Pagina's

vrijdag 8 april 2022

Japan's belangrijkste theeregio's, nummer 9: Nara

Deze reeks over de 15 belangrijkste theeregio's van Japan is gebaseerd op de Global Japanese Tea Maraton. Deze werd tijdens de Olympische Spelen van 2021 gehouden door de Global Japanese Tea Association, met Simona Zavadckyte en Yasuharu 'Matsu' Matsumoto als presentatoren. Op 15 dagen passeerden 15 verschillende prefecturen de revue, goed voor 98% van de Japanse theeproductie. Ik combineerde mijn eigen meer theoretische kennis en die uit andere bronnen met wat ik hier leerde om dit overzicht te maken. De twee uur durende, zeer informatieve, en vaak ook erg plezierige sessies van de Tea Maraton staan ook op Youtube en zijn echte aanraders.



Nara is een prefectuur in Kanshai, op het centrale eiland van Japan, en grenst aan Wakayama, Kyoto, Osaka en Mie. Het is de 7de grootste van de theeproducerende prefecturen, met een jaarproductie van 1490 ton. Thee uit Nara wordt ook wel Yamatocha genoemd omdat de theeboerderijen op het Yamato plateau liggen. De meeste theevelden liggen op hoogtes tussen de 200 en de 500m hoog. De meeste liggen in het noordwesten, in Nara City en Yamazoe dorp, maar ook Uda, Oyodo en Higashiyoshino dorp hebben een bepaalde reputatie. De stad Nara slorpte in 2003 ook de dorpen Tsuge en Tsukigase op, beroemd voor hun pruimenbloesems in maart én voor de hoge kwaliteit van hun thee. Sommige merken gebruiken de plaatsnaam en een paar voorbeelden zijn Tsukigasecha, Yamazoecha, Yagyucha en Fukuzumicha. 

Ergens aan het begin van de 9de eeuw startte hier de Japanese theegeschiedenis met een aanplant in wat toen Yamato heette. De monniken die dat deden vonden al snel uit dat de combinatie tussen zon, mist, regen en hoogte ideaal waren, en gebruikten de thee om hen te helpen bij het mediteren. In de tweede helft van de 15de eeuw werd Murato Juko geboren in Nara en hij was de vader van wabi-cha, een theeceremonie die teruggreep naar meer eenvoud in het gebruikte materiaal en in de omgeving. 

Eind 19de eeuw was dit de regio bij uitstek voor de productie van zwarte thee voor de export. Vandaag wordt hier vooral bancha gemaakt als basis voor genmaicha en hojicha, maar er komt ook goede sencha en kabusecha vandaan, en zelfs opnieuw goede wakoucha. De aanplant bestaat vooral uit Yabukita, maar er staat ook wel wat van de lokaal ontwikkelde en vorstbestendige Yamato-Midori, Meiryoku en Oku-midori. Nara is ook waar 90% van alle chasen gemaakt worden (chasen zijn de mooie bamboe kloppertjes voor het zetten van matcha).




Hier volgen een paar van de bekendere producenten:

Inokura Tea Farm

Tsukigase. Geleid door Mitsuhiro Inokura, al de 11de generatie. Werkt uitsluitend met organische mest, en het wat dat hij gebruikt om te stomen komt van een lokale bron. Een beetje een design-merk. 

Ken'ichi Shizen Noen

Tsuge. Theeboerderij van Ikawa Kenichi, geboren 1981. Werkt volledig organisch. Heel jong begonnen, op zijn 19 jaar, met een overwoekerde en verwaarloosde tuin van 37 are. Nu beschikt hij over meer dan 30 stukjes land die hij omschakelde naar organische landbouw of die hij terug actief maakte na een lange inactiviteit. Hij wil de theewereld gezonder maken en geeft veel van zijn kennis door. Elke drie jaar maakt hij ook sannen bancha, en met de zaden en bloemen van de theeplanten maakt hij ook cosmetica. Hij is heel maatschappelijk verantwoord bezig en stelt ook ouderen en mensen met een beperking tewerk. Verdeeld door The Tea Crane. 

Tawara Natural Farm

Nara, net buiten de stad, op de oosthelling van de Kasuga berg, op hoogtes tussen de 400 en 500 m. opgericht in 2004 door mevrouw Fukui. Shincha in de lente, bancha in de zomer, wakoucha in de herfst en hojicha in de winter. Werkt organisch.

Tsukigase Kenko Chaen

Oso, Nara. 7 ha met thee-aanplant, 3 ha met pampa-gras, 2 ha met shiitake en 0.5 ha met groentes. Opgericht in 1945. Sinds 2001 geleid door Fumiaki Iwata, de vijfde generatie, alhoewel de officiële stichting pas uit 1974 dateert. Bio sinds 1984 toen de ouders besloten om te stoppen met kunstmest. Sinds 2011 bestaat de enige bemesting uit grassen, gewied onkruid en gevallen blaadjes, en hij maakt een onderscheid tussen thee op de heuvel (geen bemesting) en in de vallei (alleen natuurlijke bemesting). Door goed te kijken leerde hij dat hij eigenlijk twee bodemtypes heeft op zijn domein, eentje vulkanisch en eentje dat ooit de bodem van een meer was, en dat theeplanten die geen kunstmest kregen daardoor erg uiteenlopende smaakpatronen ontwikkelden. Zijn thee's zijn dan ook echte terroir-thee's. Hij produceert zelf in een eigen fabriekje om alles te kunnen controleren. Momenteel experimenteert hij met nieuwe aanplant door te vermeerderen met zaden in plaats van door te klonen. Hij plant telkens 8 zaadjes van de moederplant en selecteert na een tijdje de sterkste of interessante die nog altijd sterk lijken op de originele cultivar, en hij krijgt zo genetische diversiteit die voor complexere smaken zorgt (vooral mat yamato-midori). In 2005 plantte hij ook benifuki, benihomare en benihikari aan om zwarte thee te maken. Er wordt geoogst met met de hand gevoerde machines.   

Zoals gewoonlijk vind je proefnota's op https://theeencyclopedie.be/theeencyclopedie.html

De volledige aflevering vind je hier, en Mr Iwata laat er zien hoe je zijn thee op een héél originele manier kan zetten !




Geen opmerkingen:

Een reactie posten