Pagina's

zaterdag 16 december 2017

Wat is dat ? CTC-thee.

Crush ! Tear ! Curl !

Het klinkt meer als de klankband van een gewelddadig video-spelletje dan als een theeterm, maar CTC-thee is vandaag zo wijdverspreid dat we het allemaal al gedronken hebben, zij het dan grotendeels onbewust.

Het procédé werd rond 1930 uitgevonden in Assam, Indië, op het Amgoorie landgoed, en wordt ook mamri tea genoemd. Nog groene, verse theeblaadjes, en vooral de wat grotere en dikkere die minder fijn van smaak zijn, worden bewerkt door een grote machine. Twee grote rollers, elk met scherpe tanden, roteren met verschillende snelheden tegen elkaar in. Door dit procéde worden de blaadjes zowel geplet, gesneden als uit elkaar gerukt, waarna de bewerkte thee wordt afgevoerd om te oxideren. Het eindresultaat lijkt wat op gemalen koffie en is perfect voor gebruik in theezakjes omdat de thee nauwelijks uitzet maar wel veel kleur en smaak afgeeft. Dat is dan wel ten koste van de finesse maar het einddoel is de gewone doordeweekse consumptiethee van de gewone doordeweekse theedrinker. De methode wordt het meest toegepast in Assam, Sri Lanka en Kenya, en zo goed als nooit in China of Darjeeling waar men huivert bij het idee van zo'n mishandeling.

CTC


Het procédé is echter héél populair bij theeproducenten die vooral theezakjes maken, waar het perfect voor is, en omdat het procéde toelaat om heel makkelijk thee van verschillende kwaliteit of oorsprong te mengen zonder dat de klant het ziet.

Maar not all is evil en CTC-thee is behoorlijk populair in landen waar thee wordt gedronken met melk (Indië, Pakistan, Engeland) omdat het er perfect bij past. Het laat toe om snel behoorlijk sterke thee te zetten die misschien niet fijn maar wel sterk is, mooi kleurt met melk (één van de redenen waarom de toevoeging van Kenya aan de blend zo populair is), en ons op de makkelijkste en redelijk goedkope manier a very comforting tea kan schenken. Je moet niet letten op de temperatuur (kokend water, punt), op de waterkwaliteit (de meeste CTC-zakjes zijn aangepast aan het land waar ze verkocht worden) of de trektijd (hoe langer hoe straffer, melk en suiker compenseren de eventuele bittere toetsen). Het is thee die wordt gedronken zoals wij koffie drinken: op de werkplek, op de tractor, in de fabriek, op de vissersboot, of (en dat past wonderwel) bij een full English Breakfast. En perfect voor een koud klimaat (in het Noorden van Engeland kan je vaak bijna je lepeltje er rechtop in zetten !). En neen, géén magere melk aub ! Volle, of tenminste halfvolle.

Je zal de thee bijna altijd alleen kunnen kopen in zakjes, maar hij bestaat ook in vrac. Ik kocht hem in Nieuwpoort bij Le Temps du Rève (pure Yorkshire Gold) en ik grijp er af en toen naar in de ochtend, wanneer ik behoefte heb aan een grote mok dampende en straffe thee met veel melk. Gelukkig ben ik geen Chinees...





vrijdag 8 december 2017

Observations of the effects of tea

I injected into a dog about three ounces of a strong decoction of bohea tea, which I found made very little alteration in the dog. After this I received an ounce of venous blood into a cup, in which was about half an ounce of the strong decoction of bohea tea: this blood was not congealed in three days...From these experiments we may find that tea abounds with a lixiviate salt, by whose assistance it attenuates the blood, or renders it more fluid; but that its operation is not very strong. 


James Lacy, 1722* 


In 1722 vond James Lacy thee even gevaarlijk als opium, en in 1737 vond The Gentleman's Magazine "utterly improper for food, hitherto useless in pysick and therefore to be arranged among the poysonous vegetables" . Over het algemeen werden de positieve effecten van thee echter geprezen, en omdat ze vaak de plaats innamen van klein bier of goedkope wijn was het gezondheidseffect zeker niet verwaarloosbaar. Toch hadden ook de critici niet helemaal ongelijk, want niet alle in Engeland gedronken thee was even gezond. 

