Pagina's

vrijdag 30 maart 2018

10 redenen om thee te drinken (te leren kennen) (te appreciëren) (kortom, door het thee-virus gebeten te worden !)

1: Thee is lekker

De meeste mensen kennen thee van op café of restaurant. Waar ze dan iets voorgezet krijgen dat de gemiddelde Chinees beschouwd als afval, gezet op de verkeerde temperatuur en met het verkeerde water...het is alsof je de Belgische biercultuur zou promoten door het verkopen van lauwe Cara-pils die over zijn vervaldatum zit. Het is een reactie die ik vaak krijg: ik lust geen thee. En meestal komt die van mensen die nog nooit een fatsoenlijke thee hebben voorgezet gekregen. Ik was één van hen. Ik herinner me de verrassing en de schok toen ik voor de eerste keer een goede Qimen proefde: is dit thee ? En kan dat zo lekker zijn ? En is er nog meer van dat ?

2: Leergierigheid

Het is een feit dat de theewereld een beetje complex in elkaar zit. Je moet vanaf het begin rekening houden met dingen zoals trektijd, watertemperatuur en waterkwaliteit bij het correct zetten van thee. En die basiskennis moet je even onder de knie krijgen. Maar dan begint het pas, want dan krijg je stilletjes door hoeveel soorten thee er bestaan en hoeveel geëxperimenteer ze toelaten. En wanneer je je op het bochtige pad van de pu'er en oolong thee's begeeft wordt het pas helemaal spannend !

3: Nieuwsgierigheid

Mijn grootste (on)deugd. Alleen al in China bestaan er ruw geschat 20.000 verschillende thee's. Meer en meer geraken die bij ons, maar wij hebben nog alleen maar een dun laagje van de Chinese theewereld afgeschraapt. Voor wie zich in thee verdiept zal het bijleren nooit stoppen, en dat vind ik persoonlijk een heel opwindend idee.

4: Gezondheid

Behalve voor wie echt overdrijft is thee zeer gezond. Het bevat allerlei interessante stoffen, en het bevat vooral geen ongezonde zoals suikers, vetten of alcohol. Er zijn Qimen's die overweldigend geuren naar cacao en zelfs chocomelk, en sommige groene thee's zijn zeer zacht met uitgeproken zoete toetsen, maar beiden bevatten geen suiker, niks, nada. Milk Oolong's geuren en smaken zelfs naar melk...zonder ook maar een spoor van melk of vetten te bevatten.

5: Gulzigheid

Het grote verschil met alcohol ? Je kan er 's morgens al mee beginnen, de hele dag door van drinken, en zelfs 's avonds kan je switchen naar thee's die weinig of bijna geen caffeïne bevatten. Er is dus altijd een goeie reden om een kop thee te drinken. Bovendien is de meeste thee niet duur, en het uitbouwen van een fatsoenlijke theevoorraad zodat je veel kan variëren kost geen fortuinen. Groene thee is overigens de perfecte begeleider voor wie lang en geconcentreerd wil werken. Hij geeft je focus en energie, maar dan zonder het zenuwachtig-makende van koffie. Wel op tijd stoppen wanneer het avond wordt, je kan er ook slapeloze nachten van krijgen.

6: Vriendschap

Ik geef toe: ik zondig hier, ik drink te vaak alleen. Eigenlijk is thee ook gemaakt om in gezelschap te drinken, om over te discussiëren, om samen van te genieten. Of waarom heeft een Chinese theeset anders standaard vier kopjes ? Ik beloof mijn leven te beteren.

7: Oude vrienden

Eén van de leukere aspecten van thee. Het is aangeraden om in het begin een cursus te volgen en zoveel mogelijk verschillende thee's te drinken. Zo leer je veel en vind je je persoonlijke smaak het best, maar je zal ook zien dat die verandert. Je zal periode's hebben dat je je erg focust op één deeldomein, zoals oolong's, of groene thee, of thee uit een bepaald land. Oude vrienden verdwijnen echter soms uit beeld, maar helemaal weg zijn ze nooit.  Momenteel diep in Chinese thee verzonken dronk ik onlangs een mooie thee uit Ceylon...a big smile on my face ! How nice to see (tatse) you back !

