Pagina's

zondag 29 december 2019

Jin Jun Mei: de meest exclusieve zwarte thee van China...of niet ?

In de zomer van 2005 zat de president van de Wuyi Zhenghsan Tea Company, Mr Jiang, samen met twee theekenners uit Beijing, Mr Zhang en Mr Yan, te praten over de kwaliteit van zijn thee. Het bedrijf van Mr Jiang was gespecialiseerd in Lapsang Souchong, een in de zomer geoogste thee die vaak gerookt wordt en die beschouwd wordt als zijnde van mindere kwaliteit. Toen ze een theeplukster zagen die op die hete zomerdag op weg was naar de theetuin van het bedrijf in Tongmu, maakte één van de twee bezoekers de opmerking dat het toch wel hard werken was in de hete zomerzon om een thee te oogsten die aan een lage prijs zou worden verkocht. Voor Lapsang Souchong wordt tamelijk grof geplukt, met een knop en drie à vier blaadjes, en zou het dan geen idee zijn om alleen de knop te plukken en zo een betere en dus duurdere thee te maken van hetzelfde terroir ? De plukster kreeg daarop van mijnheer Jiang de opdracht om alleen de kleine knopjes aan de zijkant te plukken, en na een dag had ze 750 gram vers blad geplukt.

De wilde theetuinen van Tongmu (bron: https://www.wufeng-tea.com/jin-jun-mei/


Omdat de hoeveelheid zo klein was en de blaadjes zo fijn, werd besloten om de thee met de hand te rollen. Dit is een zeer arbeidsintensieve manier om de blaadjes te verwerken als je weet dat er in 10 gram van het eindproduct rond de 1000 knopjes zitten. Het roosteren gebeurde eveneens op de traditionele manier, in een bamboemand boven een houtskoolvuur. Al bij het verwerken stegen heerlijke aroma's op van honing en toen de thee gezet werd bleek hij vele malen beter dan de beste Lapsang Souchong die mijheer Jiang al gemaakt had. Men besloot om het experiment op grotere schaal te herhalen in 2006, in de lente, met veel jongere en nog fijnere knopjes, en een nieuwe thee was geboren.

Het kind moest uiteraard nog een naam krijgen, en alhoewel de letterlijke vertaling, die in het Westen het meest wordt gebruikt, Gouden Wenkbrauw is, heeft de naam eigenlijk een complexere betekenis. Waar bij ons, Jin dat goud betekent, vaak wordt geinterpreteerd als een commentaar op de kleur van het eindproduct, slaat het bij de Chinezen meer op de waarde van de thee, en dus niet op de kleur maar op het edelmetaal. Men bedoelt vooral dat de thee duurder verkocht kan worden en dus goud is voor de producent. Jun heeft in het oude Chinese schrift een dubbele betekenis en kan zowel slaan op hoge berg als op het meer gebruikte mooi paard. Hier moet het worden geinterpreteerd dat de thee het bedrijf van Mr Jiang de gelegenheid kan geven om hoge toppen te halen, als met een goed paard, en het de gelegenheid geeft aan het bedrijf om snel te groeien. Mei betekent wenkbrauw maar slaat op hoge kwaliteit, schoonheid en een lang leven.

Het team dat Jin Jun Mei hielp creëren (https://www.wufeng-tea.com/jin-jun-mei/)


De nieuwe thee was een onmiddellijk commercieel succes en verkocht vanaf het begin aan ongewoon hoge prijzen. Waar Lapsang Souchong eigenlijk vooral een export-thee was (voor de groene theedrinkers die de Chinezen zijn was hij te grof van smaak, en ook het roken ervan gebeurt uitsluitend voor de export), bleek Jin Jun Mei ook in China populair. Daarboven op was de naam ook nog makkelijk uit te spreken en herkenbaar voor niet-Chinezen, en de vraag steeg dus heel snel, in binnen- en buitenland. Het concept werd al snel gekopieerd tot ver buiten het oorspronkelijke gebied, dat beperkt was tot het dorp Tongmu, en een besluit van de Chinese regering om de naam niet als dusdanig te patenteren zorgde ervoor dat in alle delen van China waar zwarte thee werd gemaakt, Jin Jun Mei kon worden geproduceerd. Maar wat is dan de 'echte' Jin Jun Mei ? En hoe herken je hem ?