In oktober 1848 wandelde Robert Fortune, plant hunter voor de East India Company, een Chinese theefabriek binnen, vermomd als Mandarijn, en ontdekte zo hoe groene thee werd gemaakt, een tot dan goed bewaard geheim. Op het einde van het productieproces vond hij de fabrieksleider aan het werk met een witte porseleinen mortier die een blauw poeder bevatte. Hij was bezig met het prepareren van Pruisisch Blauw, een kleurstof. Wat verder was een werkman een helder geel poeder aan het koken tot een pasta. Dit was plaaster, of Gypsum. Beide substanties werden aan de blaadjes  toegevoegd om ze helder-groen te doen worden, een heel goedkoop middeltje om de thee duurder te verkopen aan de Europeanen. Waarom dronken ze hem zelf dan niet zo ? Veel te ongezond ! En waarom voegden ze hem dan toe aan de thee voor Europeanen ? Omdat die niet beter wisten...

In de Great Exhibition van 1851 in London zou de East India Company de poeders tonen aan het publiek, dat geschandaliseerd was door dit bedrog en doodsbang voor vergiftiging: de wetenschappelijke naam voor Pruisisch Blauw was iron ferrocyanide, en dat cyanide's vergif zijn wist iedereen... (het is nochtans een complexe molecule die zeer moeilijk wordt opgenomen door het menselijk lichaam, anders had het al lang slachtoffers gemaakt). De East India Company had er echter alle belang bij om het grote publiek te doen switchen van Chinese groene naar Indische zwarte thee...

En die zwarte thee kwam sinds kort uit Assam, waar de East India Company een monopolie had. En ook de Chinese theestruiken die Robert Fortune naar Darjeeling verscheepte werden gebruikt voor zwarte thee. Veel van die struiken staan er nog altijd, ze worden jat's genoemd. En de Engelsen zijn nog steeds geen grote liefhebbers van groene thee...

Robert Fortune



* ROY MOXHAM, A History of Tea., p. 30


vrijdag 1 december 2017

To Bio or not to Be: Jangwon Groen door Simon Lévelt

Wie herinnert zich nog het grote Oostenrijkse wijnschandaal van 1985 toen een handvol producenten hun wijn kunstmatig bleken aan te zoeten met een antivriesmiddel dat blindheid kon veroorzaken. Het haalde in één klap de Oostenrijkse wijnhandel onderuit, en even leek het erop dat Oostenrijkse wijn definitief van de kaart zou verdwijnen. Oostenrijk reageerde echter goed, richtte zich terug op kwaliteit in plaats van kwantiteit, en vandaag zijn de grüner veltliners van het land gezochte en populaire wijnen, om nog maar te zwijgen van de vele interessante rode druivenrassen.

In 2007 kende Zuid-Korea aan gelijkaardig moment toen Korean Broadcasting System aan het licht bracht dat sommige Koreaanse thee's bovenmatig veel residu's van pesticide's bevatten. Na onderzoek bleek dat op verschillende plaatsen bestrijdingsmiddelen onoordeelkundig werden gebruikt, te lang, te veel en op het verkeerde moment, en zonder rekening te houden met de plukmomenten. Voor de lokale thee-industrie was het eerste effect rampzalig. De Koreaanse theedrinker keerde zich naar import en vooral koffie, naar het schijnt nog steeds hipper dan thee in steden als Seoul. Maar net als in Oostenrijk was dit schandaal ook het moment waarop er iets heel belangrijks wijzigde in de mentaliteit van de producenten, en op de lange termijn zal dit waarschijnlijk in het voordeel van Zuid-Korea spelen. En meer en meer scoren Zuid-Koreaanse thee's bijzonder goed in wedstrijden en op de internationale markt.

De hoofdreden hiervoor was dat de Koreaanse thee-industrie besloot zich zo goed als volledig te richten op biologische landbouw. Dat is een keuze voor kwaliteit boven kwantiteit, en het dwingt de producenten om te werken met de beste terroirs (die het minste ingrijpen vragen). En dat was te merken aan deze thee.