8: Verzameldrift

Dit is het hoofdstukje voor mannen ! Veel mannen zijn verzamelaars, en bij wijn of bier is het belangrijk aspect van het beleven. Het proeven van zoveel mogelijk verschillende, het jagen naar zeldzame flessen, tot uiteindelijk het verzamelen van etiketten, het is een belangrijk aspect bij veel liefhebbers van alcoholische dranken. En alhoewel thee nauwelijks etiketten kent, is ook hier de keuze zo uitgebreid dat je nooit alle thee van de wereld zal geproefd hebben. En dan spreek ik nog niet van pu'er, een thee die wél een etiket heeft, en die bovendien ook nog behoorlijk oud kan worden...

9: Reisdrift

Bij wijn is het eenvoudig om naar de plaatsen te gaan waar hij gemaakt wordt, en bovendien spreken we dan ook nog vaak de taal. Italië, Frankrijk, Spanje; Duitsland, ze zijn makkelijk bereisbaar en we vinden er altijd wel iemand die Engels of Frans spreeekt, of we spreken de andere taal zelf. Dat ligt uiteraard anders in China of Japan. Maar wie bezig is met deze thee's ziet vroeg of laat ook de foto's van de regio's waar ze gemaakt worden. En sommige van die regio's zijn adembenemend mooi.

10: Thee-hemels

Wij Belgen leven niet in een thee-land. Maar het verandert langzaam, en meer en meer vind je echt goede theewinkels, plaatsen waar de liefhebber niet alleen verwent maar ook begrepen wordt, en waar je soulmates ontmoet. En het leuke is dat dat in de meer theeminnende landen rondom ons nog sterker is ! In Engeland is tea een echt deel van de volksaard, en het kleinste stadje heeft wel een teashop waar ze er iets van kennen. In Frankrijk bekijken ze thee wat anders, maar theefanaten zijn er dik gezaaid, en je kan er uren doorbrengen in winkels en degustatieruimtes. Zelfs Duitsland en Nederland hebben hun eigen theetradities... Dit is dan ook een kleine tip voor alcoholvermijdende zakenreizigers: waar je ook bent, de kans dat er een correcte theewinkel of theehuis in de buurt is is groot.

vrijdag 23 maart 2018

Huo Shan Huang Ya, Twinings

Gele Spruit van de berg Huo, dat is ongeveer de vertaling van de naam van deze thee. Het is een gele thee uit Anhui, een provincie in het oosten van China, tussen de Huai en de Yantze rivieren, die ondermeer bekend is voor zijn geweldige Qimen, een zwarte thee. De 1774m hoge Huo is de hoogste berg van de Dabie bergketen, en hier vind je een paar van de mooiste berglandschappen van China. Huang Ya slaat op het hoge percentage bot en op de wijze van produceren die een strogele infusie voortbrengt wanneer de thee gezet wordt.

Gele thee is de theesoort die qua aantal het minst gemaakt wordt in China, en ze is maar goed voor 1% van de gehele productie. Het zou een oude techniek zijn die per ongeluk ontdekt werd tijdens de Qing periode (1644-1912) en die pas sinds de jaren 70 herontdekt werd, en het is een moeilijke techniek die niet alle theemeesters verstaan. Het proces is bijna identiek aan dat van groene thee, met uitzondering van een fase die men Men Huang noemt, en die de blaadjes een gelige schijn geeft. Na het roosteren in de wok wordt de thee heel even blootgesteld aan stoom en dan opgehoopt en bedekt met doek waardoor hij begint te zweten. Alhoewel het roosteren de enzymes deactiveerde zodat de thee groen bleef zet het ophopen toch nog een lichte oxydatie in gang waardoor er zich een romige, wat boterige zoete toets ontwikkelt. Daarna wordt de thee gedroogd, een heel secuur proces, met genoeg warmte om te drogen, maar zonder dat de zoete toetsen verdwijnen.

