange afdronk. 1 april 2018: Naar aanleiding van een artikel op het internet onmiddellijk twee minuten trektijd gegeven, 2,5 gram, 80°C, 250ml. De infusie kleurt mooi bleekgeel. De blaadjes ruiken nog altijd het lekkerst, maar nu zit er ook meer van dat aroma in het glas, en de neus heeft een uitgesproken fruitig en licht mineraal karakter. De smaak is meer uitgesproken zoet en zacht. De blaadjes ruiken nog altijd naar vis met groentjes en kruiden en zelfs wat fruit, en eigenlijk ruiken ze naar de hele keuken waarin dat gerecht wordt bereid. Dit is een schitterende thee en de beste gele thee die ik ooit dronk. 😊😊😊😊










vrijdag 18 mei 2018

Dave Eggers: The Monk of Mokha


Ik weet het, ik weet het, dit boek gaat over koffie en niet over thee ! Maar, naast het punt dat het een goed boek is, lekker geschreven en dus een aanrader voor elke lezer die van koffie houdt en zeker voor elke foodie, bevat het een mooie analyse van de veranderingen in de koffiewereld de laatste zestig jaar. En sommige van die veranderingen gaan ook op voor thee. 

Zowel koffie als thee komen oorspronkelijk van plaatsen buiten de Europese invloedssfeer maar werden buitengesmokkeld en op andere plaatsen zo breed aangeplant dat er 'commodity-markets' ontstonden, waar voornamelijk kwantiteit en prijs belangrijk waren. Dit zorgde voor uitbuiting en vormen van slavernij omdat de prijs het belangrijkst was, en een beperking van het aanbod tot overwegend een massaproduct van lage kwaliteit. Thee werd geblend door importeurs en herleid tot een paar basiskenmerken en werd verkocht op eenvoudig te zetten manieren (theebuiltjes). Het was de periode van de grote theemerken zoals Twinings, Lipton en nog vele andere, die hun thee aanpasten aan de massaconsumptie-markt van de landen waar ze werden geimporteerd. 

Daarnaast bestond er een veel kleinere markt voor specialere thee's van bepaalde regio's die pas sinds de jaren zestig-zeventig ontstond. Sommige producenten verkochten dan bijvoorbeeld Assam's of Darjeeling's (al dan niet echte, en soms zwaar geblend met andere thee's) en je begon langzaam aan leuke dingen als Chai's te kunnen kopen. 

Sinds de eeuwwisseling kennen koffie en thee hun derde weg: die van de specialty-producten. Hierbij komen de thee's van specifieke producenten uit specifieke regio's, en verschuiven thee- en koffie-beleving op hun beurt een beetje in de richting van wijnbeleving, waarbij terroir en de individuele hand van de theemeester belangrijk, en vooral (h)erkenbaar worden. En zo kan je dus thee drinken van één bepaalde theetuin, of van één bepaalde kant van een berg, en kan je thee's beginnen vergelijken en appreciëren omwille van hun uniekheid. We hebben dat trouwens niet uitgevonden, in Japan en China doet men dat al een paar eeuwen, maar, en dit is misschien het verschil met wijn, zonder de personencultus die wij kennen. De bewondering ligt hier meer verbonden aan het product en zijn oorsprong. *

Er is absoluut ook een sociaal aspect aan deze evolutie. Waar bulk-thee en -koffie echte commodity-producten zijn, en het de markt is die de (meestal veel te lage) prijs bepaald, kunnen de specialty-producenten veel beter een link leggen tussen de inspanning en de beloning. Over het algemeen zullen de boeren wiens producten hiervoor gebruikt worden daar beter voor beloond worden. En net zoals in dit boek, is ook dit een drijfveer van veel importeurs die met deze thee's en koffie's bezig zijn.

Niks dan voordelen dus, om ook al eens zo'n wat duurder 'specialleke' te kopen. Je vind ze niet overal (en vaak op het internet), maar wie eens zoekt naar een cadeautje voor zichzelf of een andere theeliefhebber moet maar eens proberen...

