Deze mok is gemaakt in fine bone china of beenderporselein, en dat maakt ze licht en ideaal om ook de kleur van je thee te bewonderen. Het is geen ochtendmok om mee door het huis te sjokken, maar het is een elegante en mooie mok voor in de namiddag, of om aan gasten te geven.
Ik kocht ze in een kleine kruidenierswinkel in Cley, op een regenachtige dag tijdens een trip langs de oostkust van Engeland, door Essex, Suffolk en Norfolk.
We waren langzaam naar boven afgezakt via Essex, Constable-land, en Suffolk, her en der een kasteel of great house bezoekend, en rijdend van pub naar pub, maar toen we arriveerden in de Norfolk Fens werden we verrast door dikke mist, iets waarvoor ze berucht zijn ... en we konden dus zeggen dat we de fens op hun meest typisch gezien hadden...alleen hadden we dus niet veel gezien.
Ik moet echter wel zeggen dat het iets had, dat bijna op de tast rijden, en toen we 's ochtends een kleine kasteelruïne bezochten was dat een unieke ervaring. We wandelden door een doodstille wereld , beetje bij beetje doken resten van de omwalling uit de mist en ik denk niet dat we het kasteel één keer in zijn geheel gezien hebben. In de ernaast gelegen dorpskerk brandden de lichten als was het kerstavond en we voelden ons op een rare manier verbonden met de dame die er de bloemen verzorgde en die ons een paar brasses liet zien...alsof de buitenwereld bestond uit spoken en fabeldieren die zich in de mist verscholen, met de parochiekerk als veilige haven.
Bij het verlaten van de fens begon het te regenen, en we reden door een nat, Hollands aandoend en plat landschap met molens en kanalen. Het was op een vreemde manier mooi, maar het deed ons ook net iets te veel aan thuis denken.
Cley-next-the-Sea ligt in Norfolk, aan de rivier Glaven. Er leven nog een goede 400 mensen in wat ooit één van de drukkere havens van Engeland was, maar door landwinning trok de zee zich verder en verder terug en slibde de haven dicht. Vandaag is er nog weinig dat doet terugdenken aan zijn faam van weleer buiten de veel te grote kerk.
De pittoreske windmolen is één van de bekendere zichten van Engeland en werd jarenlang gebruikt door de BBC. De popzanger James Blunt groeide er deels op toen zijn grootouders er woonden. Het is vandaag een bed and breakfast maar niet langer de woonplaats van de Blount's.
Cley was ook de plaats waar in 1914 de dichter Rupert Brooke droomde over een oorlog en wakker werd met het nieuws dat Engeland de oorlog had verklaard aan Duitsland. Hij was Engeland's eerste war poet, onsterfelijk door zijn gedicht The Soldier, nog heel idealistisch van toon, in tegenstelling tot de latere war poets toen duidelijk werd hoe zwaar de slachting aan het front was.
If I should die, think only this of me:
That there's some corner of a foreign field
That is for ever England. There shall be
In that rich earth a richer dust concealed;
A dust whom England bore, shaped, made aware,
Gave, once, her flowers to love, her ways to roam,
A body of England's, breathing England's air,
Washed by rivers, blest by suns of home.
And think, this heart, all evil shed away,
A pulse in the eternal mind, no less,
Gives somewhere back the thoughts by England given;
Her sights and sounds, dreams happe as her day;
And laughter, learnt of friends, and gentleness,
In hearts at peace, under an English heaven.
Maar om te eindigen met een vrolijke noot, de eerste regel wordt, licht gewijzigd, ook gebruikt door Blackadder wanneer die aan het Westelijk Front vecht: "If I should die think only this of me, I'll be back to get you."
zaterdag 28 april 2018
vrijdag 20 april 2018
Three Teas Tasted: Japanse Rode Thee...Wakoucha !
Japan is bekend voor zijn groene thee, en terecht ! Maar ooit exporteerde het meer zwarte thee dan China, en vandaag zijn er een 300tal boerderijen die er terug maken. En daar zitten hele lekkere en originele exemplaren tussen.
In het Japans noemt men deze thee wakoucha, en het woord kou betekent rood. Japan heeft heel zacht water met weinig kalk (osteoporose is er een veel voorkomend probleem) dat er voor zorgt dat wat wij zwarte thee noemen hier rode thee genoemd wordt. Het is ons harde water dat thee donkerder en meer zwart doet kleuren.
De Japanners begonnen pas 150 jaar geleden zwarte thee te maken en deze was vooral voor de export bestemd toen Japan zich opende voor invloeden van buitenaf. Zwarte thee bewaart beter tijdens de lange transporten via de zee en was dus meer geschikt dan de fragiele en fijne Japanse groene thee. Tegen 1874 zou Japan meer thee exporteren naar de VS dan China, maar dit duurde niet lang. Japan's betrokkenheid in internationale conflicten en allerlei verschuivingen binnen de wereldhandel deden de Japanse thee snel verdwijnen van de markt, en vandaag zou er slechts 2% van alle Japanse thee worden geëxporteerd.
In Japan zelf wordt vooral groene thee gedronken en de productie van zwarte thee kromp dan ook drastisch. Maar Japan is ook het land waar sinds de Tweede Wereldoorlog heel veel wordt geëxperimenteert met cultivars, en dit heeft ook geleid tot een paar heel interessante zwarte thee. Velen houden een beetje het midden tussen de zoetheid en het fruitige van Chinese qimen's en het moutige van Indische assam's, maar de drie die ik tot nu toe dronk waren alle drie heerlijk, zij het op een heel andere manier.
1: Takachiho Black Benifuki, Hotsoup
Deze thee komt uit Takachiho, een stad in het noordwesten van Miyazaki op het eiland Kyushu, Japan's meest zuidelijke theeregio, en kostte 19,75 euro per 50gram. Hij werd half mei geplukt in een theetuin op 350m hoogte, in de heuvels waar de verschillen tussen dag- en nacht-temperaturen groter zijn dan in de vallei. Benifuki is een cultivar die van twee walletjes eet: zijn mama is een camilla sinensis var. sinensis, afkomstig uit Darjeeling en bekend onder de naam Cd86 Makura, en zijn papa (of omgekeerd) een camilla sinensis var.assamica uit Japan en bekend als Benihomare. Hij is goed resistent tegen ziektes en productiever dan de klassieke Yabukita waarmee de meeste Japanse theetuinen aangeplant zijn. Hij wordt vooral gebruikt voor oolong's en zwarte thee.
Voor de eerste keer geproefd in de winter van 2017 op de Syntra theecursus onder de bevallige vleugels van thee-engel Kelly. Droog, misschien de mooiste van de drie, met grote donkere blaadjes met veel tip, en een heel mooi en complex aroma, wat floraal en fris. Nat ontrollen de blaadjes zich mooi, zeker na de tweede keer, en ze geuren lekker naar vlees en keukengeuren en meiklokjes. De kleur van de infusie is eerder geel als een oolong en de thee geurt naar kippenbouillon en meiklokjes. In de mond fijn en met dezelfde tonen.