De Jangwon Groen wordt gemaakt door Mr Lee Jin Ho, de eigenaar van Jangwon Tea Estate op het eiland Jeju. Het was vooral op dit eiland dat de kwaliteitsrevolutie zich afspeelde en alhoewel maar 30% van de Koreaanse productie hier vandaan komt, zijn het deze thee's die nu in het buitenland furore maken en prijzen winnen. Een deel van het eiland heeft een vulkanische bodem met veel organisch materiaal en veel kiezel (goed voor de afwatering), en is perfect voor de theeteelt. Jeju-do, want zo wordt het ook genoemd, is ook het eiland waar de Zuid-Koreaanse vrouwelijke schelpduiksters de plak zwaaien in een matriarchale samenleving waar de vrouw de baas van het gezin is. Of het daarom wordt beschouwd als de ideale plek voor een huwelijksreis weet ik niet...

De thee is heerlijk. Ik zette hem op de klassieke manier maar met wat meer dan de 2 gram per 200ml dan aangeraden, met Spa en een temperatuur van 80°C. Hij kleurt goudgeel en geurt bijzonder harmonieus naar bladgroentes als andijvie. In de mond is hij romig en bijna zoet, en héél aangenaam om te drinken, en momenteel is het mijn vaste "tweede kop" in de ochtend, en een favoriete pick-me-up cup bij het thuiskomen. Is dit een grootse thee voor speciale momenten ? Nee, dat is het niet, maar is het een bijzonder goede thee voor kleine momenten ? Jazeker.

De thee kost 7,4 euro per 100gram en is verkrijgbaar in bijna alle Simon Lévelt winkels (ik kocht de mijne in Leuven). De vijf minuten trektijd die op de verpakking vermeld stond is teveel, de thee wordt er bitter door, ik was het gelukkigst met twee minuten wanneer de volle zoete smaak volledig doorkwam zonder een spoor van astringentie. Ook in Coldbrew (12 gram per liter, 8 uur in de ijskast) is het een lekkere thee.

Jangwon maakt ook een Sencha, die leuk geurt naar zeewier en heel aangenaam is, en een stevig geoxideerde oolong voor de liefhebbers van de stijl.




vrijdag 24 november 2017

Ontmoetingen met een thee: Rooibos "Jardins de Valloires"

Ik zal maar direct toegeven dat ik niet zo gek ben op rooibos, die Zuid-Afrikaanse thee-vervanger zonder cafeïne, tannine en ballen. Maar ik wil 's avonds voor het slapen gaan nog wel een lekker theetje drinken, en rooibos heeft als voordeel wel dat het van zichzelf niet zo veel smaak heeft, en dat het dus de toevoegsels die de smaak bepalen. En dat is hier schitterend gedaan.

Gedroogde stukjes biet, rode besjes en rozenbottel werden hier toegevoegd aan de thee, net als natuurlijke aroma's van pioenrozen. Alle ingrediënten zijn bio. Ik zette de thee met anderhalve theelepel op 200ml, temperatuur 95°C, trektijd vier minuten en Spa als water.

Eigenlijk vond ik de thee droog al heerlijk ruiken, met prachtig rood fruit en frisse citrustonen. De kleur van de infusie is prachtig rood en hij geurt naar rode bessen en rozenblaadjes, een erg aangename geur, mooi fris. In de mond is hij perfect fruitig, heel smakelijk en heel natuurlijk overkomend (van veel fruit-thee vind ik dat ze meer op een parfum lijken dan op fruit), en met een heel aangename en natuurlijke fraîcheur. Op de één of de andere manier een thee voor mannen ook.

In coldbrew (12 gram, 1 liter, 8 uur in de ijskast) was ik nog meer in de wolken met dit exemplaar. De kleur is prachtig, een wat rozig oranje met een mooie glans en mooie schakeringen, mooi om op restaurant te serveren in mooie wijnglazen. Hij geurt heel mooi en complex (niet té koud schenken) en ook in de mond is hij interessant, fruitig en fris genoeg om te ontsnappen aan het dessert en geschikt te zijn voor de maaltijd zelf. Het moet heel leuk zijn om hier een gerecht bij te bedenken, en als dat lukt kan je hier mooi scoren zonder alcohol en zonder suiker, ook op een zomerse namiddag met wat hapjes.