Authentieke Jin Jun Mei komt van Tongmu Village in het legendarische Wuyi-theegebied, van theetuinen op 1200m hoogte die rond het dorp op hellingen liggen. De cultivar is dezelfde als die van Lapsang Souchong, de Xiao Zhong, en de allerbeste komen van verwilderde planten, en zijn een soort field blend van struiken die zich hebben voortgeplant op de natuurlijke manier, via hun zaden. De beste is de vroegst geplukte en dat kan je zien aan de thee zelf, des te kleiner de topjes zijn, des te hoger de kwaliteit, des te langer het duurde om hem te plukken, en des te duurder hij waarschijnlijk is. De gouden kleurenpracht van veel Jin Jun Mei is een aanduiding van een nabootsing, de authetieke Jin Jun mei ziet donker, tegen het zwarte aan, maar is wel doorspikkeld met goud. Deze thee's hebben vaak minder uitgesproken aroma's maar een héél lange afdronk, voor Chinese consumenten een belangrijker teken van kwaliteit dan het aroma, en ze zijn altijd duur tot heel duur.

Wil dat nu zeggen dat goedkopere, gouden Jin Jun Mei vervalsingen zijn ? Nee, en zo zien de Chinezen het ook niet. Als Tongmu niet vermeld wordt, dan zal hij er waarschijnlijk ook niet vandaan komen, en de thee kan ook uit andere provincies als Yunnan komen, of andere plaatsen in Fujian. De eigenaar van Hotsoup vertelde me dat bij het maken van Jin Jun Mei in Fuzhou de allerkleinste knoppen werden uitgezeefd en opgekocht worden door handelaren uit Wuyi ! De Chinese regering geeft er de voorkeur aan dat zoveel mogelijk Chinezen aan deze nieuwe trend geld kunnen verdienen, en de naam kan je uiteraard perfect interpreteren als een kwaliteitsthee (mei) die veel geld oplevert (jin) en zo het bedrijf van de handelaar doet groeien (jun). Wil je dus de echte top Jin Jun Mei proeven gaat je dat geld kosten, en heb je een tussenhandelaar nodig met goede connecties. In de volgende twee blogs gaan we wat vergelijken.

Hier wat proefnota's: https://theenatuurlijk.blogspot.com/2020/01/jin-jun-mei-vijf-thees-vergeleken.html en hier wat uitleg over stijlen: https://theenatuurlijk.blogspot.com/2020/01/jin-jun-mei-twee-stijlen.html

zondag 22 december 2019

Mandokoro car-withered white tea

Onlangs had ik het grote geluk om thee te mogen proeven in het zeer sympathieke gezelschap van The Tea Circle, een vereniging van een select groepje teefanaten uit het Brussels. Het was Tyas Sosen die de degustatie leidde, en het onderwerp was oolong en wakoucha, beide uit Japan. Ik kende al wel wat van die thee's, ik koop ongeveer elke wakoucha die op Tyas website te koop komt, leerde toch weeral wat bij, maar echt leuk werd het vooral tegen het einde toen één van de dames behoorlijk teadrunk begon te worden en Tyas zijn speciallekes boven haalde.



Helemaal op het einde werd het echt speciaal toen hij twee Japanse witte thee's schonk. Even voor wie niet bekend is met hoe witte thee gemaakt wordt, het is de simpelste en tegelijk de speciaalste van alle thee's. Eigenlijk komt het erop neer dat je plukt, verwelkt en droogt, zonder enige andere interventie van de producent, en zo proef je de pure smaak van de thee. Dat heeft alleen zin als de thee echt heel goed is, maar in dat geval kan het erg lekker zijn.

De eerste was een witte thee van Akira Miyazaki, een hele mooie, met toetsen van stro, vet en zacht, en in een tweede zetsel heel kruidig. Bij het derde werd hij mooi zoet en compleet in balans. Maar het was de allerlaatste die ons echt verblufte, door zijn kwaliteit, maar ook door het verhaal, dat ons op het einde dan ook nog eens een lachstuip bezorgde. 😊😊😊😊



Mandokoro is een legendarische plaats op de westelijke flank van de Shizuoka-berg. Je zit hier op een hoogte tussen de 300 en de 400m, en in de winter sneeuwt het hier. Het is één van de laatste dorpen in Japan waar nog met de hand wordt geplukt. De gemiddelde leeftijd van de struiken is 100 jaar, en het zijn zonder uitzondering struiken uit zaad (en dus niet gekloond), individueel aangeplant en niet op rijen zoals elders, en laag tegen de grond zodat ze de sneeuw kunnen dragen in de winter. Wanneer de productiviteit van een struik te sterk zakt wordt hij niet gerooid maar heel sterk teruggesnoeid zodat hij terug kan opschieten en opnieuw productief wordt. De oudste hier is 300 jaar oud en zo'n zeven meter breed. Elke struik is genetisch verschillend.