7 april 2018, nu zelf aangekocht bij Hotsoup, en gezet op 85°C, trektijd 80 seconden. De infusie is eerder oranje dan rood, inderdaad als een oolong. De thee geurt nu minder vlezig dan ik mij herinner, met vooral fruit en tonen van cacao (geen meiklokjes, maar ik ben geen bloemenkenner). In de mond kwam de kippenbouillon wel meer naar voor, samen met het florale, en de thee is heerlijk, fijn en delicaat. Hij verdraagt absoluut geen melk, en het is een prachtige thee om zo te drinken in de namiddag, niet al te heet gezet, en dan heel zacht en toegankelijk en verduiveld lekker. 😊😊😊(😊)
2: Gokase Black Yamanami, Hotsoup
Deze thee komt uit Gokase, een dorp in dezelfde prefectuur als de vorige, Miyazaki. Hij werd geplukt op 25 mei 2017. De cultivar die hier werd gebruikt is Yamanami, en de zaailingen komen uit Hubei in China. Oorspronkelijk werden ze geïmporteerd om er Kamairicha mee te maken, een groene thee die geroosterd wordt in een wok, net als in China en niet gestoomd als in Japan, en die vooral in dit dorp, Gokase, wordt gemaakt.
Aangekocht bij Hotsoup, aan 19.75 euro per 50 gram.
7 april 2018: 2 minuten, 95°C. Droog, licht opgekrulde blaadjes, heel mooi en heel, met wat roodbruine tip ertussen, tamelijk donker. Weinig aroma. De natte blaadjes zijn zeer mooi en volledig, met gekartelde randjes. De infusie is caramel-kleurig met een rode schijn. Het aroma is zoet en verleidelijk lekker en in de mond is de thee evenwichtig en fijn, zonder astringentie. Goeie fraîcheur. Met melk erg lekker, de melk haalt een heel fraaie complexiteit naar boven. Prachtige ontbijtthee.
18 april 2018: 75 sec, 80°C. Caramel-kleurige infusie. Weinig aroma. In de mond eenvoudig (iets te), maar lekker met vooral zoete aardappel. Drinkt zo lekker weg en is zelfs bij de derde trekbeurt nog ok.
18 april, 75 seconden, 100°C. Caramel-kleurig met rode schijn. Geurt naar iets notigs (pinda's volgens de website). Mooi, duidelijk en complex in de mond. Strakke, goed gestructureerde mondindruk met ook hier een notige afdronk. Met melk erbij de perfecte ontbijtthee, je begrijpt plots waarom deze thee populair was in de Angelsaksische landen die hem met melk dronken. Het lijkt echt alsof iemand een mooi recht roomstreepje trekt onder het notig-zoete van de thee. 😊😊😊
3: Kawane Japanese Black Tea, O-cha, Japan
Ik bestelde deze thee op de website van O-cha in Japan, hij was een maandje onderweg maar stelde niet teleur. Hij komt van de stad Kawane die op het hoofdeiland ligt, in de provincie Shizuoka, en die één van de betere regio's is voor thee. Het is een tamelijk zeldzame blend van Zairai (thee uit theetuinen waar verschillende cultivars door elkaar staan) en Benifuki (zie hierboven). De blend is een mengeling van eerste en tweede oogst van de beide theeplanten, en het beoogde resultaat moest wat Darjeeling-like aandoen. De firma die de thee maakt is al actief sinds 1875 (het 8e jaar van de Meiji periode).
12,16 euro per 100 gram, plus invoerrechten en transport.
1 april 2018: 100°C, 4 minuten. Gebroken blad, beetje tip, weinig aroma. De infusie is prachtig roodbruin, dit is een rechte rode thee, met een mooi fruitig en nogal zoet aandoend aroma. In de mond nogal astringent, maar erg evenwichtig en heel intens. mooie en lange afdronk. De smaak lijkt een mengeling tussen een Assam en een Qimen, met een zwevende chocolaté toon maar zeker ook met iets van biergist. In de mond een mooie frisse toets met iets van citrus. Heel lekker op zijn Engels, met melk en als ontbijtthee, en dan krijgt hij een diepe kleur van caramel, zacht van smaak maar zeker in het tweede stuk erg duidelijk. Mooie afdronk. Geweldig leuke thee, geen toonbeeld van elegantie en evenwicht, maar gewoonweg erg lekker en smakelijk.😊😊😊
Rode thee, of kou cha
In het Japans noemt men deze thee wakoucha, en het woord kou betekent rood. Japan heeft heel zacht water met weinig kalk (osteoporose is er een veel voorkomend probleem) dat er voor zorgt dat wat wij zwarte thee noemen hier rode thee genoemd wordt. Het is ons harde water dat thee donkerder en meer zwart doet kleuren.
De Japanners begonnen pas 150 jaar geleden zwarte thee te maken en deze was vooral voor de export bestemd toen Japan zich opende voor invloeden van buitenaf. Zwarte thee bewaart beter tijdens de lange transporten via de zee en was dus meer geschikt dan de fragiele en fijne Japanse groene thee. Tegen 1874 zou Japan meer thee exporteren naar de VS dan China, maar dit duurde niet lang. Japan's betrokkenheid in internationale conflicten en allerlei verschuivingen binnen de wereldhandel deden de Japanse thee snel verdwijnen van de markt, en vandaag zou er slechts 2% van alle Japanse thee worden geëxporteerd.
In Japan zelf wordt vooral groene thee gedronken en de productie van zwarte thee kromp dan ook drastisch. Maar Japan is ook het land waar sinds de Tweede Wereldoorlog heel veel wordt geëxperimenteert met cultivars, en dit heeft ook geleid tot een paar heel interessante zwarte thee. Velen houden een beetje het midden tussen de zoetheid en het fruitige van Chinese qimen's en het moutige van Indische assam's, maar de drie die ik tot nu toe dronk waren alle drie heerlijk, zij het op een heel andere manier.
1: Takachiho Black Benifuki, Hotsoup
Deze thee komt uit Takachiho, een stad in het noordwesten van Miyazaki op het eiland Kyushu, Japan's meest zuidelijke theeregio, en kostte 19,75 euro per 50gram. Hij werd half mei geplukt in een theetuin op 350m hoogte, in de heuvels waar de verschillen tussen dag- en nacht-temperaturen groter zijn dan in de vallei. Benifuki is een cultivar die van twee walletjes eet: zijn mama is een camilla sinensis var. sinensis, afkomstig uit Darjeeling en bekend onder de naam Cd86 Makura, en zijn papa (of omgekeerd) een camilla sinensis var.assamica uit Japan en bekend als Benihomare. Hij is goed resistent tegen ziektes en productiever dan de klassieke Yabukita waarmee de meeste Japanse theetuinen aangeplant zijn. Hij wordt vooral gebruikt voor oolong's en zwarte thee.
Voor de eerste keer geproefd in de winter van 2017 op de Syntra theecursus onder de bevallige vleugels van thee-engel Kelly. Droog, misschien de mooiste van de drie, met grote donkere blaadjes met veel tip, en een heel mooi en complex aroma, wat floraal en fris. Nat ontrollen de blaadjes zich mooi, zeker na de tweede keer, en ze geuren lekker naar vlees en keukengeuren en meiklokjes. De kleur van de infusie is eerder geel als een oolong en de thee geurt naar kippenbouillon en meiklokjes. In de mond fijn en met dezelfde tonen.