Hier komen een paar adressen (een heel klein en beperkt overzichtje), maar doe jezelf eens een plezier: kijk eens rond in je eigen buurt, de kans is groot dat er in de dichtstbijzijnde stad iemand zit die je veel raad kan geven (voor België, neem maar eens een kijkje bij Kelly !).

Mijn favorieten zijn:
- de theewinkels van kwaliteitsketens als Simon Levelt (Brugge, Gent, Wijnegem, Mechelen en Leuven) en Palais des Thés (Brussel (3). Louvain-la-Neuve, Namen, Luik).
- hele goeie lokale theewinkels zoals Le Cha-Hû-Thé in Waterloo of Het Brugs Theehuis in Brugge
- op de markt ! bij Dan-Dan dus, in Leuven op zaterdag.
- op het internet, bij Valley of Tea in België, of bij Hotsoup (mijn favoriet momenteel) of TeaSenz in Nederland.

En dus, als voorbeeldjes:

Small Holder Black, Hotsoup

4.75 euro per 50 gram, Hotsoup. Een met de hand geplukte zwarte thee uit de Shire hooglanden in Malawi. De thee werd geplukt door Yamba, een kleine toeleverancier van Satemwa, het grote Fair Trade gecertifieerde familiebedrijf in Thyolo dat heel wat specialty teas op de markt brengt.
Gezet op drie minuten, 200ml, 2 gram, 85°C.
De droge blaadjes geurden naar goeie zwarte thee, zuiver en goed in balans en zijn groot en mooi van vorm. De infusie is mooi caramelkleurig. De natte blaadjes geuren naar bouillon, met iets vlezigs, de infusie naar honing, maar op een nogal timide manier. De blaadjes zijn redelijk groot, lichtbruin (redelijk licht geoxideerd) en gescheurd. De thee smaakt zacht en een beetje zoet, maar niet op zijn Chinees, eerder met een zweem van honing. Helemaal niet bitter en met een mooie afdronk. 😊 😊




Wild Assam Red Tea

7.95 euro per 50 gram, Hotsoup. In de herfst van 2017 met de hand geplukte thee uit Galakey in Assam, uit de theetuin van een kleine boer in Galakey Valley. De theestruiken zouden enten zijn van een lokale wilde variant en werden in de jaren 90 aangeplant door Mr Rebo, een leraar, op een lapje grond dat hij van zijn vader erfde. De enten kwamen van een verwaarloosde theetuin in Nagaland. In het begin verkocht hij de oogst nog onbewerkt aan een grote onderneming aan veel te lage prijzen, maar zijn twee zonen besloten om meer land te kopen en de thee zelf te maken om zo meer geld te kunnen verdienen.  Toen één van de kleinkinderen ziek werd van de pesticides die ze gebruikten besliste Mr Rana, de oudste zoon, om volledig bio te gaan. Zeven jaar later, in 2016, startten de broers Rana en Sanku, de jongste, een bio-gecertifieerd theefabriekje en het is deze thee die ik hier proefde.
6 mei 2018: de droge blaadjes zijn groot, mooi gerold, en hebben een erg aangename, zoete geur. De infusie is mooi roodbruin van kleur. De natte blaadjes ruiken fris, een beetje naar munt. Het aroma ia zoet en complex, met toetsen van fruit, jeneverbes en mout, zeer aangenaam en verfrissend. De mond is zacht en breed en evenwichtig met een heel mooie complexe afdronk die erg lang is. 😊😊😊(😊)



* uw commentaar is welkom ! dit is een stelling die ik zelf ook nog onvoldoende getoetst heb, en wie hier meer ervaring heeft mag altijd daar iets over vertellen



vrijdag 4 mei 2018

Bai Sha Lu: lentethee uit Hai Nan

De lente ! En wat is er leuker dan de aankomst van de eerste lente-groenten op de markt, na die lange lange winter ? Plots krijg je opnieuw al die heerlijke verse ingrediënten om mee aan de slag te gaan. En ook in de thee-wereld is de lente belangrijk !