Eén van de problemen die het dorp echter kent is de stadsvlucht van de jonge bewoners en de leeftijd die hun ouders nu beginnen te krijgen. De productie van dit top-terroir staat dan ook onder druk, en daarom worden ook buitenstaanders gevraagd om te komen helpen plukken. Ondermeer Tyas heeft de gelegenheid gekregen om een keer te komen helpen bij de oogst en als betaling heeft hij toen gewoon twee uur pluktijd gevraagd. Omdat de hoeveelheid te klein was om er groene of zwarte thee mee te maken, besloot hij een witte te maken, en de blaadjes te doen verwelken in zijn auto. Er is maar heel weinig van, en het gebeurt niet vaak dat Tyas zijn voorraadje aanbreekt, een hele eer voor ons dus.

Dit leidde tot een imaginaire discussie met een snobistische theeliefhebber die zichzelf heel hoog ophad en waarvan wij ons inbeelden dat hij met de neus in de lucht zou praten over de Mandokoro die hij onlangs kocht. Onze perfecte reply zou dan zijn of hij bekend was met de witte thee's van Mandokoro ? En daarvan dan de car-withered version ? Tegen die tijd lagen wij bijna onder tafel van het lachen, ik moet toegeven ook wel een beetje omdat we teadrunk waren... Het was een magische maar dus ook ontzettend leuke avond...

De thee geurde naar vers stro met iets heel complex dat daar als het ware boven zweefde. In de mond was hij zoet, maar op een heel speciale manier zoet. Het tweede zetsel zorgde voor een wat geslotener ervaring, maar bij het derde zetsel was hij terug helemaal top. Hij werd geplukt op 1 mei 2018. 😊😊😊😊

zaterdag 14 december 2019

Renegade Tea Estate: thee uit Georgië

Eén van de dingen die ik bewonder in een goede theehandelaar is zijn of haar nooit ophoudende zoektocht naar nieuwe thee's. Ze zijn vaak de aanleiding tot het openen van een nieuw inzicht of nieuwe kennis. Hotsoup is er zo één, en ooit dronk ik van hem mijn eerste Wakoucha. Deze keer zocht ik eigenlijk extra theekopjes voor een degustatieset, maar in het aanbod nieuwe thee's zag ik plots thee uit Georgië. Georgië zal U zeggen ? Dat is toch die plaats waar ze heel goedkope basisthee maken voor ijsthee's ? En waar vroeger de Sovjet Unie zijn thee in grote hoeveelheden kweekte ? Geen kwaliteit maar massa dus ?

Ik heb hem dan maar mee laten komen, en om onbevangen en open te proeven heb ik eerst de thee geproefd en dan opgezocht wie hem maakte. Zo ga ik het in deze blog ook vertellen.

Renegade Georgian Black

Geoogst in de ochtend van 29 juli 2019 in het dorp Zhoneti in Imereti en rond 14u verzameld, uit een theetuin van 2 ha op 200 tot 300m boven de zeespiegel. 22 uur lang verwelkt, 45 minuten lang gerold, 5 uur geoxideerd bij 29°C, daarna nog een half uur gerold en 40 minuten gedroogd bij 120°C. Dit is Batch 7*. 16 euro voor 100 gram.