Ik kocht de thee in de zomer van 2017 in London voor 12£, in de alleraardigste teashop van Twinings aan The Strand. Als je daar binnenwandelt zijn de eerste meters toegewijd aan een kleurrijk en commercieel aanbod van doordeweekse theeën en fruitthee, maar achteraan in de winkel vind je the real stuff. Niet goedkoop allemaal, maar ik kocht er al een paar hele mooie thee's (hun Keemun Maofeng is super).



De thee bleef wat liggen (in een donkere, koele en geurvrije kelder) en ik proefde hem voor het eerst op 17 maart 2018. Hij werd gezet aan 80-85°C, met een trektijd van 80 seconden, in een Kamjove Auto-Open Tea Art Pot die ik kocht bij DanDan, op de vrijdagmarkt in Leuven. De natte blaadjes geuren naar geroosterd brood en bloemen. De infusie kleurt intens geel. In de neus eerst en vooral geroosterde nootjes, dan ook honing en iets van kamperfoelie. Volgens de verpakking zou de thee moeten geuren naar orchideeën, maar aangezien ik geen flauw idee heb hoe die dan wel zouden moeten geuren, laat ik dit open... De mond is zacht en rond, met een zoet tikje in de afdronk, en heel vaag iets geroosterds. Bij het tweede infuus (je kan een gele thee twee à drie keer achter elkaar opgieten) liet ik de thee 3 minuten trekken. In de neus viel het geroosterde nu nog meer op en in de mond werd hij licht bitter. De smaak werd nu wat massaler, met een langere afdronk, maar ook monotoner. Een derde infuus was nog zachter, maar de smaak kreeg nu echt het grassige van een groene thee.




Dit is een lekkere en zachte thee, heel aangenaam voor in de namiddag en een plezier om te drinken. Hier vind je trouwens een heel leuke video over de plaats waar hij vandaan komt. Maar is het een echte gele thee ? Daar schijnt discussie over te bestaan, en bij deze is de speurtocht dan ook geopend. We gaan op zoek naar andere gele thee's om dit te testen. Ik houd jullie op de hoogte.









vrijdag 9 maart 2018

De Zeven Thee Taboes van Feng Ke Bin

De volgende tekst komt uit een verhandeling over thee van Feng Ke Bin, een in Huzhou verblijvende geleerde, die tijdens de Ming dynastie leefde. Thee was populairder geworder en beter van kwaliteit omdat men overschakelde van gemalen thee en theecakes naar het gebruik van de eerste scheuten en knopjes van de lentegroei. Rond deze tijd ontstond ook het gebruik van losse thee, kwam er veel meer variatie in het aanbod en werd theeporselein wit zodat men de kleurverschillen kon zien. De verhandeling heet in het Engels Annotiations of Jie Tea. Jie thee kwam van de Luo Jie berg in de buurt van het Taihu meer.

Zeven Thee Taboes

1: Onaangepaste methode. Wanneer water verkeerd gekookt wordt en de thee fout bereidt, dan is de thee bedorven.

2: Verkeerd materiaal. Wanneer het theegerei niet bij elkaar past, of van lage kwaliteit is, of vuil en besmeurd, hoe kan men dan genieten van een fijne thee ? 

3: Onaantrekkelijke gastheren en gasten. Wanneer of de gastheer of de gasten ruwe taal gebruiken en geen goede manieren hebben, dan mag er geen thee worden geserveerd.

4: Hoeden en kledingstukken die strikt ceremonieel zijn. Wanneer men te zeer ingetoomd en beperkt wordt door de formele voorschriften van de etiquette, en daardoor slecht op zijn gemak is, dan zal men niet de innerlijke rust vinden om ten volle van de thee te genieten. 