Eén van de grote verschillen tussen wijn en thee is de verwerking. Waar bij wijn de fermentatie van de druiven essentieel is en dus tijd nodig heeft, is dat bij zowat alle thee niet het geval, en thee wordt dan ook vaak geoogst, verwerkt en verpakt op één dag. Dat maakt dat je zeker bij groene thee een heel korte tijdsafstand hebt tussen theetuin en plant, en theepot en tas, en waar de wijnliefhebber altijd minimaal een aantal maanden moet wachten om kennis te maken met het nieuwe jaar, is dat voor de theedrinker een kwestie van weken, en die draaien dan nog hoofdzakelijk rond transport. Je eerste thee van het nieuwe jaar is dan ook één van de tekenen dat de lente arriveert !

Deze Bai Sha Lu is zo'n echte lentethee, begin maart geplukt op het eiland Hai Nan, het grote eiland voor de Chinese zuidkust. De theeplanten staan op de hellingen van de Wu Zhi berg (de Wu Zhi Shu, of Five Finger Mountain). In januari en februari is de mist vanuit zee hier zo dik 'dat de muren in de huizen huilen' als je het venster openlaat, maar begin maart begint hier de lente, en omdat dit het meest zuidelijke deel van China is, is dit meestal de plaats waar de eerste thee-oogsten na de winter kunnen gebeuren, wanneer de blaadjes en knoppen nog heel mals en jong zijn. Deze thee arriveerde in Nederland einde maart, en bij mij op de laatste dag van de maand.


Dit is een gehakte thee en de blaadjes zijn grijs/lichtgroen, met tip en met 'tea sugar' op het oppervlak. Hij werd eerste gestoomd en dan pas gewokt, een beetje atypisch voor Chinese groene thee. Het droge aroma is heel zoet en heel lekker. De natte blaadjes geuren naar iets geroosterds, volgens de importeur geroosterde granen. Ook de thee zelf heeft dat geroosterde in de geur. In de mond is hij zacht en met een mooie aangename astringente toets die hier niet stoort maar integendeel bijdraagt tot de smaakervaring. Het tweede treksel was wat bleker van kleur, met nog steeds dezelfde geroosterde toetsen maar in de mond nog milder. Goede thee voor bij de maaltijd, ondermeer door dat licht astringente.



Ik zette de thee op de Westerse manier aan 75°C, met 2 gram voor 200ml en een trektijd van 2 minuten. Hij kostte 4.75 euro per 50 gram bij Hotsoup.

Gezet met de coldbrew-methode kreeg ik een dik vloeiende heel groene thee met een overduidelijke smaak van groene asperges.

zaterdag 28 april 2018

Mok-verhalen: Cley-next-the-Sea

Deze mok is gemaakt in fine bone china of beenderporselein, en dat maakt ze licht en ideaal om ook de kleur van je thee te bewonderen. Het is geen ochtendmok om mee door het huis te sjokken, maar het is een elegante en mooie mok voor in de namiddag, of om aan gasten te geven.



Ik kocht ze in een kleine kruidenierswinkel in Cley, op een regenachtige dag tijdens een trip langs de oostkust van Engeland, door Essex, Suffolk en Norfolk.

We waren langzaam naar boven afgezakt via Essex, Constable-land, en Suffolk, her en der een kasteel of great house bezoekend, en rijdend van pub naar pub, maar toen we arriveerden in de Norfolk Fens werden we verrast door dikke mist, iets waarvoor ze berucht zijn ... en we konden dus zeggen dat we de fens op hun meest typisch gezien hadden...alleen hadden we dus niet veel gezien.

Ik moet echter wel zeggen dat het iets had, dat bijna op de tast rijden, en toen we 's ochtends een kleine kasteelruïne bezochten was dat een unieke ervaring. We wandelden door een doodstille wereld , beetje bij beetje doken resten van de omwalling uit de mist en ik denk niet dat we het kasteel één keer in zijn geheel gezien hebben. In de ernaast gelegen dorpskerk brandden de lichten als was het kerstavond en we voelden ons op een rare manier verbonden met de dame die er de bloemen verzorgde en die ons een paar brasses liet zien...alsof de buitenwereld bestond uit spoken en fabeldieren die zich in de mist verscholen, met de parochiekerk als veilige haven.

Bij het verlaten van de fens begon het te regenen, en we reden door een nat, Hollands aandoend en plat landschap met molens en kanalen. Het was op een vreemde manier mooi, maar het deed ons ook net iets te veel aan thuis denken.