Gezet op 13 december 2019, een natte en koude vooravond. 200ml, 85°C, 3 gram, 2 minuten, in een kyusu. Zeer mooi droog blad, groot en donkergrijs met af en toe wat lichtbruin ertussen, een beetje een getomateerd aroma. Vreemd, want Japanse 2019 Wakoucha heeft dat ook vaak. Mooi nat aroma dat opnieuw wat doet denken aan een goed gekruide dunne tomatensoep (met een bos bloemen op tafel, dat wel). De infusie is echt goudgeel, met een oranje schijn. Aangename geur, wat kruidig, ook hier weer die tomaat. In de mond verrassend zuiver en verfrissend, heel licht, mooi zoet zonder zwaar te zijn, en met veel inhoud. Geen astringentie, en ik begrijp de opmerking die ik ergens las bij de producent: een zwarte thee voor liefhebbers van groene. Mooi volume en mooie structuur. Wanneer de thee afkoelde kwamen er wat first flush karakteristieken naar voor die de thee nog wat meer richitng groen duwden, en een verrassende astringentie die pas na de afdronk opdook. Een knap gemaakte en originele thee. 😊😊😊(😊).




De Renegade Tea Estate is nog maar een heel jong bedrijf, ontstaan toen in 2017 een groep jonge en iets minder jonge mensen uit Estland en Litouwen de zakenwereld vaarwel zegden en in Georgië op zoek gingen naar de verwaarloosde theetuinen uit de Sovjet-periode. Die waren dertig jaar geleden, in het begin van de jaren 90, verlaten toen de planeconomie in elkaar viel. Veel van die plantages waren gerooid en de thee was vervangen door andere gewassen, maar heel wat goede percelen waren gewoon braak komen te liggen. De pesticides en kunstmest die hier ooit royaal waren uitgestrooid waren vergaan en varens bedekten de nu terug gezonde percelen waar nog theestruiken stonden. Veel van die struiken waren ondertussen rond de vijftig à zeventig jaar oud en bleken afkomstig te zijn van zaad, en niet van klonen.



Uit een vijftigtal kandidaten werden de beste theetuinen geselecteerd en terug opgeruimd. De selectie gebeurde zo dat verschillende terroirs ook thee's met verschillende karakters opleverden, en er op die manier keuzes konden worden gemaakt om een breed aanbod te kunnen geven. Er wordt 100% organisch gewerkt. De winters in Georgië zijn lang en koud en de meeste insecten die schadelijk zijn voor de theeplant overleven hem niet. De enige natuurlijke vijand van de thee hier bleek...de koe, die verzot is op de jonge scheutjes in de lente. 2019 is hun eerste oogst.

Koeien wegjagen uit je theetuin...


Ik kijk nu al uit naar het volgen van dit project waarvan ik van harte hoop dat het slaagt en dat het groeit. De website is alvast een knaller, héél professioneel gemaakt en vol enthousiasme, en deze eerste thee was alvast een schot in de roos. Allemaal héél opwindend eigenlijk !

* dit is alvast iets dat ik bijzonder apprecieer. Wie wat meer betaalt voor zijn thee, wil ook wat meer informatie, en die geven ze je.









zaterdag 30 november 2019

Tyas Sosen: The Story of Japanese Tea

Tyas Sosen, of Tyas Huybrechts, want ja, dit is een Vlaming, studeerde in 2010 af als Japanoloog in Leuven. Hij studeerde verder in Osaka met als specialisatie de literatuur, geschiedenis en cultuur van 17de eeuws Japan. In september 2014 begon hij te werken voor een theefirma in Uji om in de lente van 2015 zijn diploma van instructeur in de 'Way of Tea' volgens de Enshu school te behalen. Dat jaar stichtte hij ook The Tea Crane dat zich specialiseert in unieke Japanse thee's, helemaal zoals het volgens mij hoort, met veel uitleg over de herkomst van de thee's die hij verkoopt. Dit is zijn boek.



Een heel groot deel van het boek is gewijd aan groene thee, Japan's hoofdthee. Tyas geeft hierbij naast een uitgebreide uitleg over de productiemethode ook veel duiding bij de teelt ervan, en dat is redelijk uniek. Net als bij wijn wordt bij thee veel van het eindresultaat bepaald door het materiaal waarmee men begint, en Tyas spreekt over bemesting, beschaduwing, terroir, oogstmethodes en cultivars met een zeer diepgaande kennis die voor mij essentieel is om Japanse thee op een ander niveau te beginnen begrijpen. Hij lardeert zijn verhaal met 'case studies' die de theorie illustreren en die helpen om alles nog beter te begrijpen.