De Jardin de Valloires is een prachtige tuin in de vallei van de Authie in de baai van de Somme in het Noorden van Frankrijk, naast de gelijknamige en indrukwekkende 18de eeuwse abdij. Tuin en abdij kunnen bezocht worden (de abdij alleen met rondleidingen), en de tuin is één van de mooiste van de regio.



Maar de grootste verrassing vond ik hier in het restaurant. Hier worden een paar prachtige ijsthee's geschonken, en de schotels van het (zeer eenvoudig ingerichte) restaurant zijn gewoonweg fantastisch. Ze zijn simpel en bestaan eigenlijk uit een mooi bord seizoensgroenten en seizoensfruit en een stuk vis of gevogelte. Maar de intrinsieke kwaliteit is zo perfect, en de keuze zo apart, met veel onbekende groentes, dat dit restaurant al een paar keer een overgetelijke indruk op mij naliet. Dit is een heel natuurlijke keuken, op tafeltjes in de cadeaushop, maar dit was al twee keer één van de betere maaltijden van een zomer.

Kortom een aanrader, de thee zowel als de tuin. In de abdij kan je ook overnachten.

Les Jardins de Valloires
 l'Abbaye de Valloires

vrijdag 17 november 2017

Wat is dat ? Groene thee.

Groene thee, zwarte thee, witte thee..het zijn termen die we allemaal kennen, maar voor veel mensen houd het op bij de kleur en wat ze er van vinden: lekker, of niet lekker. En wanneer je uitlegt dat je een cursus theesommelier volgt is dat vaak de eerste vraag: hoe zit dat eigenlijk ? Waarom is groene thee groen en zwarte thee zwart ?

Tot 1843 hadden we daar geen flauw idee van. Linnaeus, de grote botanicus, had 100 jaar daarvoor op basis van gedroogde exemplaren die ontdekkingsreizigers hadden meegebracht beslist dat groene en zwarte thee van twee aparte theeplanten kwamen: de Thea viridis voor groene thee, en Thea bohea voor zwarte thee. In 1843 trok Robert Fortune voor de Royal Horticultural Society naar China om uit te zoeken hoe dat allemaal zat (een vroeg stukje industriële spionage). Dit was één van zijn belangrijke bevindingen: het productieproces bepaalde de kleur.

Alle echte thee (dus geen rooibos) komt van de Camilla Sinensis theestruik, een plant waarvan de jonge blaadjes geplukt, gedroogd en bewerkt worden om thee te maken. Sommige varianten zijn beter voor groene thee, sommige voor zwarte, maar in principe kan je met alle theeplanten zowel groene als zwarte thee maken, en het verschil zit hem dus in het productieproces.

Het grote verschil tussen de twee is de oxidatie, een verschijnsel dat bij zwarte thee gewenst is, en bij groene thee ten allen prijze moet vermeden worden. Dat is waarom groene thee groen is. Oxidatie doet de thee verdonkeren, net zoals een banaan bruin en dan zwart wordt wanneer je hem laat liggen. De gemakkelijkste manier om oxidatie aan het werk te zien bij een groen blad als thee is bij sla. Neem een blaadje sla, laat het verslensen en rol het dan een beetje op: na een tijdje ziet het zwart. Dat is oxidatie.

Na het plukken worden de theeblaadjes voor groene thee eerst een paar uur verflenst (withering in het Engels), bij voorkeur in de zon. De thee verliest nu het vocht dat eventueel door dauw, mist of regen op de blaadjes lag. In de volgende fase wordt de groene kleur gefixeerd, killing the greens noemt men dat. Dat gebeurt door de thee te roosteren of te stomen, zodat de enzymes worden gedeactiveerd en de oxidatie stopt voor ze kan beginnen. In Japan gebeurt dat door de thee te stomen, in China door hem te bakken in grote wokken (pan firing) waarbij de thee door mensenhand of machine wordt heen en weer gerold. Door de hoge temperatuur en het uitoefenen van druk vertrekt weer een deel van het vocht en worden de blaadjes zacht. Fortune vergeleek het met een bakker die deeg kneed en daar lijkt het wat op. In Japan worden ze gerold, gedraaid en gedroogd tot ze hun uiteindelijke vorm krijgen waarna ze worden afgekoeld, geselecteerd en verpakt. In China gaat de thee in en uit de wok waarbij hij telkens opnieuw uit de wok wordt gehaald om in een vorm te worden gerold, en dan telkens weer in de wok verdwijnt om te worden omgeschud, verhit en opnieuw gerold. Dat duurt een uur of twee,  tot er nog slechts 3% van het oorspronkelijke vochtgehalte overblijft. In beide processen komen de aroma's komen nu aan de oppervlakte van het blad te zitten en zullen makkelijk vrijkomen bij het zetten. Op het einde wordt de thee nog geselecteerd op kwaliteit, zodat de duurdere de mooiste meest op elkaar lijkende blaadjes bevatten.