5: Onwillekeurig aanbod van vleesgerechten. Om de echte smaak van thee te behouden moet het palet zuiver zijn, en niet gestoord door de geuren of smaken van zwaar eten. Indien te zwaar en te aromatisch eten wordt geserveerd zullen ze de delicate thee overheersen en kan men de echte smaak van thee niet langer apprecieren.  

6: Een drukke en hectische levensstijl. Wanneer men druk bezig is met sociale verplichtingen en allerlei activiteiten dan is er geen tijd om thee echt te appreciëren en degusteren. Thee is verspild wanneer men er niet genoeg tijd voor heeft.

7: Een vuile en wanordelijke kamer. Wanneer de ruimte waarin thee wordt gedronken in wanorde is, of vol afval, en met afschuw vervult, dan is zo'n ruimte te vulgair voor het genieten van thee. 

In het oorspronkelijke manuscript stonden alleen de vet gedrukte stukken. De tekst is een toevoeging of interpretatie van Warren Peltier, een onderzoeker en auteur die al twee decennia bezig is met het bestuderen van klasssieke Chinese teksten over thee. een weerslag hiervan vind je in het zeer mooie en fijne boekje The Ancient Art of Tea. Wisdom From the Old Chinese Tea Masters. uit 2011. 




Momenteel zit deze theedrinker thee te bereiden op een zolderkamertje tijdens verbouwingen van een deel van de achterbouw, en scoort hij zeer slecht op punten 2, 6 en 7. En kijkt hij vol jaloezie naar foto's op Facebook en Instagram van de mooiste thee-creaties...nietwaar, Els en Kelly ?

vrijdag 2 maart 2018

Hong Yun TTES21, Hotsoup

Mooi en lekker en met een interessant verhaal...en ik heb het wel degelijk over een thee, dames 😀

Dit is een rode thee (een zwarte dus, haha) uit Taiwan, en meer bepaald uit Yuchi in de provincie Nantou, een provincie in het midden van het eiland. Hij is gemaakt van een heel interessante theeplant, een kruising tussen een Kyang uit Indië en een Qimen uit Anhui in China. En waarom is dat interessant, geeuwt u nu ? Wel omdat de Kyang een Camilla sinensis var. assamica is en de Qimen een Camilla sinensis ver. sinensis (en stop met geeuwen) ! De assamica is de theeplant die groeit in Indië waar men hem gebruikt als een deel van de blend voor de klassieke ontbijtthee's waar de Engelsen zo gek op zijn. Hij is vooral moutig en fruitig en heel geschikt om te drinken met melk. De sinensis is de theeplant zoals hij voorkomt in China en die afhankelijk van de regio heel andere smaken voortbrengt. Het is de plant die de Engelsen leerde thee drinken. Hij is veel frisser, vaak met smaken die aan chocolade of Nesquik doen denken. Deze TTES21 is dus een kruising van de twee en brengt elementen van beide soorten samen. Het is een cultivar, een hybride theeplant die niet in het wild voorkomt en die wordt vermeerderd door van de ouderplant loten te nemen en voort te planten. Hij is niet zo heel erg populair omdat het een moeilijke en gevoelige plant is, maar de mensen die er mee werken slagen er over het algemeen in om een héél lekkere en originele thee te maken.

Dit exemplaar werd in juli 2015 geplukt en verwerkt in een theeplantage die op 700 tot 800 m hoog ligt. Die hoogte is belangrijk want ze betekent dat er grote temperatuurverschillen zijn tussen dag en nacht en dat bevordert de smaakontwikkeling. Hij komt van de theetuin van Mr Lee.




De kwaliteit van deze thee springt al in het oog bij het droge materiaal, met een grote uniformiteit in grootte en vorm en een heel mooie zwarte kleur. Na het zetten komen er heel erg mooie, volledige en grote theebladeren te voorschijn waarvan ik vermoed dat ze de grootte van hun assamica-ouder erfden. Het natte blad ruikt naar gekookt fruit met een friszure toets. De kleur van de infusie is prachtig rood.

Of waarom Chinezen zwarte thee rode thee noemen...