Cley-next-the-Sea ligt in Norfolk, aan de rivier Glaven. Er leven nog een goede 400 mensen in wat ooit één van de drukkere havens van Engeland was, maar door landwinning trok de zee zich verder en verder terug en slibde de haven dicht. Vandaag is er nog weinig dat doet terugdenken aan zijn faam van weleer buiten de veel te grote kerk.




De pittoreske windmolen is één van de bekendere zichten van Engeland en werd jarenlang gebruikt door de BBC. De popzanger James Blunt groeide er deels op toen zijn grootouders er woonden. Het is vandaag een bed and breakfast maar niet langer de woonplaats van de Blount's.

Cley was ook de plaats waar in 1914 de dichter Rupert Brooke droomde over een oorlog en wakker werd met het nieuws dat Engeland de oorlog had verklaard aan Duitsland. Hij was Engeland's eerste war poet, onsterfelijk door zijn gedicht The Soldier, nog heel idealistisch van toon, in tegenstelling tot de latere war poets toen duidelijk werd hoe zwaar de slachting aan het front was.

If I should die, think only this of me:
That there's some corner of a foreign field
That is for ever England. There shall be
In that rich earth a richer dust concealed;
A dust whom England bore, shaped, made aware,
Gave, once, her flowers to love, her ways to roam, 
A body of England's, breathing England's air,
Washed by rivers, blest by suns of home.

And think, this heart, all evil shed away,
A pulse in the eternal mind, no less,
Gives somewhere back the thoughts by England given; 
Her sights and sounds, dreams happe as her day;
And laughter, learnt of friends, and gentleness, 
In hearts at peace, under an English heaven. 


Maar om te eindigen met een vrolijke noot, de eerste regel wordt, licht gewijzigd, ook gebruikt door Blackadder wanneer die aan het Westelijk Front vecht: "If I should die think only this of me, I'll be back to get you."


vrijdag 20 april 2018

Three Teas Tasted: Japanse Rode Thee...Wakoucha !

Japan is bekend voor zijn groene thee, en terecht ! Maar ooit exporteerde het meer zwarte thee dan China, en vandaag zijn er een 300tal boerderijen die er terug maken. En daar zitten hele lekkere en originele exemplaren tussen.

Rode thee, of kou cha


In het Japans noemt men deze thee wakoucha, en het woord kou betekent rood. Japan heeft heel zacht water met weinig kalk (osteoporose is er een veel voorkomend probleem) dat er voor zorgt dat wat wij zwarte thee noemen hier rode thee genoemd wordt. Het is ons harde water dat thee donkerder en meer zwart doet kleuren.

De Japanners begonnen pas 150 jaar geleden zwarte thee te maken en deze was vooral voor de export bestemd toen Japan zich opende voor invloeden van buitenaf. Zwarte thee bewaart beter tijdens de lange transporten via de zee en was dus meer geschikt dan de fragiele en fijne Japanse groene thee. Tegen 1874 zou Japan meer thee exporteren naar de VS dan China, maar dit duurde niet lang. Japan's betrokkenheid in internationale conflicten en allerlei verschuivingen binnen de wereldhandel deden de Japanse thee snel verdwijnen van de markt, en vandaag zou er slechts 2% van alle Japanse thee worden geëxporteerd.

In Japan zelf wordt vooral groene thee gedronken en de productie van zwarte thee kromp dan ook drastisch. Maar Japan is ook het land waar sinds de Tweede Wereldoorlog heel veel wordt geëxperimenteert met cultivars, en dit heeft ook geleid tot een paar heel interessante zwarte thee. Velen houden een beetje het midden tussen de zoetheid en het fruitige van Chinese qimen's en het moutige van Indische assam's, maar de drie die ik tot nu toe dronk waren alle drie heerlijk, zij het op een heel andere manier.