7 april 2018, nu zelf aangekocht bij Hotsoup, en gezet op 85°C, trektijd 80 seconden. De infusie is eerder oranje dan rood, inderdaad als een oolong. De thee geurt nu minder vlezig dan ik mij herinner, met vooral fruit en tonen van cacao (geen meiklokjes, maar ik ben geen bloemenkenner). In de mond kwam de kippenbouillon wel meer naar voor, samen met het florale, en de thee is heerlijk, fijn en delicaat. Hij verdraagt absoluut geen melk, en het is een prachtige thee om zo te drinken in de namiddag, niet al te heet gezet, en dan heel zacht en toegankelijk en verduiveld lekker. 😊😊😊(😊)
2: Gokase Black Yamanami, Hotsoup
Deze thee komt uit Gokase, een dorp in dezelfde prefectuur als de vorige, Miyazaki. Hij werd geplukt op 25 mei 2017. De cultivar die hier werd gebruikt is Yamanami, en de zaailingen komen uit Hubei in China. Oorspronkelijk werden ze geïmporteerd om er Kamairicha mee te maken, een groene thee die geroosterd wordt in een wok, net als in China en niet gestoomd als in Japan, en die vooral in dit dorp, Gokase, wordt gemaakt.
Aangekocht bij Hotsoup, aan 19.75 euro per 50 gram.
7 april 2018: 2 minuten, 95°C. Droog, licht opgekrulde blaadjes, heel mooi en heel, met wat roodbruine tip ertussen, tamelijk donker. Weinig aroma. De natte blaadjes zijn zeer mooi en volledig, met gekartelde randjes. De infusie is caramel-kleurig met een rode schijn. Het aroma is zoet en verleidelijk lekker en in de mond is de thee evenwichtig en fijn, zonder astringentie. Goeie fraîcheur. Met melk erg lekker, de melk haalt een heel fraaie complexiteit naar boven. Prachtige ontbijtthee.
18 april 2018: 75 sec, 80°C. Caramel-kleurige infusie. Weinig aroma. In de mond eenvoudig (iets te), maar lekker met vooral zoete aardappel. Drinkt zo lekker weg en is zelfs bij de derde trekbeurt nog ok.
18 april, 75 seconden, 100°C. Caramel-kleurig met rode schijn. Geurt naar iets notigs (pinda's volgens de website). Mooi, duidelijk en complex in de mond. Strakke, goed gestructureerde mondindruk met ook hier een notige afdronk. Met melk erbij de perfecte ontbijtthee, je begrijpt plots waarom deze thee populair was in de Angelsaksische landen die hem met melk dronken. Het lijkt echt alsof iemand een mooi recht roomstreepje trekt onder het notig-zoete van de thee. 😊😊😊
Van onder naar boven: de Takachiho, de Gokase en de Kawane
3: Kawane Japanese Black Tea, O-cha, Japan
Ik bestelde deze thee op de website van O-cha in Japan, hij was een maandje onderweg maar stelde niet teleur. Hij komt van de stad Kawane die op het hoofdeiland ligt, in de provincie Shizuoka, en die één van de betere regio's is voor thee. Het is een tamelijk zeldzame blend van Zairai (thee uit theetuinen waar verschillende cultivars door elkaar staan) en Benifuki (zie hierboven). De blend is een mengeling van eerste en tweede oogst van de beide theeplanten, en het beoogde resultaat moest wat Darjeeling-like aandoen. De firma die de thee maakt is al actief sinds 1875 (het 8e jaar van de Meiji periode).
12,16 euro per 100 gram, plus invoerrechten en transport.
1 april 2018: 100°C, 4 minuten. Gebroken blad, beetje tip, weinig aroma. De infusie is prachtig roodbruin, dit is een rechte rode thee, met een mooi fruitig en nogal zoet aandoend aroma. In de mond nogal astringent, maar erg evenwichtig en heel intens. mooie en lange afdronk. De smaak lijkt een mengeling tussen een Assam en een Qimen, met een zwevende chocolaté toon maar zeker ook met iets van biergist. In de mond een mooie frisse toets met iets van citrus. Heel lekker op zijn Engels, met melk en als ontbijtthee, en dan krijgt hij een diepe kleur van caramel, zacht van smaak maar zeker in het tweede stuk erg duidelijk. Mooie afdronk. Geweldig leuke thee, geen toonbeeld van elegantie en evenwicht, maar gewoonweg erg lekker en smakelijk.😊😊😊
Takachiho Black Benifuki
Gokase Black Yamanami
Kawane Japanese Black Tea
vrijdag 6 april 2018
Three Teas Tasted: Ceylon
"Not often is it that men have the heart, when their one great industry is withered, to rear up in a few years another as rich to take its place, and the tea fields of Ceylon are as true a monument to courage as the lion at Waterloo"
Arthur Conan Doyle
7.4% van alle thee van de wereld komt uit Sri Lanka en wordt genoemd naar de vroegere, koloniale naam van het eiland: Ceylon. Het eiland ligt voor de kust van Indië en werd eerst door de Portugezen, dan door de Hollanders en dan door de Engelsen gekoloniseerd. Sinds 1948 is het terug onafhankelijk. Het is ongeveer even groot als Ierland.
Thomas Lipton
Tot 1860 was Ceylon een koffie-eiland, maar dan roeide een ziekte de aanplant uit, en in 1867 plantte een Schot, James Taylor, de eerste 7.7ha thee aan op een verlaten koffieplantage in Loolecondera. Tegen 1872 had hij een kleine theefabriek en het volgend jaar werd de eerste 10 kg Ceylon-thee te koop aangeboden in Londen. Overtuigd van het potentieel van Ceylon vertrok een zekere Henry Randolph Trafford naar het eiland en begon er twee plantages, al snel succesvol, en het aanbod groeide gestaag, samen met de populariteit ervan, vooral in Groot-Brittannië. In 1890 bezocht Thomas Lipton, toen al goed voor 300 winkels, het eiland, en hij besloot om zijn eigen theeplantages uit te baten, kocht er een tiental, en verkocht de thee van zijn eigen theetuinen in zijn winkels, zodat hij de kosten van allerlei tussenpersonen kon wegsnijden. Met de slogan "hoge kwaliteit tegen de laagst mogelijke prijs" werd zijn thee snel héél populair, en kreeg thee uit Ceylon zijn reputatie. Vanaf 1894 controleerde de Ceylon Tea Traders Association, nu de Sri Lanka Tea Board, de productie en de kwaliteit en in 1925 richtte ze het Tea Research Institute op, een instituut dat héél belangrijk zou worden voor thee in de Angelsaksische wereld. Tegen 1965 was het de grootste thee-exporteur van de wereld, en stond er 200.000 ha thee aangeplant.
De meeste theetuinen liggen in het zuidwestelijke deel van het eiland, waar het warm en vochtig is, op hoogtes tussen de 1000 en 2650 meter. In principe kan er het hele jaar geplukt worden, maar er zijn twee seizoenen waarin de kwaliteit merkelijk beter is. In het oosten is dat van eind juni tot eind augustus, in het westen van begin februari tot half maart. Des te hoger de tuinen liggen des te koeler de nachten er zijn en des te groter de temperatuurverschillen tussen dag en nacht, en dat is heel bepalend voor de smaak en de concentratie. De meeste plantages liggen ten oosten van Colombo en bij Galle in het zuiden. Er zijn zes gebieden: Galle, Ratnapura, Kandy, Dimbula, Uva en Nuwara Eliya.