De geur is ronduit prachtig. Na een beetje walsen komt er opvallend veel kers tevoorschijn, maar dan gelegd op een bedje van een zachtere en wat zoetere tonen, heel harmonieus en complex, en net zoals bij een goede wijn iets om aan te blijven snuffelen. In de mond is alles meer versmolten en kan je de verchillende elementen moeilijker onderscheiden, maar na een tijdje drijft het typische chocoladetoetsje van een goede Qimen of Keemun boven. De tannines zijn ragfijn en is heel goed gestructureerd. Dit is een buitengewoon lekkere thee (14.95 euro per 25 gram, het is ook al wel wat) waarvan elke slok een beleving is. Hij laat een tweede en zelfs een derde infusie toe, en het chocolaté-toetsje ontwikkelde zich sterker door dit te doen.

(Dit stukje moeten thee-puristen maar even overslaan)
Ooit werd Qimen populair in Engeland als ontbijtthee omdat het zo verduiveld lekker is met melk. Ik heb dat hier ook geprobeerd, en alhoewel je de fijne schakeringen en de finesse verliest, wordt de thee ongelooflijk rijk en voluptueus en weelderig, en ik kan heel goed geloven waarom dat zo erg in de smaak viel dat een heel land zijn drinkgewoontes veranderde. Maar het blijft een beetje vloeken in de kerk...

(thee-puristen mogen terug aansluiten)

* Hong Yun betekent overigens Red Charm of Red Harmony. Ik kocht de thee eind 2017 bij Hotsoup, een bedrijf in Nederland met een aantal héél aardige, interessante en originele thee's in het gamma.
* Uiteraard is het alleen Mme Rick waarvan ik weet dat ze én lekker én interessant én mooi is. Het blijft echter een top-combinatie en ik draag deze blog dan ook op aan al die mooie en interessante thee-dames die ik leerde kennen onder de uitermate charmante vleugels van deze dame.

vrijdag 23 februari 2018

Mok-verhalen: H.R.H. the Prince Regent Awakening the Spirit of Brighton

Ik heb deze al een hele tijd, en in koffie- en/of thee-drinkend gezelschap bij mij thuis was dit lang mijn vaste kop, tot wanhoop van de vrouwen in mijn huis. Ter verdediging zei ik altijd dat hij op mij leek en zij op haar, maar dat hielp niet echt...







Hieronder zie je de volledige afbeelding:



Het schilderij werd in 1944 gemaakt door Rex Whistler, één van de groep talentvolle tussenoorlogse artiesten die in Engeland de Bright Young Things werden genoemd. Hij maakte verschillende erg mooie schilderijen waaronder de grote muurschildering in de Tate Gallery in Millbank en een heel mooi zelfportret. Hij sneuvelde in 1944 in Normandië door een inslaande mortiergranaat en ligt begraven in Calvados.

Op de tas staat de Prince Regent die de geest van Brighton wakker maakt. Brighton heette vroeger Shelmerstone, een ingeslapen vissersdorpje, tot George er neerstreek, introk bij zijn maîtresse en zijn feestende vrienden begon uit te nodigen. Het was de geboorte van het kusttoerisme zoals we dat vandaag nog altijd kennen. George was een figuur larger than life, die de periode tussen Mad King Goerge III en de preutse Victoria vertegenwoordigde. Een groot deel van zijn leven bracht hij gefrustreerd door, popelend om de troon over te nemen van zijn vader die gebukt ging onder langdurige aanvallen van krankzinnigheid, en hij verwerkte zijn frustraties door de ster van de Londonse uitgaanswereld te worden, onofficieel te huwen met zijn maîtresse (moest hij later op terug komen), en over de hele lijn te fungeren als enfant terrible, de spreekwoordelijke olifant in een hele grote porseleinkast. Op het einde van zijn leven, toen hij als George IV eindelijk koning was, verbleef hij veel in Brighton, zo zwaarlijvig dat hij van ruimte naar ruimte gerold werd in een kruising tussen een rolstoel en een kruiwagen.