Eén hoofdstuk behandelt uitgebreid matcha, poederthee, en de meest Japanse thee aller tijden, waaraan je een leven van studie kan wijden, en die waarschijnlijk het meest de Japanse ziel weerspiegelt. Het is een zeer oude manier van theezetten die heel nauw verbonden is met de Japanse filosofie en het zen-boeddhisme, en het is de thee van de Japanse theeceremonie.

Zelf ben ik heel blij met de aandacht voor de wat minder voor de hand liggende theesoorten zoals bancha, Japanse oolong of wakoucha, de thee waarover ik mijn eindwerk maakte en die mij zo nauw aan het hart ligt dat ik er een eigen Engelstalige blog aan wijdde: https://wakoucha.blogspot.com/. Over deze thee's was tot nu toe zeer weinig te vinden, zeker niet in gedrukte vorm, en ik ben hem dus zeer dankbaar.

Er bestaan uiteraard waarschijnlijk nog dieper gaande boeken en studies over Japanse thee, maar die zijn in het Japans en voor ons dus onleesbaar. Dit boekje is een standaardwerk geworden voor iedereen die geïnteresseerd is in Japanse thee maar de taal niet beheerst. Het leest nog vlotter als je er de thee van The Tea Crane bij serveert...en dus nog een laatste tip: koop een mooie kom en een chasen, een matcha borstel, en een kyusu-theepot, en laat Tyas de wondere wereld van Japanse thee voor je openen !

vrijdag 22 november 2019

Terroir in Leuven


Het is al heel lang een verzuchting van me. Waarom is het zo moeilijk om buitenshuis goede thee te drinken in Vlaanderen ? Zelfs in de betere koffie-shops, waar de koffie van topkwaliteit is, is de thee vaak tweederangs, net boven de allerlaagste theezakjes-standaard, vaak wel al bladthee, maar slecht gezet en met een doodbrave selectie (ik kan de bloemige maar ook bloedeloze Tie Guan Yin's niet meer tellen). In het zeldzame geval dat hij wel ok is was er in de schaduw een iets betere leverancier aan het werk maar weten de mensen die hem serveren er amper iets van af.

En dat is jammer, en juist omdat thee zo ongelooflijk spannend kan zijn. Het enige dat je moet doen als uitbater is investeren in een beetje materiaal, een theesommelier vragen om je te helpen bij de selectie en die wat aan story-telling te laten doen. Dat werkt in de wijn, en dat werkt met koffie en dat werkt ook met thee.

Maar gelukkig zijn er dus pioniers, en in mijn eigenste stad is dat Terroir. De zaak is wanneer ik dit schrijf nog maar een goede vier weken open en moet nog wat aan zijn bekendheid werken, maar hier zijn twee erg gedreven mensen aan het werk, en eentje kent evenveel van thee als de andere van wijn. Beiden mikken ze op kwaliteitsproducten met een verhaal, correct geserveerd, en met een uitgebreide en interessante keuze. Voor de wijn betekent dat veel natuurlijke en biodynamische wijnen, de wijnen die bij uitstek hun terroir tonen. Voor thee betekent dat een geregeld wisselend aanbod van mooie bladthee's, variërend van echt heel lekkere coldbrew's (de vervangers van de frisdrank) tot knappe rode thee's, oolongs en zelfs Pu'er.



De thee wordt hier ook perfect gezet, met het juiste water en op de juiste temperatuur, maar wat ik helemaal te gek vind, en voor zover ik weet is dit de enige plaats in Vlaanderen waar dit kan, is dat je je thee ook op z'n oosters kan zetten. Daarvoor krijg je een kleine gongfu set, met een gaiwan, een filtertje en een thermos héét water, en zo kan je zelf de sterkte wat sturen, én je kan de thee tot vier keer opnieuw zetten, zoals het hoort voor de interessantere theesoorten. Je krijgt een beetje zetadvies rond de tijd dat de thee mag trekken en een woordje uitleg, en dan ben je vertrokken voor een mooie sessie, al dan niet vergezeld van een subliem kaasbordje van Leuven's kaastrots, Elsen.

Adembenemend lekkere Mi Lan Xiang


Heb ik kritiek op het concept ? Ja, er mag wat betreft de thee een beetje meer storytelling aan te pas komen (zoals bij de wijn), en persoonlijk vind ik dat de zaak ook op zaterdag zou open moeten zijn. Maar voor de rest kan ik maar één ding zeggen: eindelijk !