Op de markt wordt oderscheid gemaakt tussen low-grown, medium-grown en high-grown. De high-grown thee's komen van de hoogst gelegen tuinen en zijn de beste en dus ook de duurste. Frisse citrustoetsen zijn heel kenmerkend voor ze, en het is een beetje zonde om er melk bij te doen. Medium-growns zijn het populairst in Ceylon zelf, en ze combineren de karakteristieken van de twee: de citrus-fraîcheur van de high-grown en de krachtigheid van de low-growns. Ze zijn vaak mooi roodbruin van kleur, en er mag absoluut melk bij. Ik start vaak zonder, om van het aroma te genieten, maar het is een feit dat melk deze thee's heerlijk zacht en vriendelijk maakt, en dit was ooit de basis van hun grote populariteit. De mindere medium-growns en de low-growns zijn bestemd voor blends met andere theesoorten. n
Ik proefde de volgende drie Ceylon-thee's.
Ceylon OP Shawlands, Or: Shawlands is een theetuin uit het einde van de 19de eeuw met nog veel van de originele theestruiken, in de regio Uva, op 1200m hoogte op de zuidelijke hellingen van de Madulsima heuvelruggen. Spa, 100°C, 4 minuten. Kleine, wat gebroken blaadjes die mooi geuren (alhoewel de geur wat wegglipt). Heel klassieke 'natte' neus. In de mond heel rond en zacht, een beetje zoet zelfs, maar met een mooie fraîcheur (een beetje citrus?). Heel mooie thee met een mooie complexiteit. Lang. Ook nog geprobeerd op 2 minuten wat de winkelier aanraadde, en de thee is dan geschikter om te drinken zonder melk. Ik vond beide trektijden ok. Or is een koffie- en thee-winkel in Aalst. 😊😊😊
Ceylan Kallebocka Flowery Orange Pekoe, Comptoirs Richard: 5.9 euro per 100 gram, Comptoirs Richard, Parijs. Aangekocht 31 oktober 2017. Een medium-grown uit Kandy. 3 minuten, 95°C, Spa. 30 maart 2018: bijzonder lekker geurend droog mengsel met nogal wat tip. Tamelijk donker infuus, mooi bruin. Heel mooi en open aroma, tonen van specerijen en fruit (citrus). Niet te astringent (wél bij 100°C of meer dan 3 minuten trektijd, heeft dan echt melk nodig, verliest zijn charme dan). In de mond meer hout en minder fruit. Met melk: de kleur blijft mooi caramel-lichtbruin, in de mond is dit lekker en zelfs interessant, een beetje intrigerend en met een leuke afdronk. A very comforting tea... mijn perfecte tweede ochtendkop. 😊😊😊
Blackwood Orange Pekoe, Simon Lévelt Leuven: Bio. 6.4 euro per 100 gram, ergens in 2017. Blackwood is een theetuin die hoort bij de Idulgashinna Organic Tea Gardens, de eerst biologisch gecertifieerde theetuin van de wereld, en ligt in het Uva district, op hoogtes tussen de 1500 en 1900 m. De blaadjes zijn klein. Prachtig droog aroma, heel complex, om aan te blijven snuffelen, met tabak en citrus. Nat opnieuw duidelijk citrus maar krachtiger. De infusie is complex en goed omlijnd en herkenbaar Ceylon. Redelijk streng in de mond, niet langer dan 3 minuten laten trekken. Een duidelijke, lekkere en stevige thee die graag wat melk krijgt. 😊😊😊
The Sri Lanka Tea Board heeft een hele leuke Facebook pagina.
vrijdag 30 maart 2018
10 redenen om thee te drinken (te leren kennen) (te appreciëren) (kortom, door het thee-virus gebeten te worden !)
1: Thee is lekker
De meeste mensen kennen thee van op café of restaurant. Waar ze dan iets voorgezet krijgen dat de gemiddelde Chinees beschouwd als afval, gezet op de verkeerde temperatuur en met het verkeerde water...het is alsof je de Belgische biercultuur zou promoten door het verkopen van lauwe Cara-pils die over zijn vervaldatum zit. Het is een reactie die ik vaak krijg: ik lust geen thee. En meestal komt die van mensen die nog nooit een fatsoenlijke thee hebben voorgezet gekregen. Ik was één van hen. Ik herinner me de verrassing en de schok toen ik voor de eerste keer een goede Qimen proefde: is dit thee ? En kan dat zo lekker zijn ? En is er nog meer van dat ?
2: Leergierigheid
Het is een feit dat de theewereld een beetje complex in elkaar zit. Je moet vanaf het begin rekening houden met dingen zoals trektijd, watertemperatuur en waterkwaliteit bij het correct zetten van thee. En die basiskennis moet je even onder de knie krijgen. Maar dan begint het pas, want dan krijg je stilletjes door hoeveel soorten thee er bestaan en hoeveel geëxperimenteer ze toelaten. En wanneer je je op het bochtige pad van de pu'er en oolong thee's begeeft wordt het pas helemaal spannend !
3: Nieuwsgierigheid
Mijn grootste (on)deugd. Alleen al in China bestaan er ruw geschat 20.000 verschillende thee's. Meer en meer geraken die bij ons, maar wij hebben nog alleen maar een dun laagje van de Chinese theewereld afgeschraapt. Voor wie zich in thee verdiept zal het bijleren nooit stoppen, en dat vind ik persoonlijk een heel opwindend idee.
4: Gezondheid
Behalve voor wie echt overdrijft is thee zeer gezond. Het bevat allerlei interessante stoffen, en het bevat vooral geen ongezonde zoals suikers, vetten of alcohol. Er zijn Qimen's die overweldigend geuren naar cacao en zelfs chocomelk, en sommige groene thee's zijn zeer zacht met uitgeproken zoete toetsen, maar beiden bevatten geen suiker, niks, nada. Milk Oolong's geuren en smaken zelfs naar melk...zonder ook maar een spoor van melk of vetten te bevatten.
5: Gulzigheid
Het grote verschil met alcohol ? Je kan er 's morgens al mee beginnen, de hele dag door van drinken, en zelfs 's avonds kan je switchen naar thee's die weinig of bijna geen caffeïne bevatten. Er is dus altijd een goeie reden om een kop thee te drinken. Bovendien is de meeste thee niet duur, en het uitbouwen van een fatsoenlijke theevoorraad zodat je veel kan variëren kost geen fortuinen. Groene thee is overigens de perfecte begeleider voor wie lang en geconcentreerd wil werken. Hij geeft je focus en energie, maar dan zonder het zenuwachtig-makende van koffie. Wel op tijd stoppen wanneer het avond wordt, je kan er ook slapeloze nachten van krijgen.