By his bulk and by his size,
By his oily qualities,
This (or else my Eyesight fails)
This should be the Prince of Whales

Charles Lamb, The Triumph of the Whale


Detail of a portrait of the Prince Regent by Sir Thomas Lawrence, 1815.
National Portrait Gallery, London.



Ik kocht de tas lang geleden na een bezoek aan het Royal Pavillion in Brighton, een overweldigend paleis in oosterse stijl dat Prinny (voor de vrienden), liet bouwen en dat dat absoluut de moeite is om te bezoeken. Net als Brighton zelf trouwens dat in Engeland een very naughty reputation heeft als kuststadje, in tegenstelling tot de andere op deze kust waar bejaarden naar toe gaan om naar de zee te staren en te sterven. Brighton is levendig, een beetje dirty and frivolous, en een heel leuke stad om een keertje uit de bol te gaan. Het was heel lang de plaats waar Engelse heren die het eigen geslacht het meest beminden elkaar konden vinden en waar de herenliefde in het naoorlogse Britain min of meer getolereerd werd. Ook voor anderen zijn de seaside en de magnifieke pier héél leuk. De pier is een topper voor kinderen met haar soms ouderwetse en soms heel moderne attracties. Een roetsjbaan in zee heeft wel iets...

foto Erik De keersmaecker


foto Erik De keersmaecker

zaterdag 17 februari 2018

Ontmoetingen met een thee: Caravanes Russes

Caravanes Russes: Wie al eens rondkijkt in een Franse theewinkel kent deze thee wel. Meestal blijkt het dan te gaan om een licht rokerige blend van zwarte thee's en lapsang souchong. De bedoeling is om zo de thee na te bootsen die vroeger per karavaan van van China naar Rusland werd getransporteerd. Deze thee's werden onderweg blootgesteld aan extreme geuren en temperaturen en kregen zo een heel speciale smaak. In de winter trokken de karavanen over bergketens in temperaturen ver onder 0°C en werd hij op kamelen geladen. 's Nachts werden de pakken afgeladen en in een cirkel rond de vuren geplaatst om de thee niet nat te laten worden en hem te beschermen tegen rovers. De geur van de dieren en het brandende hout zou deels in de thee trekken en een uniek geurpatroon voortbrengen, en de meeste Caravanes Russes proberen dit na te bootsen. De thee is overigens ook in Engeland en Amerika te krijgen, maar dan onder de naam Russian Caravan. Er is nooit een vaste formule en elke theehandelaar mag een beetje doen wat hij wil, maar er zitten heel aardige exemplaren tussen. Het is overigens een echte Europese blend, en Chinezen houden er niet van. 

Ooit waren er twee route's waarlangs thee naar het Westen ging: eentje via de zee, beheerst door de Engelsen, en eentje over land, beheerst door de Russen. Rusland heeft een enorm lange grens met China. Dat leidde vroeger tot veel oorlogen en grensconflicten, maar uiteraard ook tot veel uitwisseling van ideeën en goederen.  

De eerste Russen die ooit thee proefden waren twee kozakken, Vasili Tumenets en Ivan Petrov, in 1616 uitgestuurd door de tsaar naar de Altin Khan, een Mongoolse prins. In hun verslag vermelden ze dat ze aan het hof van de Khan een drank kregen die bestond uit gekookte melk en gesmolten boter, en de blaadjes van een hen onbekende plant. Twee jaar later bereikte een andere kozak Beijing waar de Chinese keizer hem een brief gaf die een handelsrelatie aanbood. Helaas kon niemand in Rusland hem lezen omdat hij in het Chinees was... Ook een eerste officiële missie van de Russen naar China eindigde in een fiasco omdat de Russische gezant, Fedor Baikov, weigerde om te kowtow'en voor de keizer en het ceremoniële aanbod van een tas thee, eveneens bereid met melk en boter, afsloeg, een grove belediging. Nog eens vier jaar later had een tweede missie tien puds thee ontvangen om aan de tsaar te geven maar de gezanten verkochten de thee in Beijing en kochten met de opbrengst juwelen waarvan ze verwachtten dat die meer in de smaak zouden vallen. Tegen 1674 was thee echter ingeburgerd in Moskou waar het de reputatie had om 'dronkenschap te vermijden als je het dronk voor het drinken, en goed was tegen de kater als je het dronk na het drinken'. Tegen 1727 ontstond er in Khyakhta, op de Chinees-Russische grens, een handelsnederzetting die ondermeer diende als markt voor de opkomende theehandel.