PS ik proefde vooral de oolong's en de rode thee's tot nu, maar de selectie is heel goed gedaan, met interessante thee's van heel hoge kwaliteit. De thee op de foto was een werkelijk excellente Mi Lan Xiang, een Fenghuangshan oolong, en vertaald wil dat zeggen een 'geur van de honing-orchidee' uit de Vuurvogel-bergen. Een excellente thee die voor mij en Els vooral geurde naar abrikozenjam, maar dan de hele lekkere, en die heel goed ging bij de kazen. De duidelijke astringentie kwam alleen voor bij langere trektijden, 30 seconden of meer, en gaf een heel mooi evenwicht bij de kaas. Hij kwam van bij Teastation die de laatste tijd een straf gamma aan het samenstellen zijn. Je vind hun thee's hier vaak, zowel in de vaste selectie als op het steeds wisselende 'blackboard'.



Terroir is open op donderdag en vrijdag van 16u tot 22u. Het adres is Mechelsestraat 140 in Leuven, dat is tussen de kerk van Sint-Geertrui en de Bruul. https://www.terroirleuven.be/


zaterdag 16 november 2019

Mysteriethee

Na het afwerken van mijn paper over wakoucha en het op poten zetten van de begeleidende  wakoucha blog, werd het stilaan tijd voor het volgende examen voor mijn ITMA Tea Sommelier opleiding. Er lag immers al een paar maanden een geheimzinnig zakje in mijn theekast te wachten tot wij, de twee Belgische kandidaat theesommeliers, naar ITMA Belgium werden gehaald voor onze tweede proef, het blind proeven van een ons onbekende thee.



Ik kan U zeggen dat ik behoorlijk nerveus was. Ik ben één van die mensen die zich kunnen verliezen in een apart hoekje van een discipline en daar dan alles van af willen weten, en sinds de zomer had ik nog nauwelijks iets anders dan Japanse zwarte thee gedronken. Maar daar stond tegenover dat ik de goede gewoonte heb om mijn thee's te fotograferen en daar een (nogal chaotisch) archiefje van aan te leggen, en uiteraard is de Theeencyclopedie (met drie e's) uiteraard ook een eigen product, en met die twee bronnen van kennis zou dat wel moeten lukken, hoopte ik...

Onze taak was de volgende: door het bekijken (en besnuffelen) van de droge blaadjes eerst en vooral beslissen hoe de thee moet worden gezet, op welke temperatuur, hoe lang en op welke manier. Daarna moesten we de resultaten bespreken en daar een conclusie uit trekken: wat voor een thee was het ?

Eerste kennismaking


Tijdens onze laatste proefsessie hadden we al een glimp gekregen van de Mystery Tea toen onze theemeester plots een sample ervan tevoorschijn haalde en toonde. Mijn allereerste reactie was: dat is een witte thee, een Moonlight Tea, omwille van de redelijk grote bijna witte blaadjes. Maar waarom dan zoveel groene blaadjes ? Een blend ? Nee, dat was niet de bedoeling van de test. Thuis gekomen dook ik in mijn geheugen (en collectie) en al snel sloeg ik een ander spoor in.

China was ondertussen al wel komen bovendrijven: Indië is echt niet bekend voor zijn groene of witte thee, Afrika al evenmin, en voor Japan was de thee te 'wild' en alleen kamairicha wordt in Japan in de pan gebakken, en daar had hij teveel witte blaadjes voor. Maar van waar dan ?

Yunnan ? Nee, te kleine blaadjes. Fujian ? Een kanshebber, want hier komt de meeste witte thee vandaan. Zhejiang ? Waar de meeste groene thee van China vandaan komt ? Een Bi Luo Chun bijvoorbeeld ? Zou wel kunnen ? Anhui ? Sichuan ? Ik begon meer en meer richting Bi Luo Chun te denken, en met dit idee vertrok ik naar het examen.

een typische Bi Luo Chun

De Mystery Tea, hij leek er op...en dan toch ook weer niet



De thee werd gezet op 80°C, dat bleek correct, met een redelijk hoge verhouding blad / water, en op 2 minuten, wat duidelijk te lang bleek, want de thee werd al wat te bitter voor sommigen. De kleur van de infusie was diepgeel, zeker en vast te geel voor een witte thee, het aroma was mooi, met koekjesdeeg. Dat aroma klopte alvast met een Bi Luo Chun, maar wat ontbrak was het vegetaal-grassige van een groene thee, en ook de smaak klopte niet. De thee was rond en lang, met een dik mondgevoel, in het tweede zetsel ook nog een pak zoeter dan in het eerste, zoals een witte. En toen zei Laura iets dat me het licht deed zien...