6: Vriendschap
Ik geef toe: ik zondig hier, ik drink te vaak alleen. Eigenlijk is thee ook gemaakt om in gezelschap te drinken, om over te discussiëren, om samen van te genieten. Of waarom heeft een Chinese theeset anders standaard vier kopjes ? Ik beloof mijn leven te beteren.
7: Oude vrienden
Eén van de leukere aspecten van thee. Het is aangeraden om in het begin een cursus te volgen en zoveel mogelijk verschillende thee's te drinken. Zo leer je veel en vind je je persoonlijke smaak het best, maar je zal ook zien dat die verandert. Je zal periode's hebben dat je je erg focust op één deeldomein, zoals oolong's, of groene thee, of thee uit een bepaald land. Oude vrienden verdwijnen echter soms uit beeld, maar helemaal weg zijn ze nooit. Momenteel diep in Chinese thee verzonken dronk ik onlangs een mooie thee uit Ceylon...a big smile on my face ! How nice to see (tatse) you back !
8: Verzameldrift
Dit is het hoofdstukje voor mannen ! Veel mannen zijn verzamelaars, en bij wijn of bier is het belangrijk aspect van het beleven. Het proeven van zoveel mogelijk verschillende, het jagen naar zeldzame flessen, tot uiteindelijk het verzamelen van etiketten, het is een belangrijk aspect bij veel liefhebbers van alcoholische dranken. En alhoewel thee nauwelijks etiketten kent, is ook hier de keuze zo uitgebreid dat je nooit alle thee van de wereld zal geproefd hebben. En dan spreek ik nog niet van pu'er, een thee die wél een etiket heeft, en die bovendien ook nog behoorlijk oud kan worden...
9: Reisdrift
Bij wijn is het eenvoudig om naar de plaatsen te gaan waar hij gemaakt wordt, en bovendien spreken we dan ook nog vaak de taal. Italië, Frankrijk, Spanje; Duitsland, ze zijn makkelijk bereisbaar en we vinden er altijd wel iemand die Engels of Frans spreeekt, of we spreken de andere taal zelf. Dat ligt uiteraard anders in China of Japan. Maar wie bezig is met deze thee's ziet vroeg of laat ook de foto's van de regio's waar ze gemaakt worden. En sommige van die regio's zijn adembenemend mooi.
10: Thee-hemels
Wij Belgen leven niet in een thee-land. Maar het verandert langzaam, en meer en meer vind je echt goede theewinkels, plaatsen waar de liefhebber niet alleen verwent maar ook begrepen wordt, en waar je soulmates ontmoet. En het leuke is dat dat in de meer theeminnende landen rondom ons nog sterker is ! In Engeland is tea een echt deel van de volksaard, en het kleinste stadje heeft wel een teashop waar ze er iets van kennen. In Frankrijk bekijken ze thee wat anders, maar theefanaten zijn er dik gezaaid, en je kan er uren doorbrengen in winkels en degustatieruimtes. Zelfs Duitsland en Nederland hebben hun eigen theetradities... Dit is dan ook een kleine tip voor alcoholvermijdende zakenreizigers: waar je ook bent, de kans dat er een correcte theewinkel of theehuis in de buurt is is groot.
De meeste mensen kennen thee van op café of restaurant. Waar ze dan iets voorgezet krijgen dat de gemiddelde Chinees beschouwd als afval, gezet op de verkeerde temperatuur en met het verkeerde water...het is alsof je de Belgische biercultuur zou promoten door het verkopen van lauwe Cara-pils die over zijn vervaldatum zit. Het is een reactie die ik vaak krijg: ik lust geen thee. En meestal komt die van mensen die nog nooit een fatsoenlijke thee hebben voorgezet gekregen. Ik was één van hen. Ik herinner me de verrassing en de schok toen ik voor de eerste keer een goede Qimen proefde: is dit thee ? En kan dat zo lekker zijn ? En is er nog meer van dat ?
2: Leergierigheid
Het is een feit dat de theewereld een beetje complex in elkaar zit. Je moet vanaf het begin rekening houden met dingen zoals trektijd, watertemperatuur en waterkwaliteit bij het correct zetten van thee. En die basiskennis moet je even onder de knie krijgen. Maar dan begint het pas, want dan krijg je stilletjes door hoeveel soorten thee er bestaan en hoeveel geëxperimenteer ze toelaten. En wanneer je je op het bochtige pad van de pu'er en oolong thee's begeeft wordt het pas helemaal spannend !
3: Nieuwsgierigheid
Mijn grootste (on)deugd. Alleen al in China bestaan er ruw geschat 20.000 verschillende thee's. Meer en meer geraken die bij ons, maar wij hebben nog alleen maar een dun laagje van de Chinese theewereld afgeschraapt. Voor wie zich in thee verdiept zal het bijleren nooit stoppen, en dat vind ik persoonlijk een heel opwindend idee.
4: Gezondheid
Behalve voor wie echt overdrijft is thee zeer gezond. Het bevat allerlei interessante stoffen, en het bevat vooral geen ongezonde zoals suikers, vetten of alcohol. Er zijn Qimen's die overweldigend geuren naar cacao en zelfs chocomelk, en sommige groene thee's zijn zeer zacht met uitgeproken zoete toetsen, maar beiden bevatten geen suiker, niks, nada. Milk Oolong's geuren en smaken zelfs naar melk...zonder ook maar een spoor van melk of vetten te bevatten.
5: Gulzigheid
Het grote verschil met alcohol ? Je kan er 's morgens al mee beginnen, de hele dag door van drinken, en zelfs 's avonds kan je switchen naar thee's die weinig of bijna geen caffeïne bevatten. Er is dus altijd een goeie reden om een kop thee te drinken. Bovendien is de meeste thee niet duur, en het uitbouwen van een fatsoenlijke theevoorraad zodat je veel kan variëren kost geen fortuinen. Groene thee is overigens de perfecte begeleider voor wie lang en geconcentreerd wil werken. Hij geeft je focus en energie, maar dan zonder het zenuwachtig-makende van koffie. Wel op tijd stoppen wanneer het avond wordt, je kan er ook slapeloze nachten van krijgen.
6: Vriendschap
Ik geef toe: ik zondig hier, ik drink te vaak alleen. Eigenlijk is thee ook gemaakt om in gezelschap te drinken, om over te discussiëren, om samen van te genieten. Of waarom heeft een Chinese theeset anders standaard vier kopjes ? Ik beloof mijn leven te beteren.
7: Oude vrienden
Eén van de leukere aspecten van thee. Het is aangeraden om in het begin een cursus te volgen en zoveel mogelijk verschillende thee's te drinken. Zo leer je veel en vind je je persoonlijke smaak het best, maar je zal ook zien dat die verandert. Je zal periode's hebben dat je je erg focust op één deeldomein, zoals oolong's, of groene thee, of thee uit een bepaald land. Oude vrienden verdwijnen echter soms uit beeld, maar helemaal weg zijn ze nooit. Momenteel diep in Chinese thee verzonken dronk ik onlangs een mooie thee uit Ceylon...a big smile on my face ! How nice to see (tatse) you back !