1: Takachiho Black Benifuki, Hotsoup

Deze thee komt uit Takachiho, een stad in het noordwesten van Miyazaki op het eiland Kyushu, Japan's meest zuidelijke theeregio, en kostte 19,75 euro per 50gram. Hij werd half mei geplukt in een theetuin op 350m hoogte, in de heuvels waar de verschillen tussen dag- en nacht-temperaturen groter zijn dan in de vallei. Benifuki is een cultivar die van twee walletjes eet: zijn mama is een camilla sinensis var. sinensis, afkomstig uit Darjeeling en bekend onder de naam Cd86 Makura, en zijn papa (of omgekeerd) een camilla sinensis var.assamica uit Japan en bekend als Benihomare. Hij is goed resistent tegen ziektes en productiever dan de klassieke Yabukita waarmee de meeste Japanse theetuinen aangeplant zijn. Hij wordt vooral gebruikt voor oolong's en zwarte thee.
Voor de eerste keer geproefd in de winter van 2017 op de Syntra theecursus onder de bevallige vleugels van thee-engel Kelly. Droog, misschien de mooiste van de drie, met grote donkere blaadjes met veel tip, en een heel mooi en complex aroma, wat floraal en fris. Nat ontrollen de blaadjes zich mooi, zeker na de tweede keer, en ze geuren lekker naar vlees en keukengeuren en meiklokjes. De kleur van de infusie is eerder geel als een oolong en de thee geurt naar kippenbouillon en meiklokjes. In de mond fijn en met dezelfde tonen.
7 april 2018, nu zelf aangekocht bij Hotsoup, en gezet op 85°C, trektijd 80 seconden. De infusie is eerder oranje dan rood, inderdaad als een oolong. De thee geurt nu minder vlezig dan ik mij herinner, met vooral fruit en tonen van cacao (geen meiklokjes, maar ik ben geen bloemenkenner). In de mond kwam de kippenbouillon wel meer naar voor, samen met het florale, en de thee is heerlijk, fijn en delicaat. Hij verdraagt absoluut geen melk, en het is een prachtige thee om zo te drinken in de namiddag, niet al te heet gezet, en dan heel zacht en toegankelijk en verduiveld lekker. 😊😊😊(😊)

2: Gokase Black Yamanami, Hotsoup

Deze thee komt uit Gokase, een dorp in dezelfde prefectuur als de vorige, Miyazaki. Hij werd geplukt op 25 mei 2017. De cultivar die hier werd gebruikt is Yamanami, en de zaailingen komen uit Hubei in China. Oorspronkelijk werden ze geïmporteerd om er Kamairicha mee te maken, een groene thee die geroosterd wordt in een wok, net als in China en niet gestoomd als in Japan, en die vooral in dit dorp, Gokase, wordt gemaakt.
Aangekocht bij Hotsoup, aan 19.75 euro per 50 gram.
7 april 2018: 2 minuten, 95°C. Droog, licht opgekrulde blaadjes, heel mooi en heel, met wat roodbruine tip ertussen, tamelijk donker. Weinig aroma. De natte blaadjes zijn zeer mooi en volledig, met gekartelde randjes. De infusie is caramel-kleurig met een rode schijn. Het aroma is zoet en verleidelijk lekker en in de mond is de thee evenwichtig en fijn, zonder astringentie. Goeie fraîcheur. Met melk erg lekker, de melk haalt een heel fraaie complexiteit naar boven. Prachtige ontbijtthee.
18 april 2018: 75 sec, 80°C. Caramel-kleurige infusie. Weinig aroma. In de mond eenvoudig (iets te), maar lekker met vooral zoete aardappel. Drinkt zo lekker weg en is zelfs bij de derde trekbeurt nog ok.
18 april, 75 seconden, 100°C. Caramel-kleurig met rode schijn. Geurt naar iets notigs (pinda's volgens de website). Mooi, duidelijk en complex in de mond. Strakke, goed gestructureerde mondindruk met ook hier een notige afdronk. Met melk erbij de perfecte ontbijtthee, je begrijpt plots waarom deze thee populair was in de Angelsaksische landen die hem met melk dronken. Het lijkt echt alsof iemand een mooi recht roomstreepje trekt onder het notig-zoete van de thee. 😊😊😊