Ook het zetten van de thee gebeurt anders bij de twee theesoorten. Bij groene thee zijn twee zaken belangrijk om te vermijden dat de thee bitter wordt. Eerst en vooral is er de temperatuur van het water die ergens tussen de 60 à 80°C moet liggen. Bovendien mag groene thee ook niet te lang trekken, en dat is omwille van dezelfde reden. Temperatuur en trekperiode kunnen echter sterk verschillen per soort groene thee en dat is waarom theemeesters dit vermelden op de verpakking: zij hebben geëxperimenteerd tot ze de ideale zetmethode hadden gevonden. Is deze richtlijn wet ? Nee, je mag experimenteren, en het is zelfs leuk. Chinezen drinken hun thee bitterder dan wij en laten hem dus soms wat langer trekken, maar de keuze ligt bij de zetter. Ook de hoeveelheid die vermeld staat is een advies, in het Oosten gebruiken ze vaak meer. Maar begin met de richtlijn zoals op de verpakking, en vermijd in ieder gevel te hoge temperaturen.

Persoonlijk vind ik het maken van groene thee het leukst met de twee kannen methode, waarbij de ene kan wordt gebruikt voor het zetten met de blaadjes (12 gram per liter) los in de kan zodat ze kunnen bewegen en voldoende opzwellen. Theeliefhebbers noemen dit 'het dansen van de theebladeren' en het kan een belangrijk deel zijn van de esthetische ervaring. Het heeft ook een diepere betekenis: de thee keert nu terug van zijn door mensenhanden opgelegde vorm naar zijn oorsprong als theeblaadje, en op deze manier komt er Qi of energie vrij, die je daarop tot je neemt. Daarna giet je over via een filter in een andere kan zodat je de kleur van de thee kan bewonderen. Je gooit de blaadjes niet direct weg, want die vertellen veel over de kwaliteit en het karakter van je thee, en sommige groene thee's kunnen een aantal keer achter elkaar gezet worden, waarbij de smaak en aroma subtiel gaan veranderen.

In China gebruikt men een gaiwan om thee te zetten, en hierbij wordt redelijk veel thee op relatief weinig water gebruikt, maar zijn de trektijden erg kort maar repetitief. Zo kan de eerste trektijd van een groene thee maar 30 seconden duren, maar wordt hij wel tot zes of zeven keer herhaald, telkens iets langer trekkend. Bij elke passage krijgt de thee een andere geur en smaak, en het is een essentieel onderdeel van hoe men in China geniet van thee.

Er zijn honderden verschillende types groene thee. Ik persoonlijk kick op de ziltheid van veel Japanse sencha's, maar ik ben ook een grote fan van Lung Jing uit China...en nu ik er over nadenk kan ik er zo nog wel wat opnoemen waarvoor ik graag naar mijn theepot grijp. Het uitzicht van de droge thee kan overigens erg uiteen lopen. Hier zijn een paar voorbeelden.

Gyokuro of schaduwthee: fijne naaldjes


Gunpowder: China, opgekrulde blaadjes.