8: Verzameldrift
Dit is het hoofdstukje voor mannen ! Veel mannen zijn verzamelaars, en bij wijn of bier is het belangrijk aspect van het beleven. Het proeven van zoveel mogelijk verschillende, het jagen naar zeldzame flessen, tot uiteindelijk het verzamelen van etiketten, het is een belangrijk aspect bij veel liefhebbers van alcoholische dranken. En alhoewel thee nauwelijks etiketten kent, is ook hier de keuze zo uitgebreid dat je nooit alle thee van de wereld zal geproefd hebben. En dan spreek ik nog niet van pu'er, een thee die wél een etiket heeft, en die bovendien ook nog behoorlijk oud kan worden...
9: Reisdrift
Bij wijn is het eenvoudig om naar de plaatsen te gaan waar hij gemaakt wordt, en bovendien spreken we dan ook nog vaak de taal. Italië, Frankrijk, Spanje; Duitsland, ze zijn makkelijk bereisbaar en we vinden er altijd wel iemand die Engels of Frans spreeekt, of we spreken de andere taal zelf. Dat ligt uiteraard anders in China of Japan. Maar wie bezig is met deze thee's ziet vroeg of laat ook de foto's van de regio's waar ze gemaakt worden. En sommige van die regio's zijn adembenemend mooi.
10: Thee-hemels
Wij Belgen leven niet in een thee-land. Maar het verandert langzaam, en meer en meer vind je echt goede theewinkels, plaatsen waar de liefhebber niet alleen verwent maar ook begrepen wordt, en waar je soulmates ontmoet. En het leuke is dat dat in de meer theeminnende landen rondom ons nog sterker is ! In Engeland is tea een echt deel van de volksaard, en het kleinste stadje heeft wel een teashop waar ze er iets van kennen. In Frankrijk bekijken ze thee wat anders, maar theefanaten zijn er dik gezaaid, en je kan er uren doorbrengen in winkels en degustatieruimtes. Zelfs Duitsland en Nederland hebben hun eigen theetradities... Dit is dan ook een kleine tip voor alcoholvermijdende zakenreizigers: waar je ook bent, de kans dat er een correcte theewinkel of theehuis in de buurt is is groot.
vrijdag 23 maart 2018
Huo Shan Huang Ya, Twinings
Gele Spruit van de berg Huo, dat is ongeveer de vertaling van de naam van deze thee. Het is een gele thee uit Anhui, een provincie in het oosten van China, tussen de Huai en de Yantze rivieren, die ondermeer bekend is voor zijn geweldige Qimen, een zwarte thee. De 1774m hoge Huo is de hoogste berg van de Dabie bergketen, en hier vind je een paar van de mooiste berglandschappen van China. Huang Ya slaat op het hoge percentage bot en op de wijze van produceren die een strogele infusie voortbrengt wanneer de thee gezet wordt.
Gele thee is de theesoort die qua aantal het minst gemaakt wordt in China, en ze is maar goed voor 1% van de gehele productie. Het zou een oude techniek zijn die per ongeluk ontdekt werd tijdens de Qing periode (1644-1912) en die pas sinds de jaren 70 herontdekt werd, en het is een moeilijke techniek die niet alle theemeesters verstaan. Het proces is bijna identiek aan dat van groene thee, met uitzondering van een fase die men Men Huang noemt, en die de blaadjes een gelige schijn geeft. Na het roosteren in de wok wordt de thee heel even blootgesteld aan stoom en dan opgehoopt en bedekt met doek waardoor hij begint te zweten. Alhoewel het roosteren de enzymes deactiveerde zodat de thee groen bleef zet het ophopen toch nog een lichte oxydatie in gang waardoor er zich een romige, wat boterige zoete toets ontwikkelt. Daarna wordt de thee gedroogd, een heel secuur proces, met genoeg warmte om te drogen, maar zonder dat de zoete toetsen verdwijnen.
Ik kocht de thee in de zomer van 2017 in London voor 12£, in de alleraardigste teashop van Twinings aan The Strand. Als je daar binnenwandelt zijn de eerste meters toegewijd aan een kleurrijk en commercieel aanbod van doordeweekse theeën en fruitthee, maar achteraan in de winkel vind je the real stuff. Niet goedkoop allemaal, maar ik kocht er al een paar hele mooie thee's (hun Keemun Maofeng is super).
De thee bleef wat liggen (in een donkere, koele en geurvrije kelder) en ik proefde hem voor het eerst op 17 maart 2018. Hij werd gezet aan 80-85°C, met een trektijd van 80 seconden, in een Kamjove Auto-Open Tea Art Pot die ik kocht bij DanDan, op de vrijdagmarkt in Leuven. De natte blaadjes geuren naar geroosterd brood en bloemen. De infusie kleurt intens geel. In de neus eerst en vooral geroosterde nootjes, dan ook honing en iets van kamperfoelie. Volgens de verpakking zou de thee moeten geuren naar orchideeën, maar aangezien ik geen flauw idee heb hoe die dan wel zouden moeten geuren, laat ik dit open... De mond is zacht en rond, met een zoet tikje in de afdronk, en heel vaag iets geroosterds. Bij het tweede infuus (je kan een gele thee twee à drie keer achter elkaar opgieten) liet ik de thee 3 minuten trekken. In de neus viel het geroosterde nu nog meer op en in de mond werd hij licht bitter. De smaak werd nu wat massaler, met een langere afdronk, maar ook monotoner. Een derde infuus was nog zachter, maar de smaak kreeg nu echt het grassige van een groene thee.
Dit is een lekkere en zachte thee, heel aangenaam voor in de namiddag en een plezier om te drinken. Hier vind je trouwens een heel leuke video over de plaats waar hij vandaan komt. Maar is het een echte gele thee ? Daar schijnt discussie over te bestaan, en bij deze is de speurtocht dan ook geopend. We gaan op zoek naar andere gele thee's om dit te testen. Ik houd jullie op de hoogte.
Gele thee is de theesoort die qua aantal het minst gemaakt wordt in China, en ze is maar goed voor 1% van de gehele productie. Het zou een oude techniek zijn die per ongeluk ontdekt werd tijdens de Qing periode (1644-1912) en die pas sinds de jaren 70 herontdekt werd, en het is een moeilijke techniek die niet alle theemeesters verstaan. Het proces is bijna identiek aan dat van groene thee, met uitzondering van een fase die men Men Huang noemt, en die de blaadjes een gelige schijn geeft. Na het roosteren in de wok wordt de thee heel even blootgesteld aan stoom en dan opgehoopt en bedekt met doek waardoor hij begint te zweten. Alhoewel het roosteren de enzymes deactiveerde zodat de thee groen bleef zet het ophopen toch nog een lichte oxydatie in gang waardoor er zich een romige, wat boterige zoete toets ontwikkelt. Daarna wordt de thee gedroogd, een heel secuur proces, met genoeg warmte om te drogen, maar zonder dat de zoete toetsen verdwijnen.
Ik kocht de thee in de zomer van 2017 in London voor 12£, in de alleraardigste teashop van Twinings aan The Strand. Als je daar binnenwandelt zijn de eerste meters toegewijd aan een kleurrijk en commercieel aanbod van doordeweekse theeën en fruitthee, maar achteraan in de winkel vind je the real stuff. Niet goedkoop allemaal, maar ik kocht er al een paar hele mooie thee's (hun Keemun Maofeng is super).