Van onder naar boven: de Takachiho, de Gokase en de Kawane


3: Kawane Japanese Black Tea, O-cha, Japan

Ik bestelde deze thee op de website van O-cha in Japan, hij was een maandje onderweg maar stelde niet teleur. Hij komt van de stad Kawane die op het hoofdeiland ligt, in de provincie Shizuoka, en die één van de betere regio's is voor thee. Het is een tamelijk zeldzame blend van Zairai (thee uit theetuinen waar verschillende cultivars door elkaar staan) en Benifuki (zie hierboven). De blend is een mengeling van eerste en tweede oogst van de beide theeplanten, en het beoogde resultaat moest wat Darjeeling-like aandoen. De firma die de thee maakt is al actief sinds 1875 (het 8e jaar van de Meiji periode).
12,16 euro per 100 gram, plus invoerrechten en transport.
1 april 2018: 100°C, 4 minuten. Gebroken blad, beetje tip, weinig aroma. De infusie is prachtig roodbruin, dit is een rechte rode thee, met een mooi fruitig en nogal zoet aandoend aroma. In de mond nogal astringent, maar erg evenwichtig en heel intens. mooie en lange afdronk. De smaak lijkt een mengeling tussen een Assam en een Qimen, met een zwevende chocolaté toon maar zeker ook met iets van biergist. In de mond een mooie frisse toets met iets van citrus. Heel lekker op zijn Engels, met melk en als ontbijtthee, en dan krijgt hij een diepe kleur van caramel, zacht van smaak maar zeker in het tweede stuk erg duidelijk. Mooie afdronk. Geweldig leuke thee, geen toonbeeld van elegantie en evenwicht, maar gewoonweg erg lekker en smakelijk.😊😊😊

Takachiho Black Benifuki

Gokase Black Yamanami

Kawane Japanese Black Tea

vrijdag 6 april 2018

Three Teas Tasted: Ceylon

"Not often is it that men have the heart, when their one great industry is withered, to rear up in a few years another as rich to take its place, and the tea fields of Ceylon are as true a monument to courage as the lion at Waterloo"
Arthur Conan Doyle

7.4% van alle thee van de wereld komt uit Sri Lanka en wordt genoemd naar de vroegere, koloniale naam van het eiland: Ceylon. Het eiland ligt voor de kust van Indië en werd eerst door de Portugezen, dan door de Hollanders en dan door de Engelsen gekoloniseerd. Sinds 1948 is het terug onafhankelijk. Het is ongeveer even groot als Ierland.

Thomas Lipton

Tot 1860 was Ceylon een koffie-eiland, maar dan roeide een ziekte de aanplant uit, en in 1867 plantte een Schot, James Taylor, de eerste 7.7ha thee aan op een verlaten koffieplantage in Loolecondera. Tegen 1872 had hij een kleine theefabriek en het volgend jaar werd de eerste 10 kg Ceylon-thee te koop aangeboden in Londen. Overtuigd van het potentieel van Ceylon vertrok een zekere Henry Randolph Trafford naar het eiland en begon er twee plantages, al snel succesvol, en het aanbod groeide gestaag, samen met de populariteit ervan, vooral in Groot-Brittannië. In 1890 bezocht Thomas Lipton, toen al goed voor 300 winkels, het eiland, en hij besloot om zijn eigen theeplantages uit te baten, kocht er een tiental, en verkocht de thee van zijn eigen theetuinen in zijn winkels, zodat hij de kosten van allerlei tussenpersonen kon wegsnijden. Met de slogan "hoge kwaliteit tegen de laagst mogelijke prijs" werd zijn thee snel héél populair, en kreeg thee uit Ceylon zijn reputatie. Vanaf 1894 controleerde de Ceylon Tea Traders Association, nu de Sri Lanka Tea Board,  de productie en de kwaliteit en in 1925 richtte ze het Tea Research Institute op, een instituut dat héél belangrijk zou worden voor thee in de Angelsaksische wereld. Tegen 1965 was het de grootste thee-exporteur van de wereld, en stond er 200.000 ha thee aangeplant.