http://www.vintage-views.com/RussianPictures/images/0124k5-plate2.jpg

De thee bereikte Khyakhta door karavaans die in de zomer bestonden uit honderden ossenkarren, maar in de strenge winters moesten dus kamelen gebruikt worden. Daarvoor zorgden twee Mongoolse stammen en zo'n karavaan kon klein zijn, vanaf 20 kamelen, maar de grootste telden tot 1000 lastdieren. Ze hadden niet alleen thee mee maar ook zijde, porselein, tabak, edelmetalen en vooral gedroogde Chinese rabarber, een laxatief medicijn dat heel populair was in Europa. De Russen ruilden ze voor pelsen en huiden. Wanneer een karavaan verwacht werd trokken de Russische handelaars en naar de dichtstbijzijnde hoogte zodat ze met verrekijkers het aantal kamelen konden schatten. Dat gaf hen een dag of vier om onderling af te spreken en hun prijzen te bepalen. 

Vanuit Kyakhta vertrok de thee met schepen (in de winter met karren en sleeën) naar Nizhny Novgorod waar de grote markt was waar de Russische handelaren hun thee kwamen kopen. In 1862 kregen ze concurrentie van de Engelsen die hun goedkopere thee, "Canton thee" via de zee naar London en dan naar Novgorod brachten, maar deze thee was zwarter en heviger gebrand om tegen de zeereis te kunnen en veel Russen bleven de weliswaar duurdere Russian Caravan thee prefereren. Tegen 1903 was de Transsiberische spoorlijn klaar en kon thee via de trein van Beijing naar Moskou reizen, en dit was het einde van de thee-karavaan's. 

De traditionele blend bestaat uit keemun, oolong en lapsang souchong rookthee, alhoewel je ook ongerookte varianten vind. Hier ligt ook het verschil met een lapsang souchong, deze thee is bijna altijd een blend van wat lichtere theesoorten van kwaliteit, terwijl een pure lapsang souchong een tamelijk groffe gerookte thee is die gemaakt werd voor de Nederlanders. De Caravanes Russes naam is echter niet beschermd zodat de uiteindelijke blend afhangt van de handelaar.

De mijne kwam van een theehuis in Metz dat absoluut de moeite is wanneer je in die stad moet zijn, Gourdon Négoce du Thé, pas omgedoopt tot thé minuscule www.gourdon.biz.


                        Droog: donker geoxideerde blaadjes in de meerderheid                   Mooie kleur infusie, licht rokerig

De neus is licht rokerig maar niet overdreven, alhoewel ik toegeef dat je hier een beetje voor moet zijn. In de mond is dit wat ze noemen een comforting cup of tea, rokerig maar ook vlezig, eerder licht gestructureerd. Onder de rooksmaak ligt een leuke, licht fruitige basis, die je vooral merkt als je slurpt. De afdronk is lang.
Nog over de karavanen: de gebruikte kamelen waren altijd mannelijk en gecastreerd. Voor het drinken van de thee vallen deze restricties weg, maar het zijn eerder mannen die hem lekker vinden. Wie overigens caravanes russes googelt op afbeeldingen krijgt soms een eerder verrassend maar eveneens niet onlogisch resultaat. 

vrijdag 9 februari 2018

For All the Tea in China



Iedereen die én houdt van thee èn geschiedenis kan zichzelf een groot plezier doen door zich dit boek aan te schaffen, ook al is het in het Engels. Sarah Rose, een in New York wonende Amerikaanse schrijfster, schreef een vlot lezend boek over Robert Fortune, een Victoriaanse plant hunter en zijn avonturen in China en draait daar handig heel wat thee-weetjes door. Het leest soms bijna als een roman, en de schrijfster sleept je mee in het verhaal hoe de East India Company het Chinese thee-monopolie probeerde te breken.