De thee bleef wat liggen (in een donkere, koele en geurvrije kelder) en ik proefde hem voor het eerst op 17 maart 2018. Hij werd gezet aan 80-85°C, met een trektijd van 80 seconden, in een Kamjove Auto-Open Tea Art Pot die ik kocht bij DanDan, op de vrijdagmarkt in Leuven. De natte blaadjes geuren naar geroosterd brood en bloemen. De infusie kleurt intens geel. In de neus eerst en vooral geroosterde nootjes, dan ook honing en iets van kamperfoelie. Volgens de verpakking zou de thee moeten geuren naar orchideeën, maar aangezien ik geen flauw idee heb hoe die dan wel zouden moeten geuren, laat ik dit open... De mond is zacht en rond, met een zoet tikje in de afdronk, en heel vaag iets geroosterds. Bij het tweede infuus (je kan een gele thee twee à drie keer achter elkaar opgieten) liet ik de thee 3 minuten trekken. In de neus viel het geroosterde nu nog meer op en in de mond werd hij licht bitter. De smaak werd nu wat massaler, met een langere afdronk, maar ook monotoner. Een derde infuus was nog zachter, maar de smaak kreeg nu echt het grassige van een groene thee.
Dit is een lekkere en zachte thee, heel aangenaam voor in de namiddag en een plezier om te drinken. Hier vind je trouwens een heel leuke video over de plaats waar hij vandaan komt. Maar is het een echte gele thee ? Daar schijnt discussie over te bestaan, en bij deze is de speurtocht dan ook geopend. We gaan op zoek naar andere gele thee's om dit te testen. Ik houd jullie op de hoogte.
vrijdag 9 maart 2018
De Zeven Thee Taboes van Feng Ke Bin
De volgende tekst komt uit een verhandeling over thee van Feng Ke Bin, een in Huzhou verblijvende geleerde, die tijdens de Ming dynastie leefde. Thee was populairder geworder en beter van kwaliteit omdat men overschakelde van gemalen thee en theecakes naar het gebruik van de eerste scheuten en knopjes van de lentegroei. Rond deze tijd ontstond ook het gebruik van losse thee, kwam er veel meer variatie in het aanbod en werd theeporselein wit zodat men de kleurverschillen kon zien. De verhandeling heet in het Engels Annotiations of Jie Tea. Jie thee kwam van de Luo Jie berg in de buurt van het Taihu meer.
Zeven Thee Taboes
2: Verkeerd materiaal. Wanneer het theegerei niet bij elkaar past, of van lage kwaliteit is, of vuil en besmeurd, hoe kan men dan genieten van een fijne thee ?
3: Onaantrekkelijke gastheren en gasten. Wanneer of de gastheer of de gasten ruwe taal gebruiken en geen goede manieren hebben, dan mag er geen thee worden geserveerd.
4: Hoeden en kledingstukken die strikt ceremonieel zijn. Wanneer men te zeer ingetoomd en beperkt wordt door de formele voorschriften van de etiquette, en daardoor slecht op zijn gemak is, dan zal men niet de innerlijke rust vinden om ten volle van de thee te genieten.
5: Onwillekeurig aanbod van vleesgerechten. Om de echte smaak van thee te behouden moet het palet zuiver zijn, en niet gestoord door de geuren of smaken van zwaar eten. Indien te zwaar en te aromatisch eten wordt geserveerd zullen ze de delicate thee overheersen en kan men de echte smaak van thee niet langer apprecieren.
Zeven Thee Taboes
1: Onaangepaste methode. Wanneer water verkeerd gekookt wordt en de thee fout bereidt, dan is de thee bedorven.
2: Verkeerd materiaal. Wanneer het theegerei niet bij elkaar past, of van lage kwaliteit is, of vuil en besmeurd, hoe kan men dan genieten van een fijne thee ?
3: Onaantrekkelijke gastheren en gasten. Wanneer of de gastheer of de gasten ruwe taal gebruiken en geen goede manieren hebben, dan mag er geen thee worden geserveerd.
4: Hoeden en kledingstukken die strikt ceremonieel zijn. Wanneer men te zeer ingetoomd en beperkt wordt door de formele voorschriften van de etiquette, en daardoor slecht op zijn gemak is, dan zal men niet de innerlijke rust vinden om ten volle van de thee te genieten.
5: Onwillekeurig aanbod van vleesgerechten. Om de echte smaak van thee te behouden moet het palet zuiver zijn, en niet gestoord door de geuren of smaken van zwaar eten. Indien te zwaar en te aromatisch eten wordt geserveerd zullen ze de delicate thee overheersen en kan men de echte smaak van thee niet langer apprecieren.
6: Een drukke en hectische levensstijl. Wanneer men druk bezig is met sociale verplichtingen en allerlei activiteiten dan is er geen tijd om thee echt te appreciëren en degusteren. Thee is verspild wanneer men er niet genoeg tijd voor heeft.
7: Een vuile en wanordelijke kamer. Wanneer de ruimte waarin thee wordt gedronken in wanorde is, of vol afval, en met afschuw vervult, dan is zo'n ruimte te vulgair voor het genieten van thee.
In het oorspronkelijke manuscript stonden alleen de vet gedrukte stukken. De tekst is een toevoeging of interpretatie van Warren Peltier, een onderzoeker en auteur die al twee decennia bezig is met het bestuderen van klasssieke Chinese teksten over thee. een weerslag hiervan vind je in het zeer mooie en fijne boekje The Ancient Art of Tea. Wisdom From the Old Chinese Tea Masters. uit 2011.

Momenteel zit deze theedrinker thee te bereiden op een zolderkamertje tijdens verbouwingen van een deel van de achterbouw, en scoort hij zeer slecht op punten 2, 6 en 7. En kijkt hij vol jaloezie naar foto's op Facebook en Instagram van de mooiste thee-creaties...nietwaar, Els en Kelly ?
vrijdag 2 maart 2018
Hong Yun TTES21, Hotsoup
Mooi en lekker en met een interessant verhaal...en ik heb het wel degelijk over een thee, dames 😀
Dit is een rode thee (een zwarte dus, haha) uit Taiwan, en meer bepaald uit Yuchi in de provincie Nantou, een provincie in het midden van het eiland. Hij is gemaakt van een heel interessante theeplant, een kruising tussen een Kyang uit Indië en een Qimen uit Anhui in China. En waarom is dat interessant, geeuwt u nu ? Wel omdat de Kyang een Camilla sinensis var. assamica is en de Qimen een Camilla sinensis ver. sinensis (en stop met geeuwen) ! De assamica is de theeplant die groeit in Indië waar men hem gebruikt als een deel van de blend voor de klassieke ontbijtthee's waar de Engelsen zo gek op zijn. Hij is vooral moutig en fruitig en heel geschikt om te drinken met melk. De sinensis is de theeplant zoals hij voorkomt in China en die afhankelijk van de regio heel andere smaken voortbrengt. Het is de plant die de Engelsen leerde thee drinken. Hij is veel frisser, vaak met smaken die aan chocolade of Nesquik doen denken. Deze TTES21 is dus een kruising van de twee en brengt elementen van beide soorten samen. Het is een cultivar, een hybride theeplant die niet in het wild voorkomt en die wordt vermeerderd door van de ouderplant loten te nemen en voort te planten. Hij is niet zo heel erg populair omdat het een moeilijke en gevoelige plant is, maar de mensen die er mee werken slagen er over het algemeen in om een héél lekkere en originele thee te maken.