de natte blaadjes, klein en fijn...en groen


'Die thee gedraagt zich als een groene, maar hij doet me telkens weer terugdenken aan een witte...'. En is er een thee die dat doet ? Ja, eentje, de Bai Mao Hou of White Monkey. En had ik hem al eens gedronken ? Ja hoor, bij Hotsoup. En wat is er typisch voor deze thee ? Dat hij eruitziet als een groene thee, dat eigenlijk ook is, maar dat hij smaakt en geurt als een witte. Hij wordt gemaakt van de Fu Ding Da Bai cultivar, die meestal gebruikt voor witte thee, maar het productieproces is dat van een groene, en hij komt uit Fujian, waar ook de meeste witte vandaan komt. Hij is redelijk zeldzaam, en nogal apart, en het was dus een mooi instinkertje...maar niet voor mij. De naam komt van de vorm van de droge blaadjes die doet denken aan de rugharen van een apensoort. Daar had ik hem niet aan herkend...

Tweede test gepasseerd, en ikke dus blij. 😄


vrijdag 8 november 2019

Gyokuro, een liefdeslied

'You and I together...I remained long; yet in the moment of going I thought I had only just come.

'You and I together...Still I think of the tea. Old or new tea of Uji it might have seemed to others; but to me it seemed Gyokoro tea, of the beautiful yellow of the yamabuki flower. 

'You and I together...I am the telegraph-operator. You are the one who waits the message. I send my heart and you receive it. What care we now if the posts should fall, if the wires be broken ?

LAFCADIO HEARN, In Cholera-time., Japanese Ghost Stories., 2019, maar opgeschreven voor 1905.





Lafcadio Hearn leefde van 1890 tot 1904 in Japan. Hij was een Ierse journalist-schrijver (met wie ik de verjaardag deel) die de laatste 14 jaar van zijn leven doorbracht in Japan als lesgever en schrijver. Vandaag is hij het bekendst voor zijn verzameling traditionele Japanse spookverhalen. Dit deeltje van een liefdeslied komt uit een verhaal dat vertelt hoe de baby van een rondtrekkende verkoper van bamboe-buizen er ondanks de zware tijden en het vroege overlijden van zijn moeder er zo goed blijft uitzien, terwijl overal rond hem kinderen sterven. Wanneer de verteller vraagt hoe dat komt antwoorde de vader dat het logisch is. In de wieg ligt de ihai, de kleine herdenkingssteen voor de moeder, en die zorgt er voor dat zij het kind blijft zogen, ook vanuit het hiernamaals. 

Dit vijf bladzijden lange verhaal is één van de ijselijkste van de bundel, vooral omwille van een paar andere, maar terloops vermelde zaken. De eerste regels vertellen hoe in 1895, op het einde van de eerste Japans-Chinese oorlog, de cholera de belangrijkste bondgenoot was van China, en hoe deze bondgenoot, blind en doof voor vredesverdragen, het overwinnende leger gevolgd is naar Japan en er in één zomer 30.000 slachtoffers maakt. Terloops zegt de verteller dat het verbranden van een volwassen lichaam 80 sen kost, maar dat van een kind maar 44. Ondertussen spelen kinderen in de straten en zingen oorlogsliedjes: chan-cha bozu no kubi wo hane, ook kleine jongetjes kunnen het hoofd van een Chinees afsnijden. 

42 jaar later, in de tweede Chinees-Japanse oorlog, zouden de zonen en kleinzonen van die jongetjes dat met veel enthousiasme doen. Tussen 1937 en 1945 stierven in China tussen de tien en de vijfentwintig miljoen mensen. Japanse officieren testten hun vaardigheden met het zwaard uit op Chinese krijgsgevangenen, en de oorlogvoering was van een wreedaardigheid die wij ons vandaag nog moeilijk kunnen voorstellen, maar die in China nog niet vergeten is. 

Gyokuro, of Dierbare Dauw, is een schaduwthee die tot de top van de Japanse theesoorten behoort.