Het begon allemaal in 1842 toen China en Groot-Britannië vrede sloten en Robert Fortune door de Royal Horticultural Society naar China gestuurd werd om er planten te verzamelen, de eerste Engelsman die van het Foreign Office de toelating kreeg om het land in te trekken. De bedoeling was dubbel: wetenschappelijk, om de duizenden onbekende planten van China te ontdekken en catalogiseren, maar ook economisch, om er de mogelijke waarde als product van te ontdekken. De expeditie, waarin Fortune zich voor de eerste keer succesvol als Chinees vermomde, was succesvol, en zijn boek Three Years' Wanderings in the Northern Provinces of China een bestseller.

Op 12 januari 1848 verdeelde een klerk van de East India Company de inhoud van een kist thee over kleine zakjes die naar de grote Londense theehandelaren werden opgestuurd om te testen. Deze thee kwam echter niet uit China maar uit Indië, en voor de Company was hij van levensbelang nu ze haar thee-monopolie in de handel met China was kwijtgeraakt en de Chinezen steeds hogere prijzen vroegen. De reactie was goed, en ze bewees dat thee kon groeien en geoogst en bewerkt kon worden in de Himalaya, maar er ontbrak iets: geen enkele thee kon qua aroma en fruitigheid wedijveren met de Chinezen. De Indische theeplant was immers de Camilla sinensis var. assamica, een minder mooi geurende en smakende variant. Dan was de oplossing toch simpel: verhuis Chinese planten naar de Himalaya en klaar is kees...

Eerst probeerde men dit door zaaigoed en zelfs stekjes te kopen in de Chinese havens maar de kwaliteit bleek abominabel.  Er was dus een andere methode nodig. En daar kwam op 7 mei 1848 Dr John Forbes Royle in naam van de East India Company over spreken met Fortune, nu de directeur van de Chelsea Physic Garden. Een week later kreeg Fortune een voorstel, en vier maanden later was hij in Shanghai, klaar om China in te trekken. Tegen oktober was hij in Zhejiang, tegen november in Anhui, en verzamelde hij zorgvuldig zaden en stekjes om ze op te sturen naar Indië...

Waar ze zo beschadigd arriveerden dat alles nutteloos bleek. In mei en juni 1849 trok Fortune dus terug China in, opnieuw vermomd als rijke Chinese mandarijn. Deze keer trok hij naar Bohea en het startpunt van de Great Tea Road, het thuis van de beste Chinese zwarte thee, en ondermeer naar de plaats waar de legendarische Da Hong Pao, Big Red Robe, werd geteeld en gemaakt. Hij kocht er honderden stekjes en zaden, en deze keer overleefden ze wel de reis naar Indië. Volgens Fortune kwamen er 12.800 heelhuids aan, en in Darjeeling vind je vandaag nog planten en hun directe afstammelingen, jat genaamd, en ze zijn de basis voor de reputatie van thee uit Darjeeling. Al snel vertrok een stroom van Indische thee via de schepen van de East India Company naar Engeland, en het fortuin van de Company was opnieuw veilig.

Het boek leest als een mengeling van een grote avonturenroman en een historisch werk. Het legt uit wat thee is, en wat thee betekende in 19de eeuws Engeland, maar ook in 19de eeuws China. Het leest als een trein en zit boordevol informatie over de East India Company. Het Engels is niet te moeilijk om te volgen, er zijn behoorlijk spannende passages en het is heel informatief. Zo zelfs dat het ook voor niet thee-fanaten erg leesbaar en leuk is. Voor theefanaten is het echter een toppertje.