Dit exemplaar werd in juli 2015 geplukt en verwerkt in een theeplantage die op 700 tot 800 m hoog ligt. Die hoogte is belangrijk want ze betekent dat er grote temperatuurverschillen zijn tussen dag en nacht en dat bevordert de smaakontwikkeling. Hij komt van de theetuin van Mr Lee.
De kwaliteit van deze thee springt al in het oog bij het droge materiaal, met een grote uniformiteit in grootte en vorm en een heel mooie zwarte kleur. Na het zetten komen er heel erg mooie, volledige en grote theebladeren te voorschijn waarvan ik vermoed dat ze de grootte van hun assamica-ouder erfden. Het natte blad ruikt naar gekookt fruit met een friszure toets. De kleur van de infusie is prachtig rood.
De geur is ronduit prachtig. Na een beetje walsen komt er opvallend veel kers tevoorschijn, maar dan gelegd op een bedje van een zachtere en wat zoetere tonen, heel harmonieus en complex, en net zoals bij een goede wijn iets om aan te blijven snuffelen. In de mond is alles meer versmolten en kan je de verchillende elementen moeilijker onderscheiden, maar na een tijdje drijft het typische chocoladetoetsje van een goede Qimen of Keemun boven. De tannines zijn ragfijn en is heel goed gestructureerd. Dit is een buitengewoon lekkere thee (14.95 euro per 25 gram, het is ook al wel wat) waarvan elke slok een beleving is. Hij laat een tweede en zelfs een derde infusie toe, en het chocolaté-toetsje ontwikkelde zich sterker door dit te doen.
(Dit stukje moeten thee-puristen maar even overslaan)
Ooit werd Qimen populair in Engeland als ontbijtthee omdat het zo verduiveld lekker is met melk. Ik heb dat hier ook geprobeerd, en alhoewel je de fijne schakeringen en de finesse verliest, wordt de thee ongelooflijk rijk en voluptueus en weelderig, en ik kan heel goed geloven waarom dat zo erg in de smaak viel dat een heel land zijn drinkgewoontes veranderde. Maar het blijft een beetje vloeken in de kerk...
(thee-puristen mogen terug aansluiten)
* Hong Yun betekent overigens Red Charm of Red Harmony. Ik kocht de thee eind 2017 bij Hotsoup, een bedrijf in Nederland met een aantal héél aardige, interessante en originele thee's in het gamma.
* Uiteraard is het alleen Mme Rick waarvan ik weet dat ze én lekker én interessant én mooi is. Het blijft echter een top-combinatie en ik draag deze blog dan ook op aan al die mooie en interessante thee-dames die ik leerde kennen onder de uitermate charmante vleugels van deze dame.
Dit is een rode thee (een zwarte dus, haha) uit Taiwan, en meer bepaald uit Yuchi in de provincie Nantou, een provincie in het midden van het eiland. Hij is gemaakt van een heel interessante theeplant, een kruising tussen een Kyang uit Indië en een Qimen uit Anhui in China. En waarom is dat interessant, geeuwt u nu ? Wel omdat de Kyang een Camilla sinensis var. assamica is en de Qimen een Camilla sinensis ver. sinensis (en stop met geeuwen) ! De assamica is de theeplant die groeit in Indië waar men hem gebruikt als een deel van de blend voor de klassieke ontbijtthee's waar de Engelsen zo gek op zijn. Hij is vooral moutig en fruitig en heel geschikt om te drinken met melk. De sinensis is de theeplant zoals hij voorkomt in China en die afhankelijk van de regio heel andere smaken voortbrengt. Het is de plant die de Engelsen leerde thee drinken. Hij is veel frisser, vaak met smaken die aan chocolade of Nesquik doen denken. Deze TTES21 is dus een kruising van de twee en brengt elementen van beide soorten samen. Het is een cultivar, een hybride theeplant die niet in het wild voorkomt en die wordt vermeerderd door van de ouderplant loten te nemen en voort te planten. Hij is niet zo heel erg populair omdat het een moeilijke en gevoelige plant is, maar de mensen die er mee werken slagen er over het algemeen in om een héél lekkere en originele thee te maken.
Dit exemplaar werd in juli 2015 geplukt en verwerkt in een theeplantage die op 700 tot 800 m hoog ligt. Die hoogte is belangrijk want ze betekent dat er grote temperatuurverschillen zijn tussen dag en nacht en dat bevordert de smaakontwikkeling. Hij komt van de theetuin van Mr Lee.
De kwaliteit van deze thee springt al in het oog bij het droge materiaal, met een grote uniformiteit in grootte en vorm en een heel mooie zwarte kleur. Na het zetten komen er heel erg mooie, volledige en grote theebladeren te voorschijn waarvan ik vermoed dat ze de grootte van hun assamica-ouder erfden. Het natte blad ruikt naar gekookt fruit met een friszure toets. De kleur van de infusie is prachtig rood.
Of waarom Chinezen zwarte thee rode thee noemen...
De geur is ronduit prachtig. Na een beetje walsen komt er opvallend veel kers tevoorschijn, maar dan gelegd op een bedje van een zachtere en wat zoetere tonen, heel harmonieus en complex, en net zoals bij een goede wijn iets om aan te blijven snuffelen. In de mond is alles meer versmolten en kan je de verchillende elementen moeilijker onderscheiden, maar na een tijdje drijft het typische chocoladetoetsje van een goede Qimen of Keemun boven. De tannines zijn ragfijn en is heel goed gestructureerd. Dit is een buitengewoon lekkere thee (14.95 euro per 25 gram, het is ook al wel wat) waarvan elke slok een beleving is. Hij laat een tweede en zelfs een derde infusie toe, en het chocolaté-toetsje ontwikkelde zich sterker door dit te doen.
(Dit stukje moeten thee-puristen maar even overslaan)
Ooit werd Qimen populair in Engeland als ontbijtthee omdat het zo verduiveld lekker is met melk. Ik heb dat hier ook geprobeerd, en alhoewel je de fijne schakeringen en de finesse verliest, wordt de thee ongelooflijk rijk en voluptueus en weelderig, en ik kan heel goed geloven waarom dat zo erg in de smaak viel dat een heel land zijn drinkgewoontes veranderde. Maar het blijft een beetje vloeken in de kerk...
(thee-puristen mogen terug aansluiten)
* Hong Yun betekent overigens Red Charm of Red Harmony. Ik kocht de thee eind 2017 bij Hotsoup, een bedrijf in Nederland met een aantal héél aardige, interessante en originele thee's in het gamma.
* Uiteraard is het alleen Mme Rick waarvan ik weet dat ze én lekker én interessant én mooi is. Het blijft echter een top-combinatie en ik draag deze blog dan ook op aan al die mooie en interessante thee-dames die ik leerde kennen onder de uitermate charmante vleugels van deze dame.
Abonneren op:
Posts (Atom)