Sencha Kasegawa: Japan, platte blaadjes

Snow Bud Lu Xue Ya: Chinese groene thee met veel zilvertip, grote lange blaadjes



vrijdag 10 november 2017

Three Teas Tasted: Assam

Er zijn mensen die gezegend zijn met een absoluut geurgeheugen, en zij hebben dit niet nodig, maar sukkelaars als ikzelf wiens geurgeheugen abominabel kort is leren veel met deze zelfstudie-methode. Je zet drie glazen thee, op hetzelfde moment, met hetzelfde (geschikte) water en met dezelfde hoeveelheden. Door de drie dan te vergelijken met elkaar leer je veel over uitzicht, geur en smaak, en leer je beter onderscheid maken. Je kan het dan zoeken in de contrasten, maar het leukst is eigenlijk om thee's te proeven die van hetzelfde type zijn en uit dezelfde streek komen maar toch weer net anders zijn. Zo leer je beter het karakter kennen van de regio omdat je kan zoeken naar wat ze gemeenschappelijk hebben, maar leer je ook de kleine verschillen in kwaliteit of stijl kennen. Ik leerde dit truukje kennen in mijn wijntijd en ze is leuk en leerrijk (en trouwens heel tof in het gezelschap van andere theedrinkers !).

Wat is Assam ? Eerst en vooral is Assam een regio in het noordoosten van Indië. De machtige Brahmaputra rivier stroomt door het gebied en de frequente overstromingen van deze brede en traag stromende gigant hebben het alluviale type van de ondergrond hier bepaalt (alluviaal betekent door de rivier afgezet slib, en het is een heel vruchtbare ondergrond). Het is er warm en vochtig, een voor de mens eigenlijk erg ongezond en onaangenaam klimaat, maar perfect voor de teelt van thee. En vooral van deze variant, de Camilla sinensis var. assamica. Deze theeplant is een broertje van de Chinese Camilla sinensis var. sinensis die in China en Japan gebruikt wordt maar hij groeit in Indië en houdt van vochtigheid, warmte en de rijke ondergronden van de valleien, waartegenover de sinensis het liefst koel en hoog staat. Om niet langer afhankelijk te zijn van import uit China begon de East India Company deze pas rond 1830 ontdekte variant massaal aan te planten en Engeland viel massaal voor de moutige, volle smaak die perfect gaat met melk en ideaal leek voor het koude Engelse klimaat (dit is een heel korte samenvatting van een heel lang verhaal...).

Waar moet een goeie Assam dus aan voldoen ? De kleur moet mooi roodbruin zijn (dat geeft een mooie kleur met melk...) en helder, en de thee moet geuren naar mout en fruit. In de mond moet hij vol en rijk zijn met veel body.

De geproefde thee's kwamen van Simon Lévelt in Leuven, Blanche Dael in Maastricht en Or in Aalst. Ze werden alledrie gezet met Spa water in mei 2017.

Assam Goudblad Zomerpluk
Simon Lévelt, 4.6 euro. 2nd Flush. Visueel droog: mooi gekleurde blaadjes met wat goudgetipte ertussen. Nat: mooie kleur, blaadjes van goede kwaliteit, opvallend moutig aroma. De thee is licht roodbruin, mooi helder, en geurt vooral opnieuw naar mout. Ook in de mond overheerst dat moutige sterk. Kwam goed tot zijn recht met melk (en ik prefereerde hem zelfs zo), en erg sterk als 'wake me up' ochtendkop. Van bij Simon Lévelt Leuven




Assam Monabari
Blanche Dael, Maastricht. 4 euro. Visueel droog: niet zo mooi, veel kleine en wat gebroken blaadjes. De geur is eerder fruitig. Nat: de blaadjes lijken kleiner dan die van de Goudblad, met minder tip en onregelmatiger. In de neus zacht, niet moutig, meer iets als honing, en met een fris toetsje. Mooie structuur, mooi zacht, evenwichtig, timider dan de de vorige, maar een leuke ochtendthee en een tijdje mijn favoriete "tweede kop". Van bij Blanche Dael, Maastricht




Assam Orange Pekoe Dirial
Koffie en Thee Or, Aalst, 5.3 euro. Dirial is een theedomein dichtbij Dibrugarh. Visueel droog: mooi en tussen de twee in, veel tip maar kleinere, fijnere blaadjes, heel regelmatig. Geurt heel mannelijk, vooral tabak, bijna sigaar. Nat: mooiste blaadjes, heel mooi, heel complex aroma. Diep roodbruine, erg mooie kleur. In de neus echt een mengeling van duidelijke mout maar ook fruit, erg aangename en fijne complexiteit. Na vier minuten trektijd (als de andere) wat té astringent, en de twee aangeraden minuten pasten er beter bij. Een uitermate lekkere Assam, ook zonder melk, een fijnproevers-thee, heel elegant. Met melk komt het fruit duidelijker door, en is de thee minstens even lekker. Van bij Or, Aalst





vrijdag 3 november 2017

Ontmoetingen met een thee: Istanbul Nights, door Samova

Begrijp me niet verkeerd, ik ben gek op het echte spul, op pure thee's zonder smaakjes, maar af en toe ontmoet ik eens een thee die door wat er aan werd toegevoegd echt lekkerder werd. Sommige van die thee's mogen een tijdje meewandelen in mijn leven...