De meeste theetuinen liggen in het zuidwestelijke deel van het eiland, waar het warm en vochtig is, op hoogtes tussen de 1000 en 2650 meter. In principe kan er het hele jaar geplukt worden, maar er zijn twee seizoenen waarin de kwaliteit merkelijk beter is. In het oosten is dat van eind juni tot eind augustus, in het westen van begin februari tot half maart. Des te hoger de tuinen liggen des te koeler de nachten er zijn en des te groter de temperatuurverschillen tussen dag en nacht, en dat is heel bepalend voor de smaak en de concentratie. De meeste plantages liggen ten oosten van Colombo en bij Galle in het zuiden. Er zijn zes gebieden: Galle, Ratnapura, Kandy, Dimbula, Uva en Nuwara Eliya.




Op de markt wordt oderscheid gemaakt tussen low-grown, medium-grown en high-grown. De high-grown thee's komen van de hoogst gelegen tuinen en zijn de beste en dus ook de duurste. Frisse citrustoetsen zijn heel kenmerkend voor ze, en het is een beetje zonde om er melk bij te doen. Medium-growns zijn het populairst in Ceylon zelf, en ze combineren de karakteristieken van de twee: de citrus-fraîcheur van de high-grown en de krachtigheid van de low-growns. Ze zijn vaak mooi roodbruin van kleur, en er mag absoluut melk bij. Ik start vaak zonder, om van het aroma te genieten, maar het is een feit dat melk deze thee's heerlijk zacht en vriendelijk maakt, en dit was ooit de basis van hun grote populariteit. De mindere medium-growns en de low-growns zijn bestemd voor blends met andere theesoorten. n

Ik proefde de volgende drie Ceylon-thee's.

Ceylon OP Shawlands, Or: Shawlands is een theetuin uit het einde van de 19de eeuw met nog veel van de originele theestruiken, in de regio Uva, op 1200m hoogte op de zuidelijke hellingen van de Madulsima heuvelruggen. Spa, 100°C, 4 minuten. Kleine, wat gebroken blaadjes die mooi geuren (alhoewel de geur wat wegglipt). Heel klassieke 'natte' neus. In de mond heel rond en zacht, een beetje zoet zelfs, maar met een mooie fraîcheur (een beetje citrus?). Heel mooie thee met een mooie complexiteit. Lang. Ook nog geprobeerd op 2 minuten wat de winkelier aanraadde, en de thee is dan geschikter om te drinken zonder melk. Ik vond beide trektijden ok.  Or is een koffie- en thee-winkel in Aalst. 😊😊😊

Ceylan Kallebocka Flowery Orange Pekoe, Comptoirs Richard: 5.9 euro per 100 gram, Comptoirs Richard, Parijs. Aangekocht 31 oktober 2017. Een medium-grown uit Kandy. 3 minuten, 95°C, Spa. 30 maart 2018: bijzonder lekker geurend droog mengsel met nogal wat tip. Tamelijk donker infuus, mooi bruin. Heel mooi en open aroma, tonen van specerijen en fruit (citrus). Niet te astringent (wél bij 100°C of meer dan 3 minuten trektijd, heeft dan echt melk nodig, verliest zijn charme dan). In de mond meer hout en minder fruit. Met melk: de kleur blijft mooi caramel-lichtbruin, in de mond is dit lekker en zelfs interessant, een beetje intrigerend en met een leuke afdronk. A very comforting tea... mijn perfecte tweede ochtendkop. 😊😊😊

Blackwood Orange Pekoe, Simon Lévelt Leuven:  Bio. 6.4 euro per 100 gram, ergens in 2017. Blackwood is een theetuin die hoort bij de Idulgashinna Organic Tea Gardens, de eerst biologisch gecertifieerde theetuin van de wereld, en ligt in het Uva district, op hoogtes tussen de 1500 en 1900 m. De blaadjes zijn klein. Prachtig droog aroma, heel complex, om aan te blijven snuffelen, met tabak en citrus. Nat opnieuw duidelijk citrus maar krachtiger. De infusie is complex en goed omlijnd en herkenbaar Ceylon. Redelijk streng in de mond, niet langer dan 3 minuten laten trekken. Een duidelijke, lekkere en stevige thee die graag wat melk krijgt. 😊😊😊

The Sri Lanka Tea Board heeft een hele leuke Facebook pagina.