Dit is er zo eentje. Ik vond hem bij Philimonius in Aalst, een geweldige koffiebar (waar ik te weinig kom). Samova is een bedrijf uit Hamburg dat sinds 2002 bestaat en werd opgericht door Esin Rager, een jonge journaliste die genoeg had van de theemengelingen die ze in de handel kocht en zelf begon te experimenteren. Haar probeersels bevielen niet alleen haar maar ook haar vrienden en in 2002 lanceerde ze samen met die vrienden 10 thee's onder de naam Samova, verwijzend naar de samovar, de Russische theepot als symbool voor Vriendschap en Gezelligheid.

"We believe in Friendship and Hot Water."
Samova

Samova werkt met kwaliteitsingrediënten, uiteraard bio, en schenkt veel aandacht aan de verpakking die ze aantrekkelijk willen maken voor jonge mensen. Ze wonnen daar zelfs een designprijs mee, en momenteel gooien ze zich zelfs op het nachtleven met een reeks alcoholvrije drankjes. Samova biedt een 17tal thee-mengelingen aan waarvan ik er nog maar enkele proefde. Way to go, dus !

Deze thee draagt de naam Istanbul Nights, en is een blend van 31.7% thee uit Ceylon, 17% thee uit Darjeeling, 10% kruizemunt, en een mengeling van kruiden als anijs, hibiscus, gember, kruidnagel, kaneel, komijn, kardemom, peper en koriander, alle bio, en natuurlijke aroma's. De makers wilden een hip en fris alternatief voor de vele wat lompe en plompe chai's en zijn daar goed in geslaagd. Ze doopten hem naar Istanbul waar toen spannende dingen gebeurden en het Westen en het Oosten elkaar ontmoetten in een spannende mix, en dat wil deze thee ook zijn.



De droge mengeling heeft al een heel originele en frisse geur en ziet er ok uit. De infusie is amberkleurig en het aroma is een geweldig goed gelukte mengeling van de fraîcheur van munt en een heel complex geheel van aroma's. Geen enkel van die aroma's overheerst (stoort mij vaak bij Chai's) en het aroma lijkt wel te dansen tussen al die verschillen. Ook in de mond is de thee fris en licht en leuk en ik heb er geen melk aan toegevoegd omdat me dat zonde leek. In het begin is de thee fruitig en kruidig om dan te verglijden naar de wat zwaardere tonen van komijn en kardemom. Een heel frivool zuurtje danst door het hele verhaal heen (de hibiscus ?). Heel interessante en lekkere thee.

Zondagavond besloot ik er ook de coldbrew methode op los te laten, en ook hier een groot succes ! Dit is lekker en interessant en verfrissend, misschien geen maaltijdbegeleider maar een heel leuk drankje voor de dag. Ik vond het één van de beste coldbrews van het jaar, en hij zag er ook leuk uit in een mooi wijnglas. Ik voegde geen suiker toe, ik vond dat hij dat niet nodig had, maar dat is een kwestie van smaak waarschijnlijk.




PS
Indien U 's morgens voorbij mijn kantoor rijdt: nee, ik ben in de ochtenduren nog niet aan de wijn. Maar ik drink mijn Ice tea of Coldbrew graag uit een glas waar ik aan kan ruiken, en dat is dus een wijnglas. Probeer maar eens, het is echt een nieuwe dimensie als je je icetea tot nu toe alleen uit rechte cocktailglazen gedronken hebt. Maak hem niet te koud (of laat ham wat opwarmen), en wals, alsof het een wijn was, het is soms verrassend hoe complex zo'n thee naar voren kan